Naar de inhoud

overpompen

met behulp van een pomp van het ene vat in het andere brengen

overpompen

werkwoord

Betekenis

  1. met behulp van een pomp van het ene vat in het andere brengen
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Vervoeging van overpompen

overpompenhele werkwoord — pompte oververleden tijd enkelvoud — pompten oververleden tijd meervoud — overgepomptvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik pomp over pompte over
jij pompt over pompte over
hij, zij, het pompt over pompte over
wij pompen over pompten over
jullie pompen over pompten over
zij pompen over pompten over
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben overgepompt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent overgepompt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is overgepompt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was overgepompt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd overgepompt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt overgepompt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal overgepompt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal overgepompt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou overgepompt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou overgepompt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had overgepompt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had overgepompt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had overgepompt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden overgepompt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden overgepompt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden overgepompt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt overgepompt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb overgepompt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben overgepompt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben overgepompt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben overgepompt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben overgepompt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt overgepompt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft overgepompt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft overgepompt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is overgepompt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is overgepompt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
over te pompen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
over te zullen pompen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
over zal pompen bijzin, toekomende tijd
over zou pompen bijzin, voorwaardelijk
over zouden pompen bijzin, voorwaardelijk
over zoudt pompen bijzin, voorwaardelijk
over zullen pompen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
over zullen pompen bijzin, toekomende tijd
over zult pompen bijzin, toekomende tijd
overgepompt verleden tijd, deelwoord
overgepompt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
overgepompt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
overgepompt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
overgepompt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
overgepompt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
overgepompt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
overgepompt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
overgepompt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
overgepompt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
overgepompt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
overpomp bijzin, tegenwoordige tijd
overpompend onvoltooid, deelwoord
overpompt bijzin, tegenwoordige tijd
overpompte bijzin, verleden tijd
overpompten bijzin, verleden tijd
pomp over gebiedende wijs
pompte over verleden tijd
te hebben overgepompt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen overpompen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart overgepompt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren overgepompt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren overgepompt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren overgepompt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was overgepompt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was overgepompt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was overgepompt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd overgepompt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd overgepompt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd overgepompt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden overgepompt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden overgepompt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden overgepompt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt overgepompt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word overgepompt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden overgepompt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden overgepompt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden overgepompt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt overgepompt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt overgepompt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal overgepompt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal overgepompt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal overgepompt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal overgepompt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal overgepompt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal overgepompt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal overgepompt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal overpompen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal overpompen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal overpompen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal overpompen bijzin, toekomende tijd
zijn overgepompt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn overgepompt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn overgepompt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt overgepompt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou overgepompt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou overgepompt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou overgepompt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou overgepompt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou overgepompt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou overgepompt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou overgepompt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou overgepompt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou overgepompt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou overpompen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou overpompen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou overpompen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou overpompen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) overpompen over zou(dt) pompen bijzin, voorwaardelijk
zouden overgepompt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden overgepompt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden overgepompt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden overgepompt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden overgepompt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden overgepompt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden overgepompt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden overgepompt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden overgepompt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden overpompen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden overpompen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden overpompen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden overpompen bijzin, voorwaardelijk
zoudt overgepompt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt overgepompt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt overgepompt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt overpompen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt overpompen bijzin, voorwaardelijk
zullen overgepompt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen overgepompt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen overgepompt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen overgepompt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen overgepompt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen overgepompt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen overgepompt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen overgepompt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen overgepompt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen overpompen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen overpompen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen overpompen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen overpompen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen overpompen bijzin, toekomende tijd
zult overgepompt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van over en pompen

Woordfamilie van overpompen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
overgepompt voltooid deelwoord overpompen
overgepompte woordvorm overpompen
overpomp subordinate-clause, tegenwoordige tijd overpompen
overpompe with-subordinate-clause overpompen
overpompend onvoltooid deelwoord overpompen
overpompende woordvorm overpompen
overpompt subordinate-clause, tegenwoordige tijd overpompen
overpompte subordinate-clause, verleden tijd overpompen
overpompten subordinate-clause, verleden tijd overpompen
pomp over gebiedende wijs overpompen
pompe over woordvorm overpompen
pompen over aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon overpompen
pompt over aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon overpompen
pompte over verleden tijd overpompen
pompten over aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon overpompen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van overpompen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over overpompen

Wat is de betekenis van overpompen?
Overpompen is een werkwoord. De betekenis is: met behulp van een pomp van het ene vat in het andere brengen. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik overpompen?
Zo vervoeg je overpompen zo: het voltooid deelwoord is overgepompt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord overpompen is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. V 4
  3. E 1
  4. R 2
  5. P 3
  6. O 1
  7. M 3
  8. P 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

overpompen levert met Wordfeud minimaal 22 en maximaal 90 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. V 4
  3. E 1
  4. R 2
  5. P 4
  6. O 1
  7. M 3
  8. P 4
  9. E 1
  10. N 1
  11. 22 zonder bonus
  12. 90 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

overpompen in het kort

overpompen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van overpompen staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort overpompen bij een woordfamilie van 15 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

overpompen: met behulp van een pomp van het ene vat in het andere brengen
Deel overpompen — standaardnederlands.nl