oververhitten
werkwoordBetekenis
- boven het gewone verhitten
Vervoeging van oververhitten
oververhittenhele werkwoord — oververhitteverleden tijd enkelvoud — oververhitvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | oververhit | oververhitte |
| jij | oververhit | oververhitte |
| hij, zij, het | oververhit | oververhitte |
| wij | oververhitten | — |
| jullie | oververhitten | — |
| zij | oververhitten | — |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben oververhit | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent oververhit | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is oververhit | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was oververhit | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd oververhit | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt oververhit | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal oververhit worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal oververhit zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou oververhit worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou oververhit zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had oververhit | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had oververhit | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had oververhit | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden oververhit | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden oververhit | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden oververhit | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt oververhit | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb oververhit | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben oververhit | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben oververhit | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben oververhit | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben oververhit | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt oververhit | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft oververhit | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft oververhit | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is oververhit | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is oververhit | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| oververhit | gebiedende wijs |
| oververhit | verleden tijd, deelwoord |
| oververhit te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| oververhit te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| oververhit te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| oververhit te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| oververhit te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| oververhit worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| oververhit zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| oververhit zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| oververhit zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| oververhit zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| oververhitte | verleden tijd |
| oververhitte | aanvoegende wijs |
| oververhittend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben oververhit | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te oververhitten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen oververhitten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart oververhit | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren oververhit | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren oververhit | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren oververhit | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was oververhit | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was oververhit | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was oververhit | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd oververhit | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd oververhit | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd oververhit | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden oververhit | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden oververhit | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden oververhit | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt oververhit | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word oververhit | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden oververhit | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden oververhit | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden oververhit | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt oververhit | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt oververhit | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal oververhit hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal oververhit hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal oververhit hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal oververhit worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal oververhit worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal oververhit zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal oververhit zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal oververhitten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal oververhitten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal oververhitten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn oververhit | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn oververhit | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn oververhit | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt oververhit | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou oververhit hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou oververhit hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou oververhit hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou oververhit worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou oververhit worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou oververhit worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou oververhit zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou oververhit zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou oververhit zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou oververhitten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou oververhitten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou oververhitten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden oververhit hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden oververhit hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden oververhit hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden oververhit worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden oververhit worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden oververhit worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden oververhit zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden oververhit zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden oververhit zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden oververhitten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden oververhitten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden oververhitten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt oververhit hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt oververhit worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt oververhit zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt oververhitten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen oververhit hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen oververhit hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen oververhit hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen oververhit worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen oververhit worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen oververhit worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen oververhit zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen oververhit zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen oververhit zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen oververhitten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen oververhitten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen oververhitten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen oververhitten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult oververhit hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult oververhit worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult oververhit zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult oververhitten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud verleden tijd van oververhitten
Vervoeging van oververhitten
oververhittenhele werkwoord — oververhitteverleden tijd enkelvoud — oververhitvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | oververhit | oververhitte |
| jij | oververhit | oververhitte |
| hij, zij, het | oververhit | oververhitte |
| wij | oververhitten | — |
| jullie | oververhitten | — |
| zij | oververhitten | — |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben oververhit | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent oververhit | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is oververhit | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was oververhit | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd oververhit | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt oververhit | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal oververhit worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal oververhit zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou oververhit worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou oververhit zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had oververhit | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had oververhit | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had oververhit | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden oververhit | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden oververhit | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden oververhit | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt oververhit | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb oververhit | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben oververhit | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben oververhit | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben oververhit | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben oververhit | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt oververhit | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft oververhit | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft oververhit | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is oververhit | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is oververhit | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| oververhit | gebiedende wijs |
| oververhit | verleden tijd, deelwoord |
| oververhit te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| oververhit te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| oververhit te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| oververhit te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| oververhit te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| oververhit worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| oververhit zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| oververhit zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| oververhit zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| oververhit zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| oververhitte | verleden tijd |
| oververhitte | aanvoegende wijs |
| oververhittend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben oververhit | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te oververhitten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen oververhitten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart oververhit | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren oververhit | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren oververhit | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren oververhit | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was oververhit | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was oververhit | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was oververhit | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd oververhit | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd oververhit | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd oververhit | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden oververhit | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden oververhit | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden oververhit | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt oververhit | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word oververhit | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden oververhit | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden oververhit | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden oververhit | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt oververhit | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt oververhit | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal oververhit hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal oververhit hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal oververhit hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal oververhit worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal oververhit worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal oververhit zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal oververhit zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal oververhitten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal oververhitten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal oververhitten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn oververhit | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn oververhit | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn oververhit | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt oververhit | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou oververhit hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou oververhit hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou oververhit hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou oververhit worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou oververhit worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou oververhit worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou oververhit zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou oververhit zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou oververhit zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou oververhitten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou oververhitten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou oververhitten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden oververhit hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden oververhit hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden oververhit hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden oververhit worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden oververhit worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden oververhit worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden oververhit zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden oververhit zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden oververhit zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden oververhitten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden oververhitten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden oververhitten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt oververhit hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt oververhit worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt oververhit zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt oververhitten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen oververhit hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen oververhit hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen oververhit hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen oververhit worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen oververhit worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen oververhit worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen oververhit zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen oververhit zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen oververhit zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen oververhitten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen oververhitten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen oververhitten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen oververhitten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult oververhit hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult oververhit worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult oververhit zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult oververhitten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van over en verhitten
Woordfamilie van oververhitten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| oververhittend | onvoltooid deelwoord | oververhitten |
| oververhittende | woordvorm | oververhitten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van oververhitten zijn vastgelegd.