Naar de inhoud

overkoepelen

met een koepelconstuctie overdekken

overkoepelen

werkwoord

Betekenis

  1. met een koepelconstuctie overdekken
  2. overdrachtelijk onder een grotere organisatie onderbrengen
  3. tweede betekenisomschrijving
  4. enz.

Vervoeging van overkoepelen

overkoepelenhele werkwoord — overkoepeldeverleden tijd enkelvoud — overkoepeldenverleden tijd meervoud — overkoepeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik overkoepel overkoepelde
jij overkoepelt overkoepelde
hij, zij, het overkoepelt overkoepelde
wij overkoepelen overkoepelden
jullie overkoepelen overkoepelden
zij overkoepelen overkoepelden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben overkoepeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent overkoepeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is overkoepeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was overkoepeld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd overkoepeld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt overkoepeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal overkoepeld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal overkoepeld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou overkoepeld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou overkoepeld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had overkoepeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had overkoepeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had overkoepeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden overkoepeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden overkoepeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden overkoepeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt overkoepeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb overkoepeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben overkoepeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben overkoepeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben overkoepeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben overkoepeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt overkoepeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft overkoepeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft overkoepeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is overkoepeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is overkoepeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
overkoepel gebiedende wijs
overkoepeld verleden tijd, deelwoord
overkoepeld te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
overkoepeld te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
overkoepeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
overkoepeld te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
overkoepeld te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
overkoepeld worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
overkoepeld zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
overkoepeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
overkoepeld zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
overkoepeld zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
overkoepelde verleden tijd
overkoepele aanvoegende wijs
overkoepelend onvoltooid, deelwoord
te hebben overkoepeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te overkoepelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen overkoepelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart overkoepeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren overkoepeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren overkoepeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren overkoepeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
was overkoepeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was overkoepeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was overkoepeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd overkoepeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd overkoepeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd overkoepeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden overkoepeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden overkoepeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden overkoepeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt overkoepeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word overkoepeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden overkoepeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden overkoepeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden overkoepeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt overkoepeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt overkoepeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal overkoepeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal overkoepeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal overkoepeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal overkoepeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal overkoepeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal overkoepeld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal overkoepeld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal overkoepelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal overkoepelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal overkoepelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn overkoepeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn overkoepeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn overkoepeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt overkoepeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou overkoepeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou overkoepeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou overkoepeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou overkoepeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou overkoepeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou overkoepeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou overkoepeld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou overkoepeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou overkoepeld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou overkoepelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou overkoepelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou overkoepelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden overkoepeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden overkoepeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden overkoepeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden overkoepeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden overkoepeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden overkoepeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden overkoepeld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden overkoepeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden overkoepeld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden overkoepelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden overkoepelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden overkoepelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt overkoepeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt overkoepeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt overkoepeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt overkoepelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen overkoepeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen overkoepeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen overkoepeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen overkoepeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen overkoepeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen overkoepeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen overkoepeld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen overkoepeld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen overkoepeld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen overkoepelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen overkoepelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen overkoepelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen overkoepelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult overkoepeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult overkoepeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult overkoepeld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult overkoepelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

samenstellende afleiding van over (bijwoord) en koepel (zelfstandig naamwoord) met het achtervoegsel -en dat een (werkwoord) vormt

Woordfamilie van overkoepelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
overkoepel gebiedende wijs overkoepelen
overkoepeld voltooid deelwoord overkoepelen
overkoepelde verleden tijd overkoepelen
overkoepelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon overkoepelen
overkoepele aanvoegende wijs overkoepelen
overkoepelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon overkoepelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van overkoepelen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over overkoepelen

Wat betekent overkoepelen?
Overkoepelen is een werkwoord. Het woord betekent: met een koepelconstuctie overdekken. Deze pagina beschrijft 4 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je overkoepelen?
Je vervoegt overkoepelen als volgt: de tegenwoordige tijd is overkoepel, de verleden tijd is overkoepelde en het voltooid deelwoord is overkoepeld. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord overkoepelen is 22 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. V 4
  3. E 1
  4. R 2
  5. K 3
  6. O 1
  7. E 1
  8. P 3
  9. E 1
  10. L 3
  11. E 1
  12. N 1
  13. 22 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

overkoepelen levert met Wordfeud minimaal 23 en maximaal 93 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. V 4
  3. E 1
  4. R 2
  5. K 3
  6. O 1
  7. E 1
  8. P 4
  9. E 1
  10. L 3
  11. E 1
  12. N 1
  13. 23 zonder bonus
  14. 93 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

overkoepelen in het kort

overkoepelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 4 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van overkoepelen zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort overkoepelen bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

overkoepelen: met een koepelconstuctie overdekken
Deel overkoepelen — standaardnederlands.nl