Naar de inhoud

overhandigen

in de handen van een ander geven

overhandigen

werkwoord

Betekenis

  1. in de handen van een ander geven

Vervoeging van overhandigen

overhandigenhele werkwoord — overhandigdeverleden tijd enkelvoud — overhandigdenverleden tijd meervoud — overhandigdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik overhandig overhandigde
jij overhandigt overhandigde
hij, zij, het overhandigt overhandigde
wij overhandigen overhandigden
jullie overhandigen overhandigden
zij overhandigen overhandigden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben overhandigd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent overhandigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is overhandigd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was overhandigd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd overhandigd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt overhandigd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal overhandigd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal overhandigd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou overhandigd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou overhandigd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had overhandigd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had overhandigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had overhandigd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden overhandigd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden overhandigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden overhandigd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt overhandigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb overhandigd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben overhandigd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben overhandigd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben overhandigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben overhandigd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt overhandigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft overhandigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft overhandigd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is overhandigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is overhandigd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
overhandig gebiedende wijs
overhandigd verleden tijd, deelwoord
overhandigd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
overhandigd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
overhandigd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
overhandigd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
overhandigd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
overhandigd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
overhandigd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
overhandigd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
overhandigd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
overhandigd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
overhandigde verleden tijd
overhandige aanvoegende wijs
overhandigend onvoltooid, deelwoord
te hebben overhandigd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te overhandigen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen overhandigen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart overhandigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren overhandigd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren overhandigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren overhandigd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was overhandigd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was overhandigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was overhandigd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd overhandigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd overhandigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd overhandigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden overhandigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden overhandigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden overhandigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt overhandigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word overhandigd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden overhandigd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden overhandigd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden overhandigd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt overhandigd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt overhandigd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal overhandigd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal overhandigd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal overhandigd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal overhandigd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal overhandigd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal overhandigd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal overhandigd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal overhandigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal overhandigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal overhandigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn overhandigd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn overhandigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn overhandigd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt overhandigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou overhandigd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou overhandigd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou overhandigd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou overhandigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou overhandigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou overhandigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou overhandigd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou overhandigd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou overhandigd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou overhandigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou overhandigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou overhandigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden overhandigd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden overhandigd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden overhandigd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden overhandigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden overhandigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden overhandigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden overhandigd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden overhandigd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden overhandigd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden overhandigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden overhandigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden overhandigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt overhandigd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt overhandigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt overhandigd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt overhandigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen overhandigd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen overhandigd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen overhandigd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen overhandigd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen overhandigd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen overhandigd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen overhandigd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen overhandigd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen overhandigd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen overhandigen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen overhandigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen overhandigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen overhandigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult overhandigd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult overhandigd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult overhandigd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult overhandigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

samenstellende afleiding van over (bijwoord) en hand (zelfstandig naamwoord) met het achtervoegsel -ig en met het achtervoegsel -en dat werkwoorden vormt

Woordfamilie van overhandigen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
overhandig gebiedende wijs overhandigen
overhandigd voltooid deelwoord overhandigen
overhandigde verleden tijd overhandigen
overhandigden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon overhandigen
overhandige aanvoegende wijs overhandigen
overhandigend onvoltooid deelwoord overhandigen
overhandigende woordvorm overhandigen
overhandigt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon overhandigen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van overhandigen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over overhandigen

Wat is de betekenis van overhandigen?
Overhandigen is een werkwoord. De betekenis is: in de handen van een ander geven.
Hoe vervoeg ik overhandigen?
Zo vervoeg je overhandigen zo: de tegenwoordige tijd is overhandig, de verleden tijd is overhandigde en het voltooid deelwoord is overhandigd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord overhandigen is 22 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. V 4
  3. E 1
  4. R 2
  5. H 4
  6. A 1
  7. N 1
  8. D 2
  9. I 1
  10. G 3
  11. E 1
  12. N 1
  13. 22 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

overhandigen levert met Wordfeud minimaal 23 en maximaal 93 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. V 4
  3. E 1
  4. R 2
  5. H 4
  6. A 1
  7. N 1
  8. D 2
  9. I 2
  10. G 3
  11. E 1
  12. N 1
  13. 23 zonder bonus
  14. 93 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

overhandigen in het kort

overhandigen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van overhandigen staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort overhandigen bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

overhandigen: in de handen van een ander geven
Deel overhandigen — standaardnederlands.nl