Naar de inhoud

patsen

zich gedragen als een patser

patsen is meer dan één woord

patsen

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. zich gedragen als een patser
  2. met een pats neerkomen

Vervoeging van patsen

patsenhele werkwoord — patsteverleden tijd enkelvoud — patstenverleden tijd meervoud — gepatstvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik pats patste
jij patst patste
hij, zij, het patst patste
wij patsen patsten
jullie patsen patsten
zij patsen patsten
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gepatst verleden tijd, deelwoord
gepatst te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gepatst zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gepatst voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gepatst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gepatst voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gepatst voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gepatst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gepatst voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gepatst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gepatst voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gepatst actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gepatst voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gepatst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gepatst voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gepatst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gepatst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gepatst voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
pats gebiedende wijs
patse aanvoegende wijs
patsend onvoltooid, deelwoord
patste verleden tijd
te hebben gepatst actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te patsen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen patsen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gepatst hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gepatst hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gepatst hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal patsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal patsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal patsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gepatst hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gepatst hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gepatst hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou patsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou patsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou patsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gepatst hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gepatst hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gepatst hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden patsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden patsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden patsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gepatst hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt patsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gepatst hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gepatst hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gepatst hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen patsen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen patsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen patsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen patsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gepatst hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult patsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord pats

Herkomst

afgeleid van pats met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van patsen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gepatst voltooid deelwoord patsen
patse aanvoegende wijs patsen
patsend onvoltooid deelwoord patsen
patsende woordvorm patsen
patst aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon patsen
patste verleden tijd patsen
patsten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon patsen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van patsen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over patsen

Wat is de betekenis van patsen?
Patsen is een werkwoord. De betekenis is: zich gedragen als een patser. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik patsen?
Zo vervoeg je patsen zo: de tegenwoordige tijd is pats, de verleden tijd is patste en het voltooid deelwoord is gepatst. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord patsen is 10 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. P 3
  2. A 1
  3. T 2
  4. S 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 10 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

patsen levert met Wordfeud minimaal 11 en maximaal 57 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. P 4
  2. A 1
  3. T 2
  4. S 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 11 zonder bonus
  8. 57 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

patsen telt 6 letters, waarvan 6 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

patsen in het kort

patsen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van patsen staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort patsen bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

patsen: zich gedragen als een patser
Deel patsen — standaardnederlands.nl