Naar de inhoud

partijtrekken

~ voor: een bepaalde partij bevoordelen

partijtrekken

werkwoord

Betekenis

  1. ~ voor: een bepaalde partij bevoordelen
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Vervoeging van partijtrekken

partijtrekkenhele werkwoord — trok partijverleden tijd enkelvoud — trokken partijverleden tijd meervoud — partijgetrokkenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik trek partij trok partij
jij trekt partij trok partij
hij, zij, het trekt partij trok partij
wij trekken partij trokken partij
jullie trekken partij trokken partij
zij trekken partij trokken partij
Alle 83 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is partijgetrokken impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was partijgetrokken impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd partijgetrokken impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt partijgetrokken impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal partijgetrokken worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal partijgetrokken zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou partijgetrokken worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou partijgetrokken zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had partijgetrokken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had partijgetrokken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had partijgetrokken voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden partijgetrokken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden partijgetrokken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden partijgetrokken voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt partijgetrokken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb partijgetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben partijgetrokken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben partijgetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben partijgetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben partijgetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt partijgetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft partijgetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft partijgetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
partij te trekken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
partij te zullen trekken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
partij zal trekken bijzin, toekomende tijd
partij zou trekken bijzin, voorwaardelijk
partij zouden trekken bijzin, voorwaardelijk
partij zoudt trekken bijzin, voorwaardelijk
partij zullen trekken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
partij zullen trekken bijzin, toekomende tijd
partij zult trekken bijzin, toekomende tijd
partijgetrokken verleden tijd, deelwoord
partijgetrokken te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
partijgetrokken zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
partijtrek bijzin, tegenwoordige tijd
partijtrekkend onvoltooid, deelwoord
partijtrekt bijzin, tegenwoordige tijd
partijtrok bijzin, verleden tijd
partijtrokken bijzin, verleden tijd
partijtrokt bijzin, verleden tijd
te hebben partijgetrokken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen partijtrekken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
trek partij gebiedende wijs
trok partij verleden tijd
zal partijgetrokken hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal partijgetrokken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal partijgetrokken hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal partijtrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal partijtrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal partijtrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal partijtrekken bijzin, toekomende tijd
zou partijgetrokken hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou partijgetrokken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou partijgetrokken hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou partijtrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou partijtrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou partijtrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou partijtrekken bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) partijtrekken partij zou(dt) trekken bijzin, voorwaardelijk
zouden partijgetrokken hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden partijgetrokken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden partijgetrokken hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden partijtrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden partijtrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden partijtrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden partijtrekken bijzin, voorwaardelijk
zoudt partijgetrokken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt partijtrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt partijtrekken bijzin, voorwaardelijk
zullen partijgetrokken hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen partijgetrokken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen partijgetrokken hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen partijtrekken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen partijtrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen partijtrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen partijtrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen partijtrekken bijzin, toekomende tijd
zult partijgetrokken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult partijtrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult partijtrekken bijzin, toekomende tijd
zult/zal partijtrekken partij zult/zal trekken bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van partij en trekken

Woordfamilie van partijtrekken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
partijgetrokken voltooid deelwoord partijtrekken
partijtrek subordinate-clause, tegenwoordige tijd partijtrekken
partijtrekke with-subordinate-clause partijtrekken
partijtrekkend onvoltooid deelwoord partijtrekken
partijtrekkende woordvorm partijtrekken
partijtrekt subordinate-clause, tegenwoordige tijd partijtrekken
partijtrok subordinate-clause, verleden tijd partijtrekken
partijtrokken subordinate-clause, verleden tijd partijtrekken
trek partij gebiedende wijs partijtrekken
trekke partij woordvorm partijtrekken
trekken partij aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon partijtrekken
trekt partij aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon partijtrekken
trok partij verleden tijd partijtrekken
trokken partij aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon partijtrekken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van partijtrekken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over partijtrekken

Wat is de betekenis van partijtrekken?
Partijtrekken is een werkwoord. De betekenis is: ~ voor: een bepaalde partij bevoordelen. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik partijtrekken?
Zo vervoeg je partijtrekken zo: het voltooid deelwoord is partijgetrokken. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord partijtrekken is 26 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. P 3
  2. A 1
  3. R 2
  4. T 2
  5. I 1
  6. J 4
  7. T 2
  8. R 2
  9. E 1
  10. K 3
  11. K 3
  12. E 1
  13. N 1
  14. 26 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

partijtrekken levert met Wordfeud minimaal 28 en maximaal 108 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. P 4
  2. A 1
  3. R 2
  4. T 2
  5. I 2
  6. J 4
  7. T 2
  8. R 2
  9. E 1
  10. K 3
  11. K 3
  12. E 1
  13. N 1
  14. 28 zonder bonus
  15. 108 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

partijtrekken in het kort

partijtrekken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van partijtrekken staan er 55 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort partijtrekken bij een woordfamilie van 14 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

partijtrekken: ~ voor: een bepaalde partij bevoordelen
Deel partijtrekken — standaardnederlands.nl