Naar de inhoud

optreden

voor een publiek bepaalde handelingen verrichten, bijvoorbeeld in kunstzinnige zin

optreden is meer dan één woord

optreden

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈɔptredə(n)

Betekenis

  1. voor een publiek bepaalde handelingen verrichten, bijvoorbeeld in kunstzinnige zin
  2. controlerende of bestraffende maatregelen uitvoeren
  3. in bepaalde gevallen gebeuren
  4. een kunstzinnig verschijnen voor een publiek

Hoe spreek je optreden uit?

/ˈɔptredən/

Optreden bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈɔptredən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɔ bot
p pak
t tak
r rood
e veel
d dak
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van optreden

optredenhele werkwoord — trad opverleden tijd enkelvoud — traden opverleden tijd meervoud — opgetredenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik treed op trad op
jij treedt op traadt op
hij, zij, het treedt op trad op
wij treden op traden op
jullie treden op traden op
zij treden op traden op
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is opgetreden impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon, voltooid
er was opgetreden impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, derde persoon, voltooid
er werd opgetreden impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, eerste persoon, onvoltooid
er wordt opgetreden impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon, onvoltooid
er zal opgetreden worden impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, eerste persoon, onvoltooid
er zal opgetreden zijn impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, derde persoon, voltooid
er zou opgetreden worden impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon, onvoltooid
er zou opgetreden zijn impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, derde persoon, voltooid
ev. gebiedende wijs
hebben opgetreden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
op te treden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
op te zullen treden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
op zal treden bijzin, toekomende tijd
op zou treden bijzin, voorwaardelijk
op zouden treden bijzin, voorwaardelijk
op zoudt treden bijzin, voorwaardelijk
op zullen treden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
op zullen treden bijzin, toekomende tijd
op zult treden bijzin, toekomende tijd
opgetreden verleden tijd, deelwoord
opgetreden te zullen hebben/zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgetreden zullen hebben/zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
optraadt bijzin, verleden tijd
optrad bijzin, verleden tijd
optraden bijzin, verleden tijd
optredend onvoltooid, deelwoord
optreed bijzin, tegenwoordige tijd
optreedt bijzin, tegenwoordige tijd
te hebben/zijn opgetreden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen optreden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
trad op verleden tijd
treed op gebiedende wijs
zal optreden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal optreden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal optreden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal optreden bijzin, toekomende tijd
zijn opgetreden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zou optreden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou optreden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou optreden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou optreden bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) optreden op zou(dt) treden bijzin, voorwaardelijk
zouden optreden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden optreden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden optreden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden optreden bijzin, voorwaardelijk
zoudt optreden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt optreden bijzin, voorwaardelijk
zullen optreden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen optreden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen optreden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen optreden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen optreden bijzin, toekomende tijd
zult optreden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult optreden bijzin, toekomende tijd
zult/zal optreden op zult/zal treden bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van op bw en treden ww

Woordfamilie van optreden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
opgetreden voltooid deelwoord optreden
optrad subordinate-clause, verleden tijd optreden
optraden subordinate-clause, verleden tijd optreden
optrede with-subordinate-clause optreden
optredens meervoud optreden
optredentje woordvorm optreden
optredentjes meervoud optreden
optreed subordinate-clause, tegenwoordige tijd optreden
optreedt subordinate-clause, tegenwoordige tijd optreden
trad op verleden tijd optreden
traden op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon optreden
trede op woordvorm optreden
treden op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon optreden
treed op gebiedende wijs optreden
treedt op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon optreden
optredes meervoud optrede

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van optreden zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over optreden

Hoe spreek ik optreden uit?
Zo spreek je optreden uit: /ˈɔptredə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van optreden?
Optreden is een werkwoord. De betekenis is: voor een publiek bepaalde handelingen verrichten, bijvoorbeeld in kunstzinnige zin. In totaal staan er 4 betekenissen.
Hoe vervoeg ik optreden?
Zo vervoeg je optreden zo: het voltooid deelwoord is opgetreden. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord optreden is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. P 3
  3. T 2
  4. R 2
  5. E 1
  6. D 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

optreden levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 66 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. P 4
  3. T 2
  4. R 2
  5. E 1
  6. D 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 14 zonder bonus
  10. 66 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

optreden in het kort

optreden is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 4 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van optreden staan er 44 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort optreden bij een woordfamilie van 16 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

optreden: voor een publiek bepaalde handelingen verrichten, bijvoorbeeld in kunstzinnige zin
Deel optreden — standaardnederlands.nl