paars
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord parsBetekenis
- diverse kleurschakeringen tussen blauw en rood
- een voorwerp van paarse kleur
- een paarse kleur hebbend
- vertegenwoordigd door zowel als linkse als rechtse partijen
- met een paarse kleur
Hoe spreek je paars uit?
/pars/
Paars bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| a | maan |
| r | rood |
| s | sok |
zelfstandig naamwoord — neuter
- paarse kleurstof
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| paarsen | meervoud |
bijvoeglijk naamwoord
- met een kleur tussen rood en blauw
Woordvorm
- partitief van de stellende trap van paar
Herkomst
via Middelnederlands pers van Frans pers bn "met een kleur tussen blauw en groen", in de betekenis van ‘kleurnaam’ voor het eerst aangetroffen in 1296
Woordfamilie van paars
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| paarse | woordvorm | paars |
| paarsen | meervoud | paars |
| paarser | woordvorm | paars |
| paarsere | woordvorm | paars |
| paarsers | woordvorm | paars |
| paarst | woordvorm | paars |
| paarste | woordvorm | paars |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van paars zijn vastgelegd.