pavoiseren
werkwoordBetekenis
- met rijen vlaggen versieren
Vervoeging van pavoiseren
pavoiserenhele werkwoord — pavoiseerdeverleden tijd enkelvoud — pavoiseerdenverleden tijd meervoud — gepavoiseerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | pavoiseer | pavoiseerde |
| jij | pavoiseert | pavoiseerde |
| hij, zij, het | pavoiseert | pavoiseerde |
| wij | pavoiseren | pavoiseerden |
| jullie | pavoiseren | pavoiseerden |
| zij | pavoiseren | pavoiseerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gepavoiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gepavoiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gepavoiseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gepavoiseerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gepavoiseerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gepavoiseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gepavoiseerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gepavoiseerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gepavoiseerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gepavoiseerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gepavoiseerd | verleden tijd, deelwoord |
| gepavoiseerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gepavoiseerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gepavoiseerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gepavoiseerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gepavoiseerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gepavoiseerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gepavoiseerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gepavoiseerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gepavoiseerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gepavoiseerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gepavoiseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gepavoiseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gepavoiseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gepavoiseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gepavoiseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gepavoiseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gepavoiseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gepavoiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gepavoiseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gepavoiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gepavoiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gepavoiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gepavoiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gepavoiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gepavoiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gepavoiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gepavoiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| pavoiseer | gebiedende wijs |
| pavoiseerde | verleden tijd |
| pavoisere | aanvoegende wijs |
| pavoiserend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gepavoiseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te pavoiseren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen pavoiseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gepavoiseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gepavoiseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gepavoiseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gepavoiseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gepavoiseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gepavoiseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gepavoiseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gepavoiseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gepavoiseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gepavoiseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gepavoiseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gepavoiseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gepavoiseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gepavoiseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gepavoiseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gepavoiseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gepavoiseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gepavoiseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gepavoiseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gepavoiseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gepavoiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gepavoiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gepavoiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gepavoiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gepavoiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gepavoiseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gepavoiseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal pavoiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal pavoiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal pavoiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gepavoiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gepavoiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gepavoiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gepavoiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gepavoiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gepavoiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gepavoiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gepavoiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gepavoiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gepavoiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gepavoiseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gepavoiseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gepavoiseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou pavoiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou pavoiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou pavoiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gepavoiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gepavoiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gepavoiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gepavoiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gepavoiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gepavoiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gepavoiseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gepavoiseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gepavoiseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden pavoiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden pavoiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden pavoiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gepavoiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gepavoiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gepavoiseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt pavoiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gepavoiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gepavoiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gepavoiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gepavoiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gepavoiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gepavoiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gepavoiseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gepavoiseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gepavoiseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen pavoiseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen pavoiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen pavoiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen pavoiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gepavoiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gepavoiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gepavoiseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult pavoiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘met vlaggen versieren’ voor het eerst aangetroffen in 1912
Woordfamilie van pavoiseren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| pavoiseer | gebiedende wijs | pavoiseren |
| pavoiseerde | verleden tijd | pavoiseren |
| pavoiseerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | pavoiseren |
| pavoiseert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | pavoiseren |
| pavoisere | aanvoegende wijs | pavoiseren |
| pavoiserend | onvoltooid deelwoord | pavoiseren |
| pavoiserende | woordvorm | pavoiseren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van pavoiseren zijn vastgelegd.