Naar de inhoud

oververhitten

boven het gewone verhitten

oververhitten

werkwoord

Betekenis

  1. boven het gewone verhitten

Vervoeging van oververhitten

oververhittenhele werkwoord — oververhitteverleden tijd enkelvoud — oververhitvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik oververhit oververhitte
jij oververhit oververhitte
hij, zij, het oververhit oververhitte
wij oververhitten —
jullie oververhitten —
zij oververhitten —
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben oververhit voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent oververhit voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is oververhit impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was oververhit impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd oververhit impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt oververhit impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal oververhit worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal oververhit zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou oververhit worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou oververhit zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had oververhit voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had oververhit voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had oververhit voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden oververhit voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden oververhit voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden oververhit voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt oververhit voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb oververhit voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben oververhit actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben oververhit voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben oververhit voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben oververhit voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt oververhit voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft oververhit voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft oververhit voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is oververhit voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is oververhit voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
oververhit gebiedende wijs
oververhit verleden tijd, deelwoord
oververhit te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
oververhit te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
oververhit te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
oververhit te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
oververhit te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
oververhit worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
oververhit zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
oververhit zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
oververhit zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
oververhit zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
oververhitte verleden tijd
oververhitte aanvoegende wijs
oververhittend onvoltooid, deelwoord
te hebben oververhit actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te oververhitten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen oververhitten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart oververhit voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren oververhit voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren oververhit voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren oververhit voltooid, verleden tijd, derde persoon
was oververhit voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was oververhit voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was oververhit voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd oververhit enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd oververhit enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd oververhit enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden oververhit enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden oververhit enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden oververhit enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt oververhit enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word oververhit enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden oververhit enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden oververhit enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden oververhit enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt oververhit enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt oververhit enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal oververhit hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal oververhit hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal oververhit hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal oververhit worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal oververhit worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal oververhit zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal oververhit zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal oververhitten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal oververhitten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal oververhitten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn oververhit voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn oververhit voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn oververhit voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt oververhit voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou oververhit hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou oververhit hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou oververhit hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou oververhit worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou oververhit worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou oververhit worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou oververhit zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou oververhit zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou oververhit zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou oververhitten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou oververhitten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou oververhitten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden oververhit hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden oververhit hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden oververhit hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden oververhit worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden oververhit worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden oververhit worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden oververhit zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden oververhit zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden oververhit zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden oververhitten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden oververhitten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden oververhitten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt oververhit hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt oververhit worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt oververhit zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt oververhitten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen oververhit hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen oververhit hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen oververhit hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen oververhit worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen oververhit worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen oververhit worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen oververhit zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen oververhit zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen oververhit zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen oververhitten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen oververhitten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen oververhitten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen oververhitten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult oververhit hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult oververhit worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult oververhit zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult oververhitten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud verleden tijd van oververhitten

Vervoeging van oververhitten

oververhittenhele werkwoord — oververhitteverleden tijd enkelvoud — oververhitvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik oververhit oververhitte
jij oververhit oververhitte
hij, zij, het oververhit oververhitte
wij oververhitten —
jullie oververhitten —
zij oververhitten —
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben oververhit voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent oververhit voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is oververhit impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was oververhit impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd oververhit impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt oververhit impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal oververhit worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal oververhit zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou oververhit worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou oververhit zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had oververhit voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had oververhit voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had oververhit voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden oververhit voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden oververhit voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden oververhit voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt oververhit voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb oververhit voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben oververhit actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben oververhit voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben oververhit voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben oververhit voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt oververhit voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft oververhit voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft oververhit voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is oververhit voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is oververhit voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
oververhit gebiedende wijs
oververhit verleden tijd, deelwoord
oververhit te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
oververhit te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
oververhit te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
oververhit te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
oververhit te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
oververhit worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
oververhit zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
oververhit zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
oververhit zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
oververhit zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
oververhitte verleden tijd
oververhitte aanvoegende wijs
oververhittend onvoltooid, deelwoord
te hebben oververhit actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te oververhitten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen oververhitten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart oververhit voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren oververhit voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren oververhit voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren oververhit voltooid, verleden tijd, derde persoon
was oververhit voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was oververhit voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was oververhit voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd oververhit enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd oververhit enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd oververhit enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden oververhit enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden oververhit enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden oververhit enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt oververhit enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word oververhit enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden oververhit enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden oververhit enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden oververhit enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt oververhit enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt oververhit enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal oververhit hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal oververhit hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal oververhit hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal oververhit worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal oververhit worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal oververhit zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal oververhit zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal oververhitten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal oververhitten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal oververhitten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn oververhit voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn oververhit voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn oververhit voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt oververhit voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou oververhit hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou oververhit hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou oververhit hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou oververhit worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou oververhit worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou oververhit worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou oververhit zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou oververhit zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou oververhit zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou oververhitten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou oververhitten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou oververhitten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden oververhit hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden oververhit hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden oververhit hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden oververhit worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden oververhit worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden oververhit worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden oververhit zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden oververhit zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden oververhit zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden oververhitten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden oververhitten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden oververhitten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt oververhit hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt oververhit worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt oververhit zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt oververhitten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen oververhit hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen oververhit hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen oververhit hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen oververhit worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen oververhit worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen oververhit worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen oververhit zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen oververhit zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen oververhit zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen oververhitten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen oververhitten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen oververhitten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen oververhitten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult oververhit hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult oververhit worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult oververhit zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult oververhitten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van over en verhitten

Woordfamilie van oververhitten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
oververhittend onvoltooid deelwoord oververhitten
oververhittende woordvorm oververhitten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van oververhitten zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over oververhitten

Wat is de betekenis van oververhitten?
Oververhitten is een werkwoord. De betekenis is: boven het gewone verhitten.
Hoe vervoeg ik oververhitten?
Zo vervoeg je oververhitten zo: de tegenwoordige tijd is oververhit, de verleden tijd is oververhitte en het voltooid deelwoord is oververhit. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord oververhitten is 26 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. V 4
  3. E 1
  4. R 2
  5. V 4
  6. E 1
  7. R 2
  8. H 4
  9. I 1
  10. T 2
  11. T 2
  12. E 1
  13. N 1
  14. 26 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

oververhitten levert met Wordfeud minimaal 27 en maximaal 105 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. V 4
  3. E 1
  4. R 2
  5. V 4
  6. E 1
  7. R 2
  8. H 4
  9. I 2
  10. T 2
  11. T 2
  12. E 1
  13. N 1
  14. 27 zonder bonus
  15. 105 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

oververhitten in het kort

oververhitten staat in dit woordenboek als werkwoord. Van oververhitten staan er 71 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort oververhitten bij een woordfamilie van 2 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

oververhitten: boven het gewone verhitten
Deel oververhitten — standaardnederlands.nl