Naar de inhoud

opvatten

~ als een bepaalde interpretatie aan iets geven

opvatten

werkwoord

Betekenis

  1. ~ als een bepaalde interpretatie aan iets geven
  2. opnemen van met name werk

Vervoeging van opvatten

opvattenhele werkwoord — vatte opverleden tijd enkelvoud — vatten opverleden tijd meervoud — opgevatvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik vat op vatte op
jij vat op vatte op
hij, zij, het vat op vatte op
wij vatten op vatten op
jullie vatten op vatten op
zij vatten op vatten op
Alle 143 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben opgevat voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent opgevat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is opgevat impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was opgevat impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd opgevat impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt opgevat impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal opgevat worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal opgevat zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou opgevat worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou opgevat zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had opgevat voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had opgevat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had opgevat voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden opgevat voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden opgevat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden opgevat voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt opgevat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb opgevat voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opgevat actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben opgevat voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opgevat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben opgevat voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt opgevat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opgevat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opgevat voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is opgevat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is opgevat voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
op te vatten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
op te zullen vatten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
op zal vatten bijzin, toekomende tijd
op zou vatten bijzin, voorwaardelijk
op zouden vatten bijzin, voorwaardelijk
op zoudt vatten bijzin, voorwaardelijk
op zullen vatten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
op zullen vatten bijzin, toekomende tijd
op zult vatten bijzin, toekomende tijd
opgevat verleden tijd, deelwoord
opgevat te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
opgevat te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
opgevat te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgevat te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgevat te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgevat worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
opgevat zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
opgevat zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
opgevat zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
opgevat zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
opvat bijzin, tegenwoordige tijd
opvatte bijzin, verleden tijd
opvattend onvoltooid, deelwoord
te hebben opgevat actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen opvatten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vat op gebiedende wijs
vatte op verleden tijd
waart opgevat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren opgevat voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren opgevat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren opgevat voltooid, verleden tijd, derde persoon
was opgevat voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was opgevat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was opgevat voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd opgevat enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd opgevat enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd opgevat enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden opgevat enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden opgevat enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden opgevat enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt opgevat enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word opgevat enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden opgevat enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden opgevat enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden opgevat enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt opgevat enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt opgevat enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal opgevat hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgevat hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal opgevat hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal opgevat worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgevat worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal opgevat zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgevat zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal opvatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal opvatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal opvatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal opvatten bijzin, toekomende tijd
zijn opgevat voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn opgevat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn opgevat voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt opgevat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou opgevat hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgevat hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgevat hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou opgevat worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgevat worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou opgevat worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgevat zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgevat zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgevat zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou opvatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou opvatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou opvatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou opvatten bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) opvatten op zou(dt) vatten bijzin, voorwaardelijk
zouden opgevat hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden opgevat hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden opgevat hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opgevat worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden opgevat worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden opgevat worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opgevat zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden opgevat zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden opgevat zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opvatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden opvatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden opvatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden opvatten bijzin, voorwaardelijk
zoudt opgevat hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opgevat worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opgevat zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opvatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt opvatten bijzin, voorwaardelijk
zullen opgevat hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen opgevat hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen opgevat hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opgevat worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen opgevat worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen opgevat worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opgevat zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen opgevat zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen opgevat zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opvatten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen opvatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen opvatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen opvatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen opvatten bijzin, toekomende tijd
zult opgevat hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult opgevat worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult opgevat zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud verleden tijd van opvatten

