opvreter
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand die op kosten van een ander leeft, profiteur, parasiet, klaploper, uitvreter
- iemand die zijn gevoelens niet uit en zich dus opvreet van bijvoorbeeld woede, binnenvetter
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| opvreters | meervoud |
| opvretertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| opvretertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
afgeleid van opvreten met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van opvreter
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| opvreters | meervoud | opvreter |
| opvretertje | verkleinwoord | opvreter |
| opvretertjes | verkleinwoord meervoud | opvreter |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van opvreter zijn vastgelegd.