Naar de inhoud

overrulen

naast zich neer leggen of tenietdoen van een eerdere uitspraak of beslissing die gedaan was door een lagere macht

overrulen

werkwoord

Betekenis

  1. naast zich neer leggen of tenietdoen van een eerdere uitspraak of beslissing die gedaan was door een lagere macht

Vervoeging van overrulen

overrulenhele werkwoord — overruledeverleden tijd enkelvoud — overruledenverleden tijd meervoud — overruledvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik overrule overrulede
jij overrulet overrulede
hij, zij, het overrulet overrulede
wij overrulen overruleden
jullie overrulen overruleden
zij overrulen overruleden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben overruled voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent overruled voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is overruled impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was overruled impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd overruled impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt overruled impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal overruled worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal overruled zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou overruled worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou overruled zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had overruled voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had overruled voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had overruled voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden overruled voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden overruled voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden overruled voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt overruled voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb overruled voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben overruled actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben overruled voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben overruled voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben overruled voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt overruled voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft overruled voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft overruled voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is overruled voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is overruled voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
overrule gebiedende wijs
overrule aanvoegende wijs
overruled verleden tijd, deelwoord
overruled te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
overruled te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
overruled te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
overruled te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
overruled te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
overruled worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
overruled zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
overruled zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
overruled zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
overruled zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
overrulede verleden tijd
overrulend onvoltooid, deelwoord
te hebben overruled actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te overrulen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen overrulen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart overruled voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren overruled voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren overruled voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren overruled voltooid, verleden tijd, derde persoon
was overruled voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was overruled voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was overruled voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd overruled enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd overruled enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd overruled enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden overruled enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden overruled enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden overruled enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt overruled enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word overruled enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden overruled enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden overruled enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden overruled enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt overruled enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt overruled enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal overruled hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal overruled hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal overruled hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal overruled worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal overruled worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal overruled zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal overruled zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal overrulen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal overrulen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal overrulen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn overruled voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn overruled voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn overruled voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt overruled voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou overruled hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou overruled hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou overruled hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou overruled worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou overruled worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou overruled worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou overruled zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou overruled zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou overruled zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou overrulen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou overrulen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou overrulen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden overruled hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden overruled hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden overruled hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden overruled worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden overruled worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden overruled worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden overruled zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden overruled zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden overruled zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden overrulen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden overrulen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden overrulen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt overruled hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt overruled worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt overruled zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt overrulen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen overruled hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen overruled hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen overruled hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen overruled worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen overruled worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen overruled worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen overruled zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen overruled zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen overruled zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen overrulen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen overrulen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen overrulen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen overrulen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult overruled hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult overruled worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult overruled zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult overrulen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘overstemmen’ voor het eerst aangetroffen in 1984

Woordfamilie van overrulen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
overrule gebiedende wijs overrulen
overruled voltooid deelwoord overrulen
overrulede verleden tijd overrulen
overruleden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon overrulen
overrulend onvoltooid deelwoord overrulen
overrulende woordvorm overrulen
overrulet aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon overrulen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van overrulen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over overrulen

Wat betekent overrulen?
Overrulen is een werkwoord. Het woord betekent: naast zich neer leggen of tenietdoen van een eerdere uitspraak of beslissing die gedaan was door een lagere macht.
Hoe vervoeg je overrulen?
Je vervoegt overrulen als volgt: de tegenwoordige tijd is overrule, de verleden tijd is overrulede en het voltooid deelwoord is overruled. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord overrulen is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. V 4
  3. E 1
  4. R 2
  5. R 2
  6. U 4
  7. L 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

overrulen levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. V 4
  3. E 1
  4. R 2
  5. R 2
  6. U 2
  7. L 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 zonder bonus
  11. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

overrulen in het kort

overrulen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van overrulen zijn 74 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort overrulen bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

overrulen: naast zich neer leggen of tenietdoen van een eerdere uitspraak of beslissing die gedaan was door een lagere macht
Deel overrulen — standaardnederlands.nl