opsnuiven
werkwoordBetekenis
- door de neus inademen en daardoor iets in de neus opnemen
Vervoeging van opsnuiven
opsnuivenhele werkwoord — snoof opverleden tijd enkelvoud — snoven opverleden tijd meervoud — opgesnovenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | snuif op | snoof op |
| jij | snuift op | snoof op |
| hij, zij, het | snuift op | snoof op |
| wij | snuiven op | snoven op |
| jullie | snuiven op | snoven op |
| zij | snuiven op | snoven op |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben opgesnoven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent opgesnoven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is opgesnoven | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was opgesnoven | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd opgesnoven | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt opgesnoven | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal opgesnoven worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal opgesnoven zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou opgesnoven worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou opgesnoven zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had opgesnoven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had opgesnoven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had opgesnoven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden opgesnoven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden opgesnoven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden opgesnoven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt opgesnoven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb opgesnoven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben opgesnoven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben opgesnoven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben opgesnoven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben opgesnoven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt opgesnoven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft opgesnoven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft opgesnoven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is opgesnoven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is opgesnoven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| op te snuiven | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| op te zullen snuiven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| op zal snuiven | bijzin, toekomende tijd |
| op zou snuiven | bijzin, voorwaardelijk |
| op zouden snuiven | bijzin, voorwaardelijk |
| op zoudt snuiven | bijzin, voorwaardelijk |
| op zullen snuiven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| op zullen snuiven | bijzin, toekomende tijd |
| op zult snuiven | bijzin, toekomende tijd |
| opgesnoven | verleden tijd, deelwoord |
| opgesnoven te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| opgesnoven te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| opgesnoven te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| opgesnoven te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| opgesnoven te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| opgesnoven worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| opgesnoven zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| opgesnoven zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| opgesnoven zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| opgesnoven zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| opsnoof | bijzin, verleden tijd |
| opsnoven | bijzin, verleden tijd |
| opsnuif | bijzin, tegenwoordige tijd |
| opsnuift | bijzin, tegenwoordige tijd |
| opsnuivend | onvoltooid, deelwoord |
| snoof op | verleden tijd |
| snuif op | gebiedende wijs |
| te hebben opgesnoven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen opsnuiven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart opgesnoven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren opgesnoven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren opgesnoven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren opgesnoven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was opgesnoven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was opgesnoven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was opgesnoven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd opgesnoven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd opgesnoven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd opgesnoven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden opgesnoven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden opgesnoven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden opgesnoven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt opgesnoven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word opgesnoven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden opgesnoven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden opgesnoven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden opgesnoven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt opgesnoven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt opgesnoven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal opgesnoven hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal opgesnoven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal opgesnoven hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal opgesnoven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal opgesnoven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal opgesnoven zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal opgesnoven zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal opsnuiven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal opsnuiven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal opsnuiven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal opsnuiven | bijzin, toekomende tijd |
| zijn opgesnoven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn opgesnoven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn opgesnoven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt opgesnoven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou opgesnoven hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou opgesnoven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou opgesnoven hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou opgesnoven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou opgesnoven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou opgesnoven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou opgesnoven zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou opgesnoven zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou opgesnoven zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou opsnuiven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou opsnuiven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou opsnuiven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou opsnuiven | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) opsnuiven op zou(dt) snuiven | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden opgesnoven hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden opgesnoven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden opgesnoven hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden opgesnoven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden opgesnoven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden opgesnoven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden opgesnoven zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden opgesnoven zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden opgesnoven zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden opsnuiven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden opsnuiven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden opsnuiven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden opsnuiven | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt opgesnoven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt opgesnoven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt opgesnoven zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt opsnuiven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt opsnuiven | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen opgesnoven hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen opgesnoven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen opgesnoven hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen opgesnoven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen opgesnoven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen opgesnoven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen opgesnoven zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen opgesnoven zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen opgesnoven zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen opsnuiven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen opsnuiven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen opsnuiven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen opsnuiven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen opsnuiven | bijzin, toekomende tijd |
| zult opgesnoven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van op bw en snuiven ww
Woordfamilie van opsnuiven
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| opgesnoven | voltooid deelwoord | opsnuiven |
| opsnoof | subordinate-clause, verleden tijd | opsnuiven |
| opsnoven | subordinate-clause, verleden tijd | opsnuiven |
| opsnuif | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | opsnuiven |
| opsnuift | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | opsnuiven |
| opsnuive | with-subordinate-clause | opsnuiven |
| opsnuivend | onvoltooid deelwoord | opsnuiven |
| opsnuivende | woordvorm | opsnuiven |
| snoof op | verleden tijd | opsnuiven |
| snoven op | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | opsnuiven |
| snuif op | gebiedende wijs | opsnuiven |
| snuift op | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | opsnuiven |
| snuive op | woordvorm | opsnuiven |
| snuiven op | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | opsnuiven |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van opsnuiven zijn vastgelegd.