persen
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- drukken, ergens druk op uitoefenen
- zich ergens met kracht doorheen of in duwen
- iets met kracht doorheen of in duwen
- procent
- fooi
Vervoeging van persen
persenhele werkwoord — persteverleden tijd enkelvoud — perstenverleden tijd meervoud — geperstvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | pers | perste |
| jij | perst | perste |
| hij, zij, het | perst | perste |
| wij | persen | persten |
| jullie | persen | persten |
| zij | persen | persten |
Alle 160 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geperst | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geperst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geperst | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geperst | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geperst | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geperst | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geperst worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geperst zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geperst worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geperst zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geperst | verleden tijd, deelwoord |
| geperst te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geperst te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geperst te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geperst te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geperst te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geperst worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geperst zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geperst zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geperst zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geperst zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geperst | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geperst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geperst | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geperst | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geperst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geperst | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geperst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geperst | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geperst | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geperst | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geperst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geperst | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geperst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geperst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geperst | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geperst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geperst | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| pers | gebiedende wijs |
| pers me | eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| pers u/je , perst je | gebiedende wijs |
| perse | aanvoegende wijs |
| perse zich | aanvoegende wijs |
| persen je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| persen ons | eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| persen zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| persend | onvoltooid, deelwoord |
| perst je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| perst u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| perst u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| perst zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| perst zich/u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| perst zich/u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| perste | verleden tijd |
| perste je | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| perste me | eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| perste u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| perste u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| perste zich | derde persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| perste zich/u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| perste zich/u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| persten je | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| persten ons | eerste persoon, verleden tijd, meervoud |
| persten zich | derde persoon, verleden tijd, meervoud |
| te hebben geperst | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te persen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen persen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geperst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geperst | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geperst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geperst | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geperst | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geperst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geperst | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geperst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geperst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geperst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geperst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geperst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geperst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geperst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geperst | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geperst | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geperst | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geperst | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geperst | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geperst | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal geperst hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geperst hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geperst hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geperst worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geperst worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geperst zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geperst zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal me persen | eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal persen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal persen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal persen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal zich persen | derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal, zult je persen | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zich geperst hebben | verleden tijd |
| zich persend | onvoltooid, deelwoord |
| zijn geperst | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geperst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geperst | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geperst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou geperst hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geperst hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geperst hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geperst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geperst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geperst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geperst zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geperst zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geperst zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou persen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou persen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou persen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geperst hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geperst hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geperst hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geperst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geperst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geperst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geperst zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geperst zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geperst zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden persen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden persen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden persen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geperst hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geperst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geperst zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt persen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geperst hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geperst hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geperst hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geperst worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord pers
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘drukken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240
Woordfamilie van persen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geperst | voltooid deelwoord | persen |
| persend | onvoltooid deelwoord | persen |
| persende | woordvorm | persen |
| perst | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | persen |
| perste | verleden tijd | persen |
| persten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | persen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van persen zijn vastgelegd.