opschepen
werkwoordBetekenis
- iemand ergens mee belasten terwijl je er zelf ook verantwoordelijkheid voor hebt
Vervoeging van opschepen
opschepenhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘ten laste van een ander laten’ voor het eerst aangetroffen in 1733
Woordfamilie van opschepen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| opgescheept | woordvorm | opschepen |
| opscheep | with-subordinate-clause | opschepen |
| opscheept | with-subordinate-clause | opschepen |
| opscheepte | with-subordinate-clause | opschepen |
| opscheepten | with-subordinate-clause | opschepen |
| opschepe | with-subordinate-clause | opschepen |
| opschepend | woordvorm | opschepen |
| opschepende | woordvorm | opschepen |
| scheep op | woordvorm | opschepen |
| scheept op | woordvorm | opschepen |
| scheepte op | woordvorm | opschepen |
| scheepten op | woordvorm | opschepen |
| schepe op | woordvorm | opschepen |
| schepen op | woordvorm | opschepen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van opschepen zijn vastgelegd.