penaliseren
werkwoordBetekenis
- (Vlaams) bestraffen, beboeten
werkwoord
- bestraffen, beboeten transitive
Vervoeging van penaliseren
penaliserenhele werkwoord — penaliseerdeverleden tijd enkelvoud — penaliseerdenverleden tijd meervoud — gepenaliseerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | penaliseer | penaliseerde |
| jij | penaliseert | penaliseerde |
| hij, zij, het | penaliseert | penaliseerde |
| wij | penaliseren | penaliseerden |
| jullie | penaliseren | penaliseerden |
| zij | penaliseren | penaliseerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gepenaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gepenaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gepenaliseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gepenaliseerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gepenaliseerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gepenaliseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gepenaliseerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gepenaliseerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gepenaliseerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gepenaliseerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gepenaliseerd | verleden tijd, deelwoord |
| gepenaliseerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gepenaliseerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gepenaliseerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gepenaliseerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gepenaliseerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gepenaliseerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gepenaliseerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gepenaliseerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gepenaliseerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gepenaliseerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gepenaliseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gepenaliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gepenaliseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gepenaliseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gepenaliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gepenaliseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gepenaliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gepenaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gepenaliseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gepenaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gepenaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gepenaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gepenaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gepenaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gepenaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gepenaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gepenaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| penaliseer | gebiedende wijs |
| penaliseerde | verleden tijd |
| penalisere | aanvoegende wijs |
| penaliserend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gepenaliseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te penaliseren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen penaliseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gepenaliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gepenaliseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gepenaliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gepenaliseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gepenaliseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gepenaliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gepenaliseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gepenaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gepenaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gepenaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gepenaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gepenaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gepenaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gepenaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gepenaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gepenaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gepenaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gepenaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gepenaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gepenaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gepenaliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gepenaliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gepenaliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gepenaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gepenaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gepenaliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gepenaliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal penaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal penaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal penaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gepenaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gepenaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gepenaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gepenaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gepenaliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gepenaliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gepenaliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gepenaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gepenaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gepenaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gepenaliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gepenaliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gepenaliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou penaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou penaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou penaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gepenaliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gepenaliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gepenaliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gepenaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gepenaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gepenaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gepenaliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gepenaliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gepenaliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden penaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden penaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden penaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gepenaliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gepenaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gepenaliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt penaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gepenaliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gepenaliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gepenaliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gepenaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gepenaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gepenaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gepenaliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gepenaliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gepenaliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen penaliseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen penaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen penaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen penaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gepenaliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gepenaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gepenaliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult penaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van het Franse pénaliser met het achtervoegsel -iseren
Woordfamilie van penaliseren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gepenaliseerd | voltooid deelwoord | penaliseren |
| gepenaliseerde | woordvorm | penaliseren |
| penaliseer | gebiedende wijs | penaliseren |
| penaliseerde | verleden tijd | penaliseren |
| penaliseerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | penaliseren |
| penaliseert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | penaliseren |
| penalisere | aanvoegende wijs | penaliseren |
| penaliserend | onvoltooid deelwoord | penaliseren |
| penaliserende | woordvorm | penaliseren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van penaliseren zijn vastgelegd.