Naar de inhoud

overcompenseren

te sterk compenseren

overcompenseren

werkwoord

Betekenis

  1. te sterk compenseren

Vervoeging van overcompenseren

overcompenserenhele werkwoord — overcompenseerdeverleden tijd enkelvoud — overcompenseerdenverleden tijd meervoud — overgecompenseerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik overcompenseer overcompenseerde
jij overcompenseert overcompenseerde
hij, zij, het overcompenseert overcompenseerde
wij overcompenseren overcompenseerden
jullie overcompenseren overcompenseerden
zij overcompenseren overcompenseerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben overgecompenseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent overgecompenseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is overgecompenseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was overgecompenseerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd overgecompenseerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt overgecompenseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal overgecompenseerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal overgecompenseerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou overgecompenseerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou overgecompenseerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had overgecompenseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had overgecompenseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had overgecompenseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden overgecompenseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden overgecompenseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden overgecompenseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt overgecompenseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb overgecompenseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben overgecompenseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben overgecompenseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben overgecompenseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben overgecompenseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt overgecompenseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft overgecompenseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft overgecompenseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is overgecompenseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is overgecompenseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
overcompenseer gebiedende wijs
overcompenseerde verleden tijd
overcompensere aanvoegende wijs
overcompenserend onvoltooid, deelwoord
overgecompenseerd verleden tijd, deelwoord
overgecompenseerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
overgecompenseerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
overgecompenseerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
overgecompenseerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
overgecompenseerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
overgecompenseerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
overgecompenseerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
overgecompenseerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
overgecompenseerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
overgecompenseerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
te hebben overgecompenseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te overcompenseren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen overcompenseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart overgecompenseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren overgecompenseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren overgecompenseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren overgecompenseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was overgecompenseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was overgecompenseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was overgecompenseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd overgecompenseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd overgecompenseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd overgecompenseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden overgecompenseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden overgecompenseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden overgecompenseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt overgecompenseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word overgecompenseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden overgecompenseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden overgecompenseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden overgecompenseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt overgecompenseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt overgecompenseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal overcompenseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal overcompenseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal overcompenseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal overgecompenseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal overgecompenseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal overgecompenseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal overgecompenseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal overgecompenseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal overgecompenseerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal overgecompenseerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn overgecompenseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn overgecompenseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn overgecompenseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt overgecompenseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou overcompenseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou overcompenseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou overcompenseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou overgecompenseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou overgecompenseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou overgecompenseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou overgecompenseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou overgecompenseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou overgecompenseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou overgecompenseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou overgecompenseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou overgecompenseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden overcompenseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden overcompenseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden overcompenseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden overgecompenseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden overgecompenseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden overgecompenseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden overgecompenseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden overgecompenseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden overgecompenseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden overgecompenseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden overgecompenseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden overgecompenseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt overcompenseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt overgecompenseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt overgecompenseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt overgecompenseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen overcompenseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen overcompenseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen overcompenseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen overcompenseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen overgecompenseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen overgecompenseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen overgecompenseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen overgecompenseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen overgecompenseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen overgecompenseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen overgecompenseerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen overgecompenseerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen overgecompenseerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult overcompenseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult overgecompenseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult overgecompenseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult overgecompenseerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van over en compenseren

Woordfamilie van overcompenseren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
overcompenseer gebiedende wijs overcompenseren
overcompenseerde verleden tijd overcompenseren
overcompenseerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon overcompenseren
overcompenseert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon overcompenseren
overcompensere aanvoegende wijs overcompenseren
overcompenserend onvoltooid deelwoord overcompenseren
overcompenserende woordvorm overcompenseren
overgecompenseerd voltooid deelwoord overcompenseren
overgecompenseerde woordvorm overcompenseren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van overcompenseren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over overcompenseren

Wat is de betekenis van overcompenseren?
Overcompenseren is een werkwoord. De betekenis is: te sterk compenseren.
Hoe vervoeg ik overcompenseren?
Zo vervoeg je overcompenseren zo: de tegenwoordige tijd is overcompenseer, de verleden tijd is overcompenseerde en het voltooid deelwoord is overgecompenseerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Scrabble punten

Naar spel

Het woord overcompenseren is 29 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. V 4
  3. E 1
  4. R 2
  5. C 5
  6. O 1
  7. M 3
  8. P 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. S 2
  12. E 1
  13. R 2
  14. E 1
  15. N 1
  16. 29 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

overcompenseren levert met Wordfeud minimaal 30 en maximaal 120 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. V 4
  3. E 1
  4. R 2
  5. C 5
  6. O 1
  7. M 3
  8. P 4
  9. E 1
  10. N 1
  11. S 2
  12. E 1
  13. R 2
  14. E 1
  15. N 1
  16. 30 zonder bonus
  17. 120 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

overcompenseren in het kort

overcompenseren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van overcompenseren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort overcompenseren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

overcompenseren: te sterk compenseren
Deel overcompenseren — standaardnederlands.nl