ordelijk
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- rustig en zonder uitspattingen
- met een bepaalde regelmaat
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ordelijke | verbogen, stellende trap |
| ordelijker | onverbogen, vergrotende trap |
| ordelijkere | verbogen, vergrotende trap |
| ordelijkers | partitief, vergrotende trap |
| ordelijks | partitief, stellende trap |
| ordelijkst | onverbogen, overtreffende trap |
| ordelijkste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
Afgeleid van orde met het achtervoegsel -lijk
Woordfamilie van ordelijk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ordelijke | verbogen vorm | ordelijk |
| ordelijker | vergrotende trap | ordelijk |
| ordelijkere | verbogen vergrotende trap | ordelijk |
| ordelijkers | partitieve vergrotende trap | ordelijk |
| ordelijks | partitive, positive | ordelijk |
| ordelijkst | uninflected, superlative | ordelijk |
| ordelijkste | inflected, superlative | ordelijk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ordelijk zijn vastgelegd.