Naar de inhoud

penaliseren

(Vlaams) bestraffen, beboeten

penaliseren

werkwoord

Betekenis

  1. (Vlaams) bestraffen, beboeten

werkwoord

  1. bestraffen, beboeten transitive

Vervoeging van penaliseren

penaliserenhele werkwoord — penaliseerdeverleden tijd enkelvoud — penaliseerdenverleden tijd meervoud — gepenaliseerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik penaliseer penaliseerde
jij penaliseert penaliseerde
hij, zij, het penaliseert penaliseerde
wij penaliseren penaliseerden
jullie penaliseren penaliseerden
zij penaliseren penaliseerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gepenaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gepenaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gepenaliseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gepenaliseerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gepenaliseerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gepenaliseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gepenaliseerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gepenaliseerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gepenaliseerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gepenaliseerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gepenaliseerd verleden tijd, deelwoord
gepenaliseerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gepenaliseerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gepenaliseerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gepenaliseerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gepenaliseerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gepenaliseerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gepenaliseerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gepenaliseerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gepenaliseerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gepenaliseerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gepenaliseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gepenaliseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gepenaliseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gepenaliseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gepenaliseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gepenaliseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gepenaliseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gepenaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gepenaliseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gepenaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gepenaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gepenaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gepenaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gepenaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gepenaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gepenaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gepenaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
penaliseer gebiedende wijs
penaliseerde verleden tijd
penalisere aanvoegende wijs
penaliserend onvoltooid, deelwoord
te hebben gepenaliseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te penaliseren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen penaliseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gepenaliseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gepenaliseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gepenaliseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gepenaliseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gepenaliseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gepenaliseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gepenaliseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gepenaliseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gepenaliseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gepenaliseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gepenaliseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gepenaliseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gepenaliseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gepenaliseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gepenaliseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gepenaliseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gepenaliseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gepenaliseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gepenaliseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gepenaliseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gepenaliseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gepenaliseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gepenaliseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gepenaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gepenaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gepenaliseerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gepenaliseerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal penaliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal penaliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal penaliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gepenaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gepenaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gepenaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gepenaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gepenaliseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gepenaliseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gepenaliseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gepenaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gepenaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gepenaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gepenaliseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gepenaliseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gepenaliseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou penaliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou penaliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou penaliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gepenaliseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gepenaliseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gepenaliseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gepenaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gepenaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gepenaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gepenaliseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gepenaliseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gepenaliseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden penaliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden penaliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden penaliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gepenaliseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gepenaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gepenaliseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt penaliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gepenaliseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gepenaliseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gepenaliseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gepenaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gepenaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gepenaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gepenaliseerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gepenaliseerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gepenaliseerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen penaliseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen penaliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen penaliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen penaliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gepenaliseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gepenaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gepenaliseerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult penaliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Franse pénaliser met het achtervoegsel -iseren

Woordfamilie van penaliseren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gepenaliseerd voltooid deelwoord penaliseren
gepenaliseerde woordvorm penaliseren
penaliseer gebiedende wijs penaliseren
penaliseerde verleden tijd penaliseren
penaliseerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon penaliseren
penaliseert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon penaliseren
penalisere aanvoegende wijs penaliseren
penaliserend onvoltooid deelwoord penaliseren
penaliserende woordvorm penaliseren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van penaliseren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over penaliseren

Wat betekent penaliseren?
Penaliseren is een werkwoord. Het woord betekent: (Vlaams) bestraffen, beboeten. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je penaliseren?
Je vervoegt penaliseren als volgt: de tegenwoordige tijd is penaliseer, de verleden tijd is penaliseerde en het voltooid deelwoord is gepenaliseerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord penaliseren is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. P 3
  2. E 1
  3. N 1
  4. A 1
  5. L 3
  6. I 1
  7. S 2
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

penaliseren levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. P 4
  2. E 1
  3. N 1
  4. A 1
  5. L 3
  6. I 2
  7. S 2
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 19 zonder bonus
  13. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

penaliseren in het kort

penaliseren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van penaliseren zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort penaliseren bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

penaliseren: (Vlaams) bestraffen, beboeten
Deel penaliseren — standaardnederlands.nl