Naar de inhoud

overhevelen

iets verplaatsten

overhevelen

werkwoord

Betekenis

  1. iets verplaatsten

werkwoord

  1. iets verplaatsen

Vervoeging van overhevelen

overhevelenhele werkwoord — hevelde oververleden tijd enkelvoud — hevelden oververleden tijd meervoud — overgeheveldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik hevel over hevelde over
jij hevelt over hevelde over
hij, zij, het hevelt over hevelde over
wij hevelen over hevelden over
jullie hevelen over hevelden over
zij hevelen over hevelden over
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben overgeheveld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent overgeheveld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is overgeheveld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was overgeheveld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd overgeheveld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt overgeheveld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal overgeheveld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal overgeheveld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou overgeheveld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou overgeheveld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had overgeheveld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had overgeheveld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had overgeheveld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden overgeheveld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden overgeheveld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden overgeheveld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt overgeheveld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb overgeheveld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben overgeheveld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben overgeheveld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben overgeheveld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben overgeheveld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt overgeheveld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft overgeheveld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft overgeheveld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hevel over gebiedende wijs
hevelde over verleden tijd
is overgeheveld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is overgeheveld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
over te hevelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
over te zullen hevelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
over zal hevelen bijzin, toekomende tijd
over zou hevelen bijzin, voorwaardelijk
over zouden hevelen bijzin, voorwaardelijk
over zoudt hevelen bijzin, voorwaardelijk
over zullen hevelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
over zullen hevelen bijzin, toekomende tijd
over zult hevelen bijzin, toekomende tijd
overgeheveld verleden tijd, deelwoord
overgeheveld te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
overgeheveld te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
overgeheveld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
overgeheveld te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
overgeheveld te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
overgeheveld worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
overgeheveld zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
overgeheveld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
overgeheveld zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
overgeheveld zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
overhevel bijzin, tegenwoordige tijd
overhevelde bijzin, verleden tijd
overhevelden bijzin, verleden tijd
overhevelend onvoltooid, deelwoord
overhevelt bijzin, tegenwoordige tijd
te hebben overgeheveld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen overhevelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart overgeheveld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren overgeheveld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren overgeheveld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren overgeheveld voltooid, verleden tijd, derde persoon
was overgeheveld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was overgeheveld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was overgeheveld voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd overgeheveld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd overgeheveld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd overgeheveld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden overgeheveld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden overgeheveld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden overgeheveld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt overgeheveld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word overgeheveld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden overgeheveld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden overgeheveld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden overgeheveld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt overgeheveld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt overgeheveld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal overgeheveld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal overgeheveld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal overgeheveld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal overgeheveld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal overgeheveld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal overgeheveld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal overgeheveld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal overhevelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal overhevelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal overhevelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal overhevelen bijzin, toekomende tijd
zijn overgeheveld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn overgeheveld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn overgeheveld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt overgeheveld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou overgeheveld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou overgeheveld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou overgeheveld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou overgeheveld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou overgeheveld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou overgeheveld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou overgeheveld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou overgeheveld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou overgeheveld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou overhevelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou overhevelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou overhevelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou overhevelen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) overhevelen over zou(dt) hevelen bijzin, voorwaardelijk
zouden overgeheveld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden overgeheveld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden overgeheveld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden overgeheveld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden overgeheveld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden overgeheveld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden overgeheveld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden overgeheveld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden overgeheveld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden overhevelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden overhevelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden overhevelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden overhevelen bijzin, voorwaardelijk
zoudt overgeheveld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt overgeheveld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt overgeheveld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt overhevelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt overhevelen bijzin, voorwaardelijk
zullen overgeheveld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen overgeheveld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen overgeheveld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen overgeheveld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen overgeheveld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen overgeheveld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen overgeheveld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen overgeheveld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen overgeheveld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen overhevelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen overhevelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen overhevelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen overhevelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen overhevelen bijzin, toekomende tijd
zult overgeheveld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van over en hevelen

Woordfamilie van overhevelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
hevel over gebiedende wijs overhevelen
hevelde over verleden tijd overhevelen
hevelden over aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon overhevelen
hevele over woordvorm overhevelen
hevelen over aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon overhevelen
hevelt over aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon overhevelen
overgeheveld voltooid deelwoord overhevelen
overgehevelde woordvorm overhevelen
overhevel subordinate-clause, tegenwoordige tijd overhevelen
overhevelde subordinate-clause, verleden tijd overhevelen
overhevelden subordinate-clause, verleden tijd overhevelen
overhevele with-subordinate-clause overhevelen
overhevelend onvoltooid deelwoord overhevelen
overhevelende woordvorm overhevelen
overhevelt subordinate-clause, tegenwoordige tijd overhevelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van overhevelen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over overhevelen

Wat betekent overhevelen?
Overhevelen is een werkwoord. Het woord betekent: iets verplaatsten. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je overhevelen?
Je vervoegt overhevelen als volgt: het voltooid deelwoord is overgeheveld. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord overhevelen is 23 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. V 4
  3. E 1
  4. R 2
  5. H 4
  6. E 1
  7. V 4
  8. E 1
  9. L 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 23 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

overhevelen levert met Wordfeud minimaal 23 en maximaal 93 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. V 4
  3. E 1
  4. R 2
  5. H 4
  6. E 1
  7. V 4
  8. E 1
  9. L 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 23 zonder bonus
  13. 93 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

overhevelen in het kort

overhevelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van overhevelen zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort overhevelen bij een woordfamilie van 15 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

overhevelen: iets verplaatsten
Deel overhevelen — standaardnederlands.nl