Naar de inhoud

pijproken

roken van tabak met behulp van een tabakspijp

pijproken

werkwoord ˈpɛiprokə(n)

Betekenis

  1. roken van tabak met behulp van een tabakspijp

Hoe spreek je pijproken uit?

/ˈpɛiprokən/

Pijproken bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈpɛiprokən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
p pak
ɛi trein
r rood
o boot
k kat
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van pijproken

pijprokenhele werkwoord — rookte pijpverleden tijd enkelvoud — rookten pijpverleden tijd meervoud — pijpgerooktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik rook pijp rookte pijp
jij rookt pijp rookte pijp
hij, zij, het rookt pijp rookte pijp
wij roken pijp rookten pijp
jullie roken pijp rookten pijp
zij roken pijp rookten pijp
Alle 82 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is pijpgerookt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was pijpgerookt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd pijpgerookt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt pijpgerookt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal pijpgerookt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal pijpgerookt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou pijpgerookt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou pijpgerookt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had pijpgerookt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had pijpgerookt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had pijpgerookt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden pijpgerookt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden pijpgerookt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden pijpgerookt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt pijpgerookt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb pijpgerookt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben pijpgerookt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben pijpgerookt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben pijpgerookt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben pijpgerookt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt pijpgerookt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft pijpgerookt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft pijpgerookt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
pijp te roken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
pijp te zullen roken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
pijp zal roken bijzin, toekomende tijd
pijp zou roken bijzin, voorwaardelijk
pijp zouden roken bijzin, voorwaardelijk
pijp zoudt roken bijzin, voorwaardelijk
pijp zullen roken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
pijp zullen roken bijzin, toekomende tijd
pijp zult roken bijzin, toekomende tijd
pijpgerookt verleden tijd, deelwoord
pijpgerookt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
pijpgerookt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
pijprokend onvoltooid, deelwoord
pijprook bijzin, tegenwoordige tijd
pijprookt bijzin, tegenwoordige tijd
pijprookte bijzin, verleden tijd
pijprookten bijzin, verleden tijd
rook pijp gebiedende wijs
rookte pijp verleden tijd
te hebben pijpgerookt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen pijproken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal pijpgerookt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal pijpgerookt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal pijpgerookt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal pijproken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal pijproken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal pijproken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal pijproken bijzin, toekomende tijd
zou pijpgerookt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou pijpgerookt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou pijpgerookt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou pijproken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou pijproken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou pijproken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou pijproken bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) pijproken pijp zou(dt) roken bijzin, voorwaardelijk
zouden pijpgerookt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden pijpgerookt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden pijpgerookt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden pijproken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden pijproken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden pijproken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden pijproken bijzin, voorwaardelijk
zoudt pijpgerookt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt pijproken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt pijproken bijzin, voorwaardelijk
zullen pijpgerookt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen pijpgerookt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen pijpgerookt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen pijproken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen pijproken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen pijproken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen pijproken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen pijproken bijzin, toekomende tijd
zult pijpgerookt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult pijproken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult pijproken bijzin, toekomende tijd
zult/zal pijproken pijp zult/zal roken bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van pijp zn en roken ww

Woordfamilie van pijproken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
pijpgerookt voltooid deelwoord pijproken
pijprokend onvoltooid deelwoord pijproken
pijprokende woordvorm pijproken
pijprookt subordinate-clause, tegenwoordige tijd pijproken
pijprookte subordinate-clause, verleden tijd pijproken
pijprookten subordinate-clause, verleden tijd pijproken
rook pijp gebiedende wijs pijproken
rookt pijp aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon pijproken
rookte pijp verleden tijd pijproken
rookten pijp aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon pijproken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van pijproken zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over pijproken

Hoe spreek je pijproken uit?
De uitspraak van pijproken is: /ˈpɛiprokə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent pijproken?
Pijproken is een werkwoord. Het woord betekent: roken van tabak met behulp van een tabakspijp.
Hoe vervoeg je pijproken?
Je vervoegt pijproken als volgt: het voltooid deelwoord is pijpgerookt. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord pijproken is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. P 3
  2. I 1
  3. J 4
  4. P 3
  5. R 2
  6. O 1
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

pijproken levert met Wordfeud minimaal 22 en maximaal 90 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. P 4
  2. I 2
  3. J 4
  4. P 4
  5. R 2
  6. O 1
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 22 zonder bonus
  11. 90 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

pijproken in het kort

pijproken staat in dit woordenboek als werkwoord. Van pijproken zijn 53 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort pijproken bij een woordfamilie van 10 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

pijproken: roken van tabak met behulp van een tabakspijp
Deel pijproken — standaardnederlands.nl