Naar de inhoud

optassen

in een hoge stapel verzamelen

optassen

werkwoord ˈɔptɑsə(n)

Betekenis

  1. in een hoge stapel verzamelen
  2. iemand met iets zwaars belasten (zowel letterlijk als figuurlijk)

Hoe spreek je optassen uit?

/ˈɔptɑsən/

Optassen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈɔptɑsən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɔ bot
p pak
t tak
ɑ bad
s sok
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. iemand met iets zwaars belasten ditransitive, obsolete

Vervoeging van optassen

optassenhele werkwoord — taste opverleden tijd enkelvoud — tasten opverleden tijd meervoud — opgetastvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik tas op taste op
jij tast op taste op
hij, zij, het tast op taste op
wij tassen op tasten op
jullie tassen op tasten op
zij tassen op tasten op
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben opgetast voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent opgetast voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is opgetast impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was opgetast impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd opgetast impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt opgetast impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal opgetast worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal opgetast zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou opgetast worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou opgetast zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had opgetast voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had opgetast voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had opgetast voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden opgetast voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden opgetast voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden opgetast voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt opgetast voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb opgetast voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opgetast actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben opgetast voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opgetast voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben opgetast voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt opgetast voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opgetast voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opgetast voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is opgetast voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is opgetast voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
op te tassen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
op te zullen tassen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
op zal tassen bijzin, toekomende tijd
op zou tassen bijzin, voorwaardelijk
op zouden tassen bijzin, voorwaardelijk
op zoudt tassen bijzin, voorwaardelijk
op zullen tassen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
op zullen tassen bijzin, toekomende tijd
op zult tassen bijzin, toekomende tijd
opgetast verleden tijd, deelwoord
opgetast te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
opgetast te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
opgetast te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgetast te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgetast te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgetast worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
opgetast zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
opgetast zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
opgetast zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
opgetast zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
optas bijzin, tegenwoordige tijd
optassend onvoltooid, deelwoord
optast bijzin, tegenwoordige tijd
optaste bijzin, verleden tijd
optasten bijzin, verleden tijd
tas op gebiedende wijs
taste op verleden tijd
te hebben opgetast actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen optassen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart opgetast voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren opgetast voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren opgetast voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren opgetast voltooid, verleden tijd, derde persoon
was opgetast voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was opgetast voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was opgetast voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd opgetast enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd opgetast enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd opgetast enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden opgetast enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden opgetast enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden opgetast enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt opgetast enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word opgetast enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden opgetast enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden opgetast enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden opgetast enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt opgetast enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt opgetast enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal opgetast hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgetast hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal opgetast hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal opgetast worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgetast worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal opgetast zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgetast zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal optassen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal optassen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal optassen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal optassen bijzin, toekomende tijd
zijn opgetast voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn opgetast voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn opgetast voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt opgetast voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou opgetast hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgetast hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgetast hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou opgetast worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgetast worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou opgetast worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgetast zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgetast zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgetast zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou optassen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou optassen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou optassen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou optassen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) optassen op zou(dt) tassen bijzin, voorwaardelijk
zouden opgetast hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden opgetast hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden opgetast hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opgetast worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden opgetast worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden opgetast worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opgetast zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden opgetast zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden opgetast zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden optassen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden optassen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden optassen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden optassen bijzin, voorwaardelijk
zoudt opgetast hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opgetast worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opgetast zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt optassen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt optassen bijzin, voorwaardelijk
zullen opgetast hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen opgetast hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen opgetast hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opgetast worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen opgetast worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen opgetast worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opgetast zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen opgetast zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen opgetast zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen optassen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen optassen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen optassen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen optassen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen optassen bijzin, toekomende tijd
zult opgetast hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van op bw en tassen ww

Woordfamilie van optassen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
optas subordinate-clause, tegenwoordige tijd optassen
optasse with-subordinate-clause optassen
optassend onvoltooid deelwoord optassen
optassende woordvorm optassen
tas op gebiedende wijs optassen
tasse op woordvorm optassen
tassen op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon optassen
tast op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon optassen
taste op verleden tijd optassen
tasten op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon optassen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van optassen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over optassen

Hoe spreek ik optassen uit?
Zo spreek je optassen uit: /ˈɔptɑsə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van optassen?
Optassen is een werkwoord. De betekenis is: in een hoge stapel verzamelen. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik optassen?
Zo vervoeg je optassen zo: het voltooid deelwoord is opgetast. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord optassen is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. P 3
  3. T 2
  4. A 1
  5. S 2
  6. S 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

optassen levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 66 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. P 4
  3. T 2
  4. A 1
  5. S 2
  6. S 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 14 zonder bonus
  10. 66 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

optassen in het kort

optassen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van optassen staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort optassen bij een woordfamilie van 10 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

optassen: in een hoge stapel verzamelen
Deel optassen — standaardnederlands.nl