opsommen
werkwoordBetekenis
- achter elkaar opnoemen
Vervoeging van opsommen
opsommenhele werkwoord — somde opverleden tijd enkelvoud — somden opverleden tijd meervoud — opgesomdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | som op | somde op |
| jij | somt op | somde op |
| hij, zij, het | somt op | somde op |
| wij | sommen op | somden op |
| jullie | sommen op | somden op |
| zij | sommen op | somden op |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben opgesomd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent opgesomd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is opgesomd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was opgesomd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd opgesomd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt opgesomd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal opgesomd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal opgesomd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou opgesomd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou opgesomd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had opgesomd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had opgesomd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had opgesomd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden opgesomd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden opgesomd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden opgesomd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt opgesomd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb opgesomd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben opgesomd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben opgesomd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben opgesomd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben opgesomd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt opgesomd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft opgesomd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft opgesomd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is opgesomd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is opgesomd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| op te sommen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| op te zullen sommen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| op zal sommen | bijzin, toekomende tijd |
| op zou sommen | bijzin, voorwaardelijk |
| op zouden sommen | bijzin, voorwaardelijk |
| op zoudt sommen | bijzin, voorwaardelijk |
| op zullen sommen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| op zullen sommen | bijzin, toekomende tijd |
| op zult sommen | bijzin, toekomende tijd |
| opgesomd | verleden tijd, deelwoord |
| opgesomd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| opgesomd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| opgesomd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| opgesomd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| opgesomd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| opgesomd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| opgesomd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| opgesomd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| opgesomd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| opgesomd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| opsom | bijzin, tegenwoordige tijd |
| opsomde | bijzin, verleden tijd |
| opsomden | bijzin, verleden tijd |
| opsommend | onvoltooid, deelwoord |
| opsomt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| som op | gebiedende wijs |
| somde op | verleden tijd |
| te hebben opgesomd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen opsommen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart opgesomd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren opgesomd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren opgesomd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren opgesomd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was opgesomd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was opgesomd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was opgesomd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd opgesomd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd opgesomd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd opgesomd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden opgesomd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden opgesomd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden opgesomd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt opgesomd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word opgesomd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden opgesomd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden opgesomd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden opgesomd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt opgesomd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt opgesomd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal opgesomd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal opgesomd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal opgesomd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal opgesomd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal opgesomd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal opgesomd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal opgesomd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal opsommen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal opsommen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal opsommen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal opsommen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn opgesomd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn opgesomd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn opgesomd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt opgesomd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou opgesomd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou opgesomd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou opgesomd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou opgesomd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou opgesomd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou opgesomd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou opgesomd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou opgesomd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou opgesomd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou opsommen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou opsommen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou opsommen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou opsommen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) opsommen op zou(dt) sommen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden opgesomd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden opgesomd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden opgesomd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden opgesomd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden opgesomd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden opgesomd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden opgesomd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden opgesomd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden opgesomd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden opsommen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden opsommen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden opsommen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden opsommen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt opgesomd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt opgesomd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt opgesomd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt opsommen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt opsommen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen opgesomd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen opgesomd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen opgesomd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen opgesomd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen opgesomd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen opgesomd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen opgesomd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen opgesomd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen opgesomd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen opsommen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen opsommen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen opsommen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen opsommen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen opsommen | bijzin, toekomende tijd |
| zult opgesomd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van op en sommen
Woordfamilie van opsommen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| opgesomd | voltooid deelwoord | opsommen |
| opsom | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | opsommen |
| opsomde | subordinate-clause, verleden tijd | opsommen |
| opsomden | subordinate-clause, verleden tijd | opsommen |
| opsomme | with-subordinate-clause | opsommen |
| opsommend | onvoltooid deelwoord | opsommen |
| opsommende | woordvorm | opsommen |
| opsomt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | opsommen |
| som op | gebiedende wijs | opsommen |
| somde op | verleden tijd | opsommen |
| somden op | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | opsommen |
| somme op | woordvorm | opsommen |
| sommen op | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | opsommen |
| somt op | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | opsommen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van opsommen zijn vastgelegd.