Naar de inhoud

pijnigen

het opzettelijk veroorzaken van pijn bij iemand; martelen

pijnigen

werkwoord

Betekenis

  1. het opzettelijk veroorzaken van pijn bij iemand; martelen

Vervoeging van pijnigen

pijnigenhele werkwoord — pijnigdeverleden tijd enkelvoud — pijnigdenverleden tijd meervoud — gepijnigdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik pijnig pijnigde
jij pijnigt pijnigde
hij, zij, het pijnigt pijnigde
wij pijnigen pijnigden
jullie pijnigen pijnigden
zij pijnigen pijnigden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gepijnigd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gepijnigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gepijnigd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gepijnigd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gepijnigd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gepijnigd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gepijnigd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gepijnigd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gepijnigd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gepijnigd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gepijnigd verleden tijd, deelwoord
gepijnigd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gepijnigd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gepijnigd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gepijnigd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gepijnigd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gepijnigd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gepijnigd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gepijnigd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gepijnigd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gepijnigd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gepijnigd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gepijnigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gepijnigd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gepijnigd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gepijnigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gepijnigd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gepijnigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gepijnigd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gepijnigd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gepijnigd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gepijnigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gepijnigd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gepijnigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gepijnigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gepijnigd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gepijnigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gepijnigd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
pijnig gebiedende wijs
pijnigde verleden tijd
pijnige aanvoegende wijs
pijnigend onvoltooid, deelwoord
te hebben gepijnigd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te pijnigen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen pijnigen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gepijnigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gepijnigd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gepijnigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gepijnigd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gepijnigd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gepijnigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gepijnigd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gepijnigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gepijnigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gepijnigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gepijnigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gepijnigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gepijnigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gepijnigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gepijnigd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gepijnigd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gepijnigd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gepijnigd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gepijnigd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gepijnigd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gepijnigd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gepijnigd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gepijnigd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gepijnigd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gepijnigd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gepijnigd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gepijnigd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal pijnigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal pijnigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal pijnigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gepijnigd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gepijnigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gepijnigd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gepijnigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gepijnigd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gepijnigd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gepijnigd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gepijnigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gepijnigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gepijnigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gepijnigd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gepijnigd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gepijnigd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou pijnigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou pijnigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou pijnigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gepijnigd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gepijnigd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gepijnigd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gepijnigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gepijnigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gepijnigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gepijnigd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gepijnigd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gepijnigd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden pijnigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden pijnigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden pijnigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gepijnigd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gepijnigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gepijnigd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt pijnigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gepijnigd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gepijnigd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gepijnigd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gepijnigd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gepijnigd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gepijnigd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gepijnigd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gepijnigd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gepijnigd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen pijnigen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen pijnigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen pijnigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen pijnigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gepijnigd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gepijnigd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gepijnigd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult pijnigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘folteren’ voor het eerst aangetroffen in 1434

Woordfamilie van pijnigen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gepijnigd voltooid deelwoord pijnigen
gepijnigde woordvorm pijnigen
pijnig gebiedende wijs pijnigen
pijnigde verleden tijd pijnigen
pijnigden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon pijnigen
pijnige aanvoegende wijs pijnigen
pijnigend onvoltooid deelwoord pijnigen
pijnigende woordvorm pijnigen
pijnigt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon pijnigen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van pijnigen zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over pijnigen

Wat betekent pijnigen?
Pijnigen is een werkwoord. Het woord betekent: het opzettelijk veroorzaken van pijn bij iemand; martelen.
Hoe vervoeg je pijnigen?
Je vervoegt pijnigen als volgt: de tegenwoordige tijd is pijnig, de verleden tijd is pijnigde en het voltooid deelwoord is gepijnigd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord pijnigen is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. P 3
  2. I 1
  3. J 4
  4. N 1
  5. I 1
  6. G 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

pijnigen levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 78 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. P 4
  2. I 2
  3. J 4
  4. N 1
  5. I 2
  6. G 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 18 zonder bonus
  10. 78 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

pijnigen in het kort

pijnigen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van pijnigen zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort pijnigen bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

pijnigen: het opzettelijk veroorzaken van pijn bij iemand; martelen
Deel pijnigen — standaardnederlands.nl