orkestreren
werkwoordBetekenis
- in partijen voor orkest bewerken
Vervoeging van orkestreren
orkestrerenhele werkwoord — orkestreerdeverleden tijd enkelvoud — orkestreerdenverleden tijd meervoud — georkestreerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | orkestreer | orkestreerde |
| jij | orkestreert | orkestreerde |
| hij, zij, het | orkestreert | orkestreerde |
| wij | orkestreren | orkestreerden |
| jullie | orkestreren | orkestreerden |
| zij | orkestreren | orkestreerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben georkestreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent georkestreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is georkestreerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was georkestreerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd georkestreerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt georkestreerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal georkestreerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal georkestreerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou georkestreerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou georkestreerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| georkestreerd | verleden tijd, deelwoord |
| georkestreerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| georkestreerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| georkestreerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| georkestreerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| georkestreerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| georkestreerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| georkestreerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| georkestreerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| georkestreerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| georkestreerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had georkestreerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had georkestreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had georkestreerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden georkestreerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden georkestreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden georkestreerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt georkestreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb georkestreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben georkestreerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben georkestreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben georkestreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben georkestreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt georkestreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft georkestreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft georkestreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is georkestreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is georkestreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| orkestreer | gebiedende wijs |
| orkestreerde | verleden tijd |
| orkestrere | aanvoegende wijs |
| orkestrerend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben georkestreerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te orkestreren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen orkestreren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart georkestreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren georkestreerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren georkestreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren georkestreerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was georkestreerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was georkestreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was georkestreerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd georkestreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd georkestreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd georkestreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden georkestreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden georkestreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden georkestreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt georkestreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word georkestreerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden georkestreerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden georkestreerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden georkestreerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt georkestreerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt georkestreerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal georkestreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal georkestreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal georkestreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal georkestreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal georkestreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal georkestreerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal georkestreerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal orkestreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal orkestreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal orkestreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn georkestreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn georkestreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn georkestreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt georkestreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou georkestreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou georkestreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou georkestreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou georkestreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou georkestreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou georkestreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou georkestreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou georkestreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou georkestreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou orkestreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou orkestreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou orkestreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden georkestreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden georkestreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden georkestreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden georkestreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden georkestreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden georkestreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden georkestreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden georkestreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden georkestreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden orkestreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden orkestreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden orkestreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt georkestreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt georkestreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt georkestreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt orkestreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen georkestreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen georkestreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen georkestreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen georkestreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen georkestreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen georkestreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen georkestreerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen georkestreerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen georkestreerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen orkestreren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen orkestreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen orkestreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen orkestreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult georkestreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult georkestreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult georkestreerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult orkestreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van het Franse orchestrer (met het achtervoegsel -eren)
Woordfamilie van orkestreren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| georkestreerd | voltooid deelwoord | orkestreren |
| georkestreerde | woordvorm | orkestreren |
| orkestreer | gebiedende wijs | orkestreren |
| orkestreerde | verleden tijd | orkestreren |
| orkestreerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | orkestreren |
| orkestreert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | orkestreren |
| orkestrere | aanvoegende wijs | orkestreren |
| orkestrerend | onvoltooid deelwoord | orkestreren |
| orkestrerende | woordvorm | orkestreren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van orkestreren zijn vastgelegd.