| ev. |
gebiedende wijs
|
| gepicknickt |
verleden tijd, deelwoord
|
| gepicknickt te zullen hebben |
actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| gepicknickt zullen hebben |
actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| had gepicknickt |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| had gepicknickt |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| had gepicknickt |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| hadden gepicknickt |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| hadden gepicknickt |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| hadden gepicknickt |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| hadt gepicknickt |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| heb gepicknickt |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| hebben gepicknickt |
actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
|
| hebben gepicknickt |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| hebben gepicknickt |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| hebben gepicknickt |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| hebt gepicknickt |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| heeft gepicknickt |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| heeft gepicknickt |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| picknick |
gebiedende wijs
|
| picknicke |
aanvoegende wijs
|
| picknickend |
onvoltooid, deelwoord
|
| picknickte |
verleden tijd
|
| te hebben gepicknickt |
actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| te picknicken |
actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| te zullen picknicken |
actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| zal gepicknickt hebben |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zal gepicknickt hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zal gepicknickt hebben |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zal picknicken |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
|
| zal picknicken |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
|
| zal picknicken |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
|
| zou gepicknickt hebben |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zou gepicknickt hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zou gepicknickt hebben |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zou picknicken |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
|
| zou picknicken |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
|
| zou picknicken |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
|
| zouden gepicknickt hebben |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zouden gepicknickt hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zouden gepicknickt hebben |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zouden picknicken |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
|
| zouden picknicken |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
|
| zouden picknicken |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
|
| zoudt gepicknickt hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zoudt picknicken |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
|
| zullen gepicknickt hebben |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zullen gepicknickt hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zullen gepicknickt hebben |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zullen picknicken |
actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| zullen picknicken |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
|
| zullen picknicken |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
|
| zullen picknicken |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
|
| zult gepicknickt hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zult picknicken |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
|