optillen
werkwoord ˈɔptɪlə(n)Betekenis
- iets van de grond opheffen
- het hoofd optillen: niet meer naar beneden kijken maar vooruit of omhoog
Hoe spreek je optillen uit?
/ˈɔptɪlən/
Optillen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɔ | bot |
| p | pak |
| t | tak |
| ɪ | pit |
| l | land |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van optillen
optillenhele werkwoord — tilde opverleden tijd enkelvoud — tilden opverleden tijd meervoud — opgetildvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | til op | tilde op |
| jij | tilt op | tilde op |
| hij, zij, het | tilt op | tilde op |
| wij | tillen op | tilden op |
| jullie | tillen op | tilden op |
| zij | tillen op | tilden op |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben opgetild | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent opgetild | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is opgetild | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was opgetild | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd opgetild | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt opgetild | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal opgetild worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal opgetild zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou opgetild worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou opgetild zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had opgetild | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had opgetild | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had opgetild | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden opgetild | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden opgetild | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden opgetild | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt opgetild | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb opgetild | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben opgetild | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben opgetild | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben opgetild | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben opgetild | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt opgetild | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft opgetild | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft opgetild | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is opgetild | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is opgetild | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| op te tillen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| op te zullen tillen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| op zal tillen | bijzin, toekomende tijd |
| op zou tillen | bijzin, voorwaardelijk |
| op zouden tillen | bijzin, voorwaardelijk |
| op zoudt tillen | bijzin, voorwaardelijk |
| op zullen tillen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| op zullen tillen | bijzin, toekomende tijd |
| op zult tillen | bijzin, toekomende tijd |
| opgetild | verleden tijd, deelwoord |
| opgetild te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| opgetild te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| opgetild te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| opgetild te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| opgetild te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| opgetild worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| opgetild zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| opgetild zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| opgetild zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| opgetild zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| optil | bijzin, tegenwoordige tijd |
| optilde | bijzin, verleden tijd |
| optilden | bijzin, verleden tijd |
| optillend | onvoltooid, deelwoord |
| optilt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| te hebben opgetild | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen optillen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| til op | gebiedende wijs |
| tilde op | verleden tijd |
| waart opgetild | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren opgetild | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren opgetild | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren opgetild | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was opgetild | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was opgetild | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was opgetild | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd opgetild | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd opgetild | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd opgetild | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden opgetild | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden opgetild | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden opgetild | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt opgetild | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word opgetild | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden opgetild | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden opgetild | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden opgetild | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt opgetild | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt opgetild | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal opgetild hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal opgetild hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal opgetild hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal opgetild worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal opgetild worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal opgetild zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal opgetild zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal optillen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal optillen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal optillen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal optillen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn opgetild | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn opgetild | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn opgetild | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt opgetild | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou opgetild hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou opgetild hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou opgetild hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou opgetild worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou opgetild worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou opgetild worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou opgetild zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou opgetild zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou opgetild zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou optillen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou optillen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou optillen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou optillen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) optillen op zou(dt) tillen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden opgetild hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden opgetild hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden opgetild hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden opgetild worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden opgetild worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden opgetild worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden opgetild zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden opgetild zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden opgetild zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden optillen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden optillen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden optillen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden optillen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt opgetild hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt opgetild worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt opgetild zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt optillen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt optillen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen opgetild hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen opgetild hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen opgetild hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen opgetild worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen opgetild worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen opgetild worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen opgetild zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen opgetild zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen opgetild zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen optillen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen optillen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen optillen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen optillen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen optillen | bijzin, toekomende tijd |
| zult opgetild hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van op bw en tillen ww
Woordfamilie van optillen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| opgetild | voltooid deelwoord | optillen |
| opgetilde | woordvorm | optillen |
| optil | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | optillen |
| optilde | subordinate-clause, verleden tijd | optillen |
| optilden | subordinate-clause, verleden tijd | optillen |
| optille | with-subordinate-clause | optillen |
| optillend | onvoltooid deelwoord | optillen |
| optillende | woordvorm | optillen |
| optilt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | optillen |
| til op | gebiedende wijs | optillen |
| tilde op | verleden tijd | optillen |
| tilden op | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | optillen |
| tille op | woordvorm | optillen |
| tillen op | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | optillen |
| tilt op | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | optillen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van optillen zijn vastgelegd.