Naar de inhoud

overgroeien

door begroeien geheel overdekken

overgroeien

werkwoord

Betekenis

  1. door begroeien geheel overdekken
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Vervoeging van overgroeien

overgroeienhele werkwoord — overgroeideverleden tijd enkelvoud — overgroeidenverleden tijd meervoud — overgroeidvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik overgroei overgroeide
jij overgroeit overgroeide
hij, zij, het overgroeit overgroeide
wij overgroeien overgroeiden
jullie overgroeien overgroeiden
zij overgroeien overgroeiden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
had overgroeid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had overgroeid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had overgroeid voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden overgroeid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden overgroeid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden overgroeid voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt overgroeid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb overgroeid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben overgroeid actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben overgroeid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben overgroeid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben overgroeid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt overgroeid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft overgroeid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft overgroeid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
overgroei gebiedende wijs
overgroeid verleden tijd, deelwoord
overgroeid te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
overgroeid zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
overgroeide verleden tijd
overgroeie aanvoegende wijs
overgroeiend onvoltooid, deelwoord
te hebben overgroeid actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te overgroeien actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen overgroeien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal overgroeid hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal overgroeid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal overgroeid hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal overgroeien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal overgroeien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal overgroeien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou overgroeid hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou overgroeid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou overgroeid hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou overgroeien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou overgroeien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou overgroeien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden overgroeid hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden overgroeid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden overgroeid hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden overgroeien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden overgroeien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden overgroeien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt overgroeid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt overgroeien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen overgroeid hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen overgroeid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen overgroeid hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen overgroeien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen overgroeien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen overgroeien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen overgroeien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult overgroeid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult overgroeien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van over bw en groeien ww

Woordfamilie van overgroeien

Woordvorm Relatie Afgeleid van
overgroei gebiedende wijs overgroeien
overgroeid voltooid deelwoord overgroeien
overgroeide verleden tijd overgroeien
overgroeiden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon overgroeien
overgroeie aanvoegende wijs overgroeien
overgroeiend onvoltooid deelwoord overgroeien
overgroeiende woordvorm overgroeien
overgroeit aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon overgroeien

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van overgroeien zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over overgroeien

Wat betekent overgroeien?
Overgroeien is een werkwoord. Het woord betekent: door begroeien geheel overdekken. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je overgroeien?
Je vervoegt overgroeien als volgt: de tegenwoordige tijd is overgroei, de verleden tijd is overgroeide en het voltooid deelwoord is overgroeid. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord overgroeien is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. V 4
  3. E 1
  4. R 2
  5. G 3
  6. R 2
  7. O 1
  8. E 1
  9. I 1
  10. E 1
  11. N 1
  12. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

overgroeien levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. V 4
  3. E 1
  4. R 2
  5. G 3
  6. R 2
  7. O 1
  8. E 1
  9. I 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 19 zonder bonus
  13. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

overgroeien in het kort

overgroeien staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van overgroeien zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort overgroeien bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

overgroeien: door begroeien geheel overdekken
Deel overgroeien — standaardnederlands.nl