Naar de inhoud

overdonderen

verbluffen, in heftige onrust gebracht worden

overdonderen

werkwoord

Betekenis

  1. verbluffen, in heftige onrust gebracht worden

Vervoeging van overdonderen

overdonderenhele werkwoord — overdonderdeverleden tijd enkelvoud — overdonderdenverleden tijd meervoud — overdonderdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik overdonder overdonderde
jij overdondert overdonderde
hij, zij, het overdondert overdonderde
wij overdonderen overdonderden
jullie overdonderen overdonderden
zij overdonderen overdonderden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben overdonderd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent overdonderd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is overdonderd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was overdonderd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd overdonderd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt overdonderd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal overdonderd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal overdonderd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou overdonderd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou overdonderd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had overdonderd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had overdonderd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had overdonderd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden overdonderd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden overdonderd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden overdonderd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt overdonderd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb overdonderd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben overdonderd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben overdonderd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben overdonderd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben overdonderd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt overdonderd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft overdonderd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft overdonderd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is overdonderd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is overdonderd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
overdonder gebiedende wijs
overdonderd verleden tijd, deelwoord
overdonderd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
overdonderd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
overdonderd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
overdonderd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
overdonderd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
overdonderd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
overdonderd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
overdonderd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
overdonderd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
overdonderd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
overdonderde verleden tijd
overdondere aanvoegende wijs
overdonderend onvoltooid, deelwoord
te hebben overdonderd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te overdonderen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen overdonderen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart overdonderd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren overdonderd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren overdonderd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren overdonderd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was overdonderd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was overdonderd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was overdonderd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd overdonderd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd overdonderd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd overdonderd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden overdonderd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden overdonderd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden overdonderd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt overdonderd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word overdonderd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden overdonderd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden overdonderd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden overdonderd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt overdonderd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt overdonderd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal overdonderd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal overdonderd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal overdonderd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal overdonderd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal overdonderd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal overdonderd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal overdonderd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal overdonderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal overdonderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal overdonderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn overdonderd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn overdonderd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn overdonderd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt overdonderd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou overdonderd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou overdonderd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou overdonderd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou overdonderd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou overdonderd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou overdonderd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou overdonderd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou overdonderd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou overdonderd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou overdonderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou overdonderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou overdonderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden overdonderd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden overdonderd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden overdonderd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden overdonderd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden overdonderd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden overdonderd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden overdonderd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden overdonderd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden overdonderd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden overdonderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden overdonderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden overdonderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt overdonderd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt overdonderd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt overdonderd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt overdonderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen overdonderd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen overdonderd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen overdonderd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen overdonderd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen overdonderd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen overdonderd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen overdonderd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen overdonderd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen overdonderd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen overdonderen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen overdonderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen overdonderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen overdonderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult overdonderd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult overdonderd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult overdonderd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult overdonderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van over en donderen

Woordfamilie van overdonderen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
overdonder gebiedende wijs overdonderen
overdonderd voltooid deelwoord overdonderen
overdonderde verleden tijd overdonderen
overdonderden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon overdonderen
overdondere aanvoegende wijs overdonderen
overdonderend onvoltooid deelwoord overdonderen
overdonderende woordvorm overdonderen
overdondert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon overdonderen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van overdonderen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over overdonderen

Wat betekent overdonderen?
Overdonderen is een werkwoord. Het woord betekent: verbluffen, in heftige onrust gebracht worden.
Hoe vervoeg je overdonderen?
Je vervoegt overdonderen als volgt: de tegenwoordige tijd is overdonder, de verleden tijd is overdonderde en het voltooid deelwoord is overdonderd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord overdonderen is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. V 4
  3. E 1
  4. R 2
  5. D 2
  6. O 1
  7. N 1
  8. D 2
  9. E 1
  10. R 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

overdonderen levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. V 4
  3. E 1
  4. R 2
  5. D 2
  6. O 1
  7. N 1
  8. D 2
  9. E 1
  10. R 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 19 zonder bonus
  14. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

overdonderen in het kort

overdonderen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van overdonderen zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort overdonderen bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

overdonderen: verbluffen, in heftige onrust gebracht worden
Deel overdonderen — standaardnederlands.nl