Naar de inhoud

pavoiseren

met rijen vlaggen versieren

pavoiseren

werkwoord

Betekenis

  1. met rijen vlaggen versieren

Vervoeging van pavoiseren

pavoiserenhele werkwoord — pavoiseerdeverleden tijd enkelvoud — pavoiseerdenverleden tijd meervoud — gepavoiseerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik pavoiseer pavoiseerde
jij pavoiseert pavoiseerde
hij, zij, het pavoiseert pavoiseerde
wij pavoiseren pavoiseerden
jullie pavoiseren pavoiseerden
zij pavoiseren pavoiseerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gepavoiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gepavoiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gepavoiseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gepavoiseerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gepavoiseerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gepavoiseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gepavoiseerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gepavoiseerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gepavoiseerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gepavoiseerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gepavoiseerd verleden tijd, deelwoord
gepavoiseerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gepavoiseerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gepavoiseerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gepavoiseerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gepavoiseerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gepavoiseerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gepavoiseerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gepavoiseerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gepavoiseerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gepavoiseerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gepavoiseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gepavoiseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gepavoiseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gepavoiseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gepavoiseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gepavoiseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gepavoiseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gepavoiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gepavoiseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gepavoiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gepavoiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gepavoiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gepavoiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gepavoiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gepavoiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gepavoiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gepavoiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
pavoiseer gebiedende wijs
pavoiseerde verleden tijd
pavoisere aanvoegende wijs
pavoiserend onvoltooid, deelwoord
te hebben gepavoiseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te pavoiseren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen pavoiseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gepavoiseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gepavoiseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gepavoiseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gepavoiseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gepavoiseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gepavoiseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gepavoiseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gepavoiseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gepavoiseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gepavoiseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gepavoiseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gepavoiseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gepavoiseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gepavoiseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gepavoiseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gepavoiseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gepavoiseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gepavoiseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gepavoiseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gepavoiseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gepavoiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gepavoiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gepavoiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gepavoiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gepavoiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gepavoiseerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gepavoiseerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal pavoiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal pavoiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal pavoiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gepavoiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gepavoiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gepavoiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gepavoiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gepavoiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gepavoiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gepavoiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gepavoiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gepavoiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gepavoiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gepavoiseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gepavoiseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gepavoiseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou pavoiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou pavoiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou pavoiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gepavoiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gepavoiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gepavoiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gepavoiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gepavoiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gepavoiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gepavoiseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gepavoiseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gepavoiseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden pavoiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden pavoiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden pavoiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gepavoiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gepavoiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gepavoiseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt pavoiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gepavoiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gepavoiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gepavoiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gepavoiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gepavoiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gepavoiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gepavoiseerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gepavoiseerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gepavoiseerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen pavoiseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen pavoiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen pavoiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen pavoiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gepavoiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gepavoiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gepavoiseerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult pavoiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘met vlaggen versieren’ voor het eerst aangetroffen in 1912

Woordfamilie van pavoiseren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
pavoiseer gebiedende wijs pavoiseren
pavoiseerde verleden tijd pavoiseren
pavoiseerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon pavoiseren
pavoiseert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon pavoiseren
pavoisere aanvoegende wijs pavoiseren
pavoiserend onvoltooid deelwoord pavoiseren
pavoiserende woordvorm pavoiseren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van pavoiseren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over pavoiseren

Wat betekent pavoiseren?
Pavoiseren is een werkwoord. Het woord betekent: met rijen vlaggen versieren.
Hoe vervoeg je pavoiseren?
Je vervoegt pavoiseren als volgt: de tegenwoordige tijd is pavoiseer, de verleden tijd is pavoiseerde en het voltooid deelwoord is gepavoiseerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord pavoiseren is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. P 3
  2. A 1
  3. V 4
  4. O 1
  5. I 1
  6. S 2
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

pavoiseren levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. P 4
  2. A 1
  3. V 4
  4. O 1
  5. I 2
  6. S 2
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 zonder bonus
  12. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

pavoiseren in het kort

pavoiseren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van pavoiseren zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort pavoiseren bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

pavoiseren: met rijen vlaggen versieren
Deel pavoiseren — standaardnederlands.nl