Naar de inhoud

ordineren

de priesterwijding geven

ordineren

werkwoord

Betekenis

  1. de priesterwijding geven

Vervoeging van ordineren

ordinerenhele werkwoord — ordineerdeverleden tijd enkelvoud — ordineerdenverleden tijd meervoud — geordineerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik ordineer ordineerde
jij ordineert ordineerde
hij, zij, het ordineert ordineerde
wij ordineren ordineerden
jullie ordineren ordineerden
zij ordineren ordineerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geordineerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geordineerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geordineerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geordineerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geordineerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geordineerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geordineerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geordineerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geordineerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geordineerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geordineerd verleden tijd, deelwoord
geordineerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geordineerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geordineerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geordineerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geordineerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geordineerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geordineerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geordineerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geordineerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geordineerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geordineerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geordineerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geordineerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geordineerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geordineerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geordineerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geordineerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geordineerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geordineerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geordineerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geordineerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geordineerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geordineerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geordineerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geordineerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geordineerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geordineerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
ordineer gebiedende wijs
ordineerde verleden tijd
ordinere aanvoegende wijs
ordinerend onvoltooid, deelwoord
te hebben geordineerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te ordineren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen ordineren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geordineerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geordineerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geordineerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geordineerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geordineerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geordineerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geordineerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geordineerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geordineerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geordineerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geordineerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geordineerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geordineerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geordineerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geordineerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geordineerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geordineerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geordineerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geordineerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geordineerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal geordineerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geordineerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geordineerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geordineerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geordineerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geordineerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geordineerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ordineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal ordineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal ordineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn geordineerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geordineerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geordineerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geordineerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou geordineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geordineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geordineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geordineerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geordineerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geordineerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geordineerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geordineerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geordineerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ordineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou ordineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou ordineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geordineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geordineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geordineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geordineerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geordineerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geordineerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geordineerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geordineerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geordineerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ordineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ordineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ordineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geordineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geordineerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geordineerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ordineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geordineerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geordineerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geordineerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geordineerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geordineerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geordineerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geordineerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geordineerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geordineerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ordineren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen ordineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ordineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ordineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geordineerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geordineerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geordineerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ordineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Franse ordiner met het achtervoegsel -eren

Woordfamilie van ordineren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geordineerd voltooid deelwoord ordineren
geordineerde woordvorm ordineren
ordineer gebiedende wijs ordineren
ordineerde verleden tijd ordineren
ordineerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon ordineren
ordineert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon ordineren
ordinere aanvoegende wijs ordineren
ordinerend onvoltooid deelwoord ordineren
ordinerende woordvorm ordineren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ordineren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over ordineren

Wat is de betekenis van ordineren?
Ordineren is een werkwoord. De betekenis is: de priesterwijding geven.
Hoe vervoeg ik ordineren?
Zo vervoeg je ordineren zo: de tegenwoordige tijd is ordineer, de verleden tijd is ordineerde en het voltooid deelwoord is geordineerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord ordineren is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. R 2
  3. D 2
  4. I 1
  5. N 1
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

ordineren levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 51 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. R 2
  3. D 2
  4. I 2
  5. N 1
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 13 zonder bonus
  11. 51 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (R) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

ordineren in het kort

ordineren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van ordineren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort ordineren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

ordineren: de priesterwijding geven
Deel ordineren — standaardnederlands.nl