Naar de inhoud

overwinteren

de winter op een bepaalde plaats doorbrengen

overwinteren

werkwoord

Betekenis

  1. de winter op een bepaalde plaats doorbrengen

Vervoeging van overwinteren

overwinterenhele werkwoord — overwinterdeverleden tijd enkelvoud — overwinterdenverleden tijd meervoud — overwinterdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik overwinter overwinterde
jij overwintert overwinterde
hij, zij, het overwintert overwinterde
wij overwinteren overwinterden
jullie overwinteren overwinterden
zij overwinteren overwinterden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
had overwinterd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had overwinterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had overwinterd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden overwinterd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden overwinterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden overwinterd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt overwinterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb overwinterd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben overwinterd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben overwinterd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben overwinterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben overwinterd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt overwinterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft overwinterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft overwinterd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
overwinter gebiedende wijs
overwinterd verleden tijd, deelwoord
overwinterd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
overwinterd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
overwinterde verleden tijd
overwintere aanvoegende wijs
overwinterend onvoltooid, deelwoord
te hebben overwinterd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te overwinteren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen overwinteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal overwinterd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal overwinterd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal overwinterd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal overwinteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal overwinteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal overwinteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou overwinterd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou overwinterd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou overwinterd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou overwinteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou overwinteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou overwinteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden overwinterd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden overwinterd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden overwinterd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden overwinteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden overwinteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden overwinteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt overwinterd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt overwinteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen overwinterd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen overwinterd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen overwinterd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen overwinteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen overwinteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen overwinteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen overwinteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult overwinterd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult overwinteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van over en winteren

Woordfamilie van overwinteren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
overwinter gebiedende wijs overwinteren
overwinterd voltooid deelwoord overwinteren
overwinterde verleden tijd overwinteren
overwinterden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon overwinteren
overwintere aanvoegende wijs overwinteren
overwinterend onvoltooid deelwoord overwinteren
overwinterende woordvorm overwinteren
overwintert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon overwinteren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van overwinteren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over overwinteren

Wat betekent overwinteren?
Overwinteren is een werkwoord. Het woord betekent: de winter op een bepaalde plaats doorbrengen.
Hoe vervoeg je overwinteren?
Je vervoegt overwinteren als volgt: de tegenwoordige tijd is overwinter, de verleden tijd is overwinterde en het voltooid deelwoord is overwinterd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord overwinteren is 22 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. V 4
  3. E 1
  4. R 2
  5. W 5
  6. I 1
  7. N 1
  8. T 2
  9. E 1
  10. R 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 22 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

overwinteren levert met Wordfeud minimaal 23 en maximaal 99 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. V 4
  3. E 1
  4. R 2
  5. W 5
  6. I 2
  7. N 1
  8. T 2
  9. E 1
  10. R 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 23 zonder bonus
  14. 99 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

overwinteren in het kort

overwinteren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van overwinteren zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort overwinteren bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

overwinteren: de winter op een bepaalde plaats doorbrengen
Deel overwinteren — standaardnederlands.nl