orde
zelfstandig naamwoord ˈɔrdəBetekenis
- gewenste regelmaat
- een hiërarchische organisatie
- een groep verwante organismen, onderdeel van een klasse en bestaande uit families
Hoe spreek je orde uit?
/ˈɔrdə/
Orde bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɔ | bot |
| r | rood |
| d | dak |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- gewenste regelmaat met het oog op een doel
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| orden | meervoud |
| ordes | meervoud |
| ordetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| ordetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘regelmatige plaatsing, geregelde toestand’ voor het eerst aangetroffen in 1350
Woordfamilie van orde
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ordes | meervoud | orde |
| ordetje | verkleinwoord | orde |
| ordetjes | verkleinwoord meervoud | orde |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van orde zijn vastgelegd.