overzetten
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- van de ene kant naar de andere brengen
- van het ene systeem naar het andere systeem brengen
- vertalen
Vervoeging van overzetten
overzettenhele werkwoord — zette oververleden tijd enkelvoud — zetten oververleden tijd meervoud — overgezetvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | zet over | zette over |
| jij | zet over | zette over |
| hij, zij, het | zet over | zette over |
| wij | zetten over | zetten over |
| jullie | zetten over | zetten over |
| zij | zetten over | zetten over |
Alle 143 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben overgezet | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent overgezet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is overgezet | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was overgezet | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd overgezet | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt overgezet | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal overgezet worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal overgezet zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou overgezet worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou overgezet zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had overgezet | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had overgezet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had overgezet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden overgezet | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden overgezet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden overgezet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt overgezet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb overgezet | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben overgezet | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben overgezet | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben overgezet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben overgezet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt overgezet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft overgezet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft overgezet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is overgezet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is overgezet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| over te zetten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| over te zullen zetten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| over zal zetten | bijzin, toekomende tijd |
| over zou zetten | bijzin, voorwaardelijk |
| over zouden zetten | bijzin, voorwaardelijk |
| over zoudt zetten | bijzin, voorwaardelijk |
| over zullen zetten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| over zullen zetten | bijzin, toekomende tijd |
| over zult zetten | bijzin, toekomende tijd |
| overgezet | verleden tijd, deelwoord |
| overgezet te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| overgezet te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| overgezet te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| overgezet te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| overgezet te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| overgezet worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| overgezet zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| overgezet zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| overgezet zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| overgezet zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| overzet | bijzin, tegenwoordige tijd |
| overzette | bijzin, verleden tijd |
| overzettend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben overgezet | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen overzetten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart overgezet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren overgezet | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren overgezet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren overgezet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was overgezet | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was overgezet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was overgezet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd overgezet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd overgezet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd overgezet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden overgezet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden overgezet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden overgezet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt overgezet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word overgezet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden overgezet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden overgezet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden overgezet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt overgezet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt overgezet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal overgezet hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal overgezet hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal overgezet hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal overgezet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal overgezet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal overgezet zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal overgezet zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal overzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal overzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal overzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal overzetten | bijzin, toekomende tijd |
| zet over | gebiedende wijs |
| zette over | verleden tijd |
| zijn overgezet | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn overgezet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn overgezet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt overgezet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou overgezet hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou overgezet hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou overgezet hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou overgezet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou overgezet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou overgezet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou overgezet zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou overgezet zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou overgezet zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou overzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou overzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou overzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou overzetten | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) overzetten over zou(dt) zetten | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden overgezet hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden overgezet hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden overgezet hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden overgezet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden overgezet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden overgezet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden overgezet zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden overgezet zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden overgezet zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden overzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden overzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden overzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden overzetten | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt overgezet hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt overgezet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt overgezet zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt overzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt overzetten | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen overgezet hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen overgezet hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen overgezet hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen overgezet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen overgezet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen overgezet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen overgezet zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen overgezet zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen overgezet zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen overzetten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen overzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen overzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen overzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen overzetten | bijzin, toekomende tijd |
| zult overgezet hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult overgezet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult overgezet zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud verleden tijd van overzetten
Vervoeging van overzetten
overzettenhele werkwoord — zette oververleden tijd enkelvoud — zetten oververleden tijd meervoud — overgezetvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | zet over | zette over |
| jij | zet over | zette over |
| hij, zij, het | zet over | zette over |
| wij | zetten over | zetten over |
| jullie | zetten over | zetten over |
| zij | zetten over | zetten over |
Alle 143 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben overgezet | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent overgezet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is overgezet | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was overgezet | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd overgezet | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt overgezet | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal overgezet worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal overgezet zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou overgezet worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou overgezet zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had overgezet | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had overgezet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had overgezet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden overgezet | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden overgezet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden overgezet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt overgezet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb overgezet | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben overgezet | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben overgezet | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben overgezet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben overgezet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt overgezet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft overgezet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft overgezet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is overgezet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is overgezet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| over te zetten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| over te zullen zetten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| over zal zetten | bijzin, toekomende tijd |
| over zou zetten | bijzin, voorwaardelijk |
| over zouden zetten | bijzin, voorwaardelijk |
| over zoudt zetten | bijzin, voorwaardelijk |
| over zullen zetten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| over zullen zetten | bijzin, toekomende tijd |
| over zult zetten | bijzin, toekomende tijd |
| overgezet | verleden tijd, deelwoord |
| overgezet te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| overgezet te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| overgezet te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| overgezet te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| overgezet te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| overgezet worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| overgezet zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| overgezet zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| overgezet zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| overgezet zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| overzet | bijzin, tegenwoordige tijd |
| overzette | bijzin, verleden tijd |
| overzettend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben overgezet | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen overzetten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart overgezet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren overgezet | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren overgezet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren overgezet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was overgezet | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was overgezet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was overgezet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd overgezet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd overgezet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd overgezet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden overgezet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden overgezet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden overgezet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt overgezet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word overgezet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden overgezet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden overgezet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden overgezet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt overgezet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt overgezet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal overgezet hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal overgezet hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal overgezet hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal overgezet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal overgezet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal overgezet zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal overgezet zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal overzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal overzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal overzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal overzetten | bijzin, toekomende tijd |
| zet over | gebiedende wijs |
| zette over | verleden tijd |
| zijn overgezet | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn overgezet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn overgezet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt overgezet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou overgezet hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou overgezet hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou overgezet hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou overgezet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou overgezet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou overgezet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou overgezet zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou overgezet zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou overgezet zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou overzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou overzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou overzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou overzetten | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) overzetten over zou(dt) zetten | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden overgezet hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden overgezet hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden overgezet hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden overgezet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden overgezet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden overgezet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden overgezet zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden overgezet zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden overgezet zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden overzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden overzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden overzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden overzetten | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt overgezet hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt overgezet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt overgezet zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt overzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt overzetten | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen overgezet hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen overgezet hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen overgezet hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen overgezet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen overgezet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen overgezet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen overgezet zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen overgezet zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen overgezet zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen overzetten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen overzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen overzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen overzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen overzetten | bijzin, toekomende tijd |
| zult overgezet hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult overgezet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult overgezet zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord overzet
Herkomst
samenstelling van over en zetten
Woordfamilie van overzetten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| overgezet | voltooid deelwoord | overzetten |
| overgezette | woordvorm | overzetten |
| overzette | subordinate-clause, verleden tijd | overzetten |
| overzettend | onvoltooid deelwoord | overzetten |
| overzettende | woordvorm | overzetten |
| zet over | gebiedende wijs | overzetten |
| zette over | verleden tijd | overzetten |
| zetten over | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | overzetten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van overzetten zijn vastgelegd.