Naar de inhoud

overzetten

van de ene kant naar de andere brengen

overzetten is meer dan één woord

overzetten

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. van de ene kant naar de andere brengen
  2. van het ene systeem naar het andere systeem brengen
  3. vertalen

Vervoeging van overzetten

overzettenhele werkwoord — zette oververleden tijd enkelvoud — zetten oververleden tijd meervoud — overgezetvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik zet over zette over
jij zet over zette over
hij, zij, het zet over zette over
wij zetten over zetten over
jullie zetten over zetten over
zij zetten over zetten over
Alle 143 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben overgezet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent overgezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is overgezet impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was overgezet impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd overgezet impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt overgezet impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal overgezet worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal overgezet zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou overgezet worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou overgezet zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had overgezet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had overgezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had overgezet voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden overgezet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden overgezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden overgezet voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt overgezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb overgezet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben overgezet actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben overgezet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben overgezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben overgezet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt overgezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft overgezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft overgezet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is overgezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is overgezet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
over te zetten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
over te zullen zetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
over zal zetten bijzin, toekomende tijd
over zou zetten bijzin, voorwaardelijk
over zouden zetten bijzin, voorwaardelijk
over zoudt zetten bijzin, voorwaardelijk
over zullen zetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
over zullen zetten bijzin, toekomende tijd
over zult zetten bijzin, toekomende tijd
overgezet verleden tijd, deelwoord
overgezet te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
overgezet te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
overgezet te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
overgezet te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
overgezet te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
overgezet worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
overgezet zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
overgezet zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
overgezet zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
overgezet zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
overzet bijzin, tegenwoordige tijd
overzette bijzin, verleden tijd
overzettend onvoltooid, deelwoord
te hebben overgezet actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen overzetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart overgezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren overgezet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren overgezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren overgezet voltooid, verleden tijd, derde persoon
was overgezet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was overgezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was overgezet voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd overgezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd overgezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd overgezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden overgezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden overgezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden overgezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt overgezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word overgezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden overgezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden overgezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden overgezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt overgezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt overgezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal overgezet hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal overgezet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal overgezet hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal overgezet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal overgezet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal overgezet zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal overgezet zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal overzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal overzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal overzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal overzetten bijzin, toekomende tijd
zet over gebiedende wijs
zette over verleden tijd
zijn overgezet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn overgezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn overgezet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt overgezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou overgezet hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou overgezet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou overgezet hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou overgezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou overgezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou overgezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou overgezet zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou overgezet zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou overgezet zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou overzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou overzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou overzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou overzetten bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) overzetten over zou(dt) zetten bijzin, voorwaardelijk
zouden overgezet hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden overgezet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden overgezet hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden overgezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden overgezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden overgezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden overgezet zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden overgezet zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden overgezet zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden overzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden overzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden overzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden overzetten bijzin, voorwaardelijk
zoudt overgezet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt overgezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt overgezet zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt overzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt overzetten bijzin, voorwaardelijk
zullen overgezet hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen overgezet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen overgezet hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen overgezet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen overgezet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen overgezet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen overgezet zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen overgezet zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen overgezet zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen overzetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen overzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen overzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen overzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen overzetten bijzin, toekomende tijd
zult overgezet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult overgezet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult overgezet zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud verleden tijd van overzetten

Vervoeging van overzetten

overzettenhele werkwoord — zette oververleden tijd enkelvoud — zetten oververleden tijd meervoud — overgezetvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik zet over zette over
jij zet over zette over
hij, zij, het zet over zette over
wij zetten over zetten over
jullie zetten over zetten over
zij zetten over zetten over
Alle 143 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben overgezet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent overgezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is overgezet impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was overgezet impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd overgezet impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt overgezet impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal overgezet worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal overgezet zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou overgezet worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou overgezet zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had overgezet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had overgezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had overgezet voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden overgezet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden overgezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden overgezet voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt overgezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb overgezet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben overgezet actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben overgezet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben overgezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben overgezet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt overgezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft overgezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft overgezet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is overgezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is overgezet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
over te zetten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
over te zullen zetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
over zal zetten bijzin, toekomende tijd
over zou zetten bijzin, voorwaardelijk
over zouden zetten bijzin, voorwaardelijk
over zoudt zetten bijzin, voorwaardelijk
over zullen zetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
over zullen zetten bijzin, toekomende tijd
over zult zetten bijzin, toekomende tijd
overgezet verleden tijd, deelwoord
overgezet te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
overgezet te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
overgezet te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
overgezet te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
overgezet te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
overgezet worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
overgezet zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
overgezet zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
overgezet zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
overgezet zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
overzet bijzin, tegenwoordige tijd
overzette bijzin, verleden tijd
overzettend onvoltooid, deelwoord
te hebben overgezet actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen overzetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart overgezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren overgezet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren overgezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren overgezet voltooid, verleden tijd, derde persoon
was overgezet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was overgezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was overgezet voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd overgezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd overgezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd overgezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden overgezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden overgezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden overgezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt overgezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word overgezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden overgezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden overgezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden overgezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt overgezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt overgezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal overgezet hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal overgezet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal overgezet hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal overgezet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal overgezet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal overgezet zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal overgezet zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal overzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal overzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal overzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal overzetten bijzin, toekomende tijd
zet over gebiedende wijs
zette over verleden tijd
zijn overgezet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn overgezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn overgezet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt overgezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou overgezet hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou overgezet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou overgezet hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou overgezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou overgezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou overgezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou overgezet zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou overgezet zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou overgezet zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou overzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou overzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou overzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou overzetten bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) overzetten over zou(dt) zetten bijzin, voorwaardelijk
zouden overgezet hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden overgezet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden overgezet hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden overgezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden overgezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden overgezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden overgezet zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden overgezet zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden overgezet zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden overzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden overzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden overzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden overzetten bijzin, voorwaardelijk
zoudt overgezet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt overgezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt overgezet zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt overzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt overzetten bijzin, voorwaardelijk
zullen overgezet hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen overgezet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen overgezet hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen overgezet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen overgezet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen overgezet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen overgezet zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen overgezet zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen overgezet zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen overzetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen overzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen overzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen overzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen overzetten bijzin, toekomende tijd
zult overgezet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult overgezet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult overgezet zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord overzet

Herkomst

samenstelling van over en zetten

Woordfamilie van overzetten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
overgezet voltooid deelwoord overzetten
overgezette woordvorm overzetten
overzette subordinate-clause, verleden tijd overzetten
overzettend onvoltooid deelwoord overzetten
overzettende woordvorm overzetten
zet over gebiedende wijs overzetten
zette over verleden tijd overzetten
zetten over aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon overzetten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van overzetten zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over overzetten

Wat is de betekenis van overzetten?
Overzetten is een werkwoord. De betekenis is: van de ene kant naar de andere brengen. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik overzetten?
Zo vervoeg je overzetten zo: het voltooid deelwoord is overgezet. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord overzetten is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. V 4
  3. E 1
  4. R 2
  5. Z 4
  6. E 1
  7. T 2
  8. T 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

overzetten levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 90 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. V 4
  3. E 1
  4. R 2
  5. Z 5
  6. E 1
  7. T 2
  8. T 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 20 zonder bonus
  12. 90 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

overzetten in het kort

overzetten is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van overzetten staan er 84 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort overzetten bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

overzetten: van de ene kant naar de andere brengen
Deel overzetten — standaardnederlands.nl