Vervoeging van opvatten

opvattenhele werkwoord — vatte opverleden tijd enkelvoud — vatten opverleden tijd meervoud — opgevatvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik vat op vatte op
jij vat op vatte op
hij, zij, het vat op vatte op
wij vatten op vatten op
jullie vatten op vatten op
zij vatten op vatten op
Alle 143 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben opgevat voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent opgevat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is opgevat impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was opgevat impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd opgevat impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt opgevat impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal opgevat worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal opgevat zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou opgevat worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou opgevat zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had opgevat voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had opgevat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had opgevat voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden opgevat voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden opgevat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden opgevat voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt opgevat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb opgevat voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opgevat actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben opgevat voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opgevat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben opgevat voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt opgevat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opgevat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opgevat voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is opgevat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is opgevat voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
op te vatten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
op te zullen vatten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
op zal vatten bijzin, toekomende tijd
op zou vatten bijzin, voorwaardelijk
op zouden vatten bijzin, voorwaardelijk
op zoudt vatten bijzin, voorwaardelijk
op zullen vatten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
op zullen vatten bijzin, toekomende tijd
op zult vatten bijzin, toekomende tijd
opgevat verleden tijd, deelwoord
opgevat te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
opgevat te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
opgevat te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgevat te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgevat te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgevat worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
opgevat zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
opgevat zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
opgevat zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
opgevat zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
opvat bijzin, tegenwoordige tijd
opvatte bijzin, verleden tijd
opvattend onvoltooid, deelwoord
te hebben opgevat actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen opvatten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vat op gebiedende wijs
vatte op verleden tijd
waart opgevat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren opgevat voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren opgevat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren opgevat voltooid, verleden tijd, derde persoon
was opgevat voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was opgevat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was opgevat voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd opgevat enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd opgevat enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd opgevat enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden opgevat enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden opgevat enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden opgevat enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt opgevat enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word opgevat enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden opgevat enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden opgevat enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden opgevat enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt opgevat enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt opgevat enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal opgevat hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgevat hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal opgevat hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal opgevat worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgevat worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal opgevat zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgevat zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal opvatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal opvatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal opvatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal opvatten bijzin, toekomende tijd
zijn opgevat voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn opgevat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn opgevat voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt opgevat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou opgevat hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgevat hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgevat hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou opgevat worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgevat worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou opgevat worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgevat zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgevat zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgevat zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou opvatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou opvatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou opvatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou opvatten bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) opvatten op zou(dt) vatten bijzin, voorwaardelijk
zouden opgevat hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden opgevat hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden opgevat hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opgevat worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden opgevat worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden opgevat worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opgevat zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden opgevat zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden opgevat zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opvatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden opvatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden opvatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden opvatten bijzin, voorwaardelijk
zoudt opgevat hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opgevat worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opgevat zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opvatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt opvatten bijzin, voorwaardelijk
zullen opgevat hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen opgevat hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen opgevat hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opgevat worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen opgevat worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen opgevat worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opgevat zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen opgevat zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen opgevat zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opvatten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen opvatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen opvatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen opvatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen opvatten bijzin, toekomende tijd
zult opgevat hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult opgevat worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult opgevat zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van op en vatten

Woordfamilie van opvatten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
opgevat voltooid deelwoord opvatten
opgevatte woordvorm opvatten
opvat subordinate-clause, tegenwoordige tijd opvatten
opvatte subordinate-clause, verleden tijd opvatten
opvattend onvoltooid deelwoord opvatten
opvattende woordvorm opvatten
vat op gebiedende wijs opvatten
vatte op verleden tijd opvatten
vatten op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon opvatten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van opvatten zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over opvatten

Wat is de betekenis van opvatten?
Opvatten is een werkwoord. De betekenis is: ~ als een bepaalde interpretatie aan iets geven. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik opvatten?
Zo vervoeg je opvatten zo: het voltooid deelwoord is opgevat. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord opvatten is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. P 3
  3. V 4
  4. A 1
  5. T 2
  6. T 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

opvatten levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. P 4
  3. V 4
  4. A 1
  5. T 2
  6. T 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 16 zonder bonus
  10. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

opvatten in het kort

opvatten staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van opvatten staan er 84 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort opvatten bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

opvatten: ~ als een bepaalde interpretatie aan iets geven
Deel opvatten — standaardnederlands.nl