opscheplepel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een lange, grote en diepe lepel bedoeld voor het opdienen van soep, groenten e.d
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| opscheplepels | meervoud |
| opscheplepeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| opscheplepeltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van opschep ww en lepel
Woordfamilie van opscheplepel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| opscheplepels | meervoud | opscheplepel |
| opscheplepeltje | verkleinwoord | opscheplepel |
| opscheplepeltjes | verkleinwoord meervoud | opscheplepel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van opscheplepel zijn vastgelegd.