oppoetsen
werkwoordBetekenis
- iets door poetsen een betere aanblik geven
- overdrachtelijk iets een opknapbeurt geven
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Vervoeging van oppoetsen
oppoetsenhele werkwoord — poetste opverleden tijd enkelvoud — poetsten opverleden tijd meervoud — opgepoetstvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | poets op | poetste op |
| jij | poetst op | poetste op |
| hij, zij, het | poetst op | poetste op |
| wij | poetsen op | poetsten op |
| jullie | poetsen op | poetsten op |
| zij | poetsen op | poetsten op |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben opgepoetst | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent opgepoetst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is opgepoetst | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was opgepoetst | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd opgepoetst | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt opgepoetst | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal opgepoetst worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal opgepoetst zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou opgepoetst worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou opgepoetst zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had opgepoetst | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had opgepoetst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had opgepoetst | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden opgepoetst | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden opgepoetst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden opgepoetst | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt opgepoetst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb opgepoetst | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben opgepoetst | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben opgepoetst | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben opgepoetst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben opgepoetst | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt opgepoetst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft opgepoetst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft opgepoetst | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is opgepoetst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is opgepoetst | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| op te poetsen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| op te zullen poetsen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| op zal poetsen | bijzin, toekomende tijd |
| op zou poetsen | bijzin, voorwaardelijk |
| op zouden poetsen | bijzin, voorwaardelijk |
| op zoudt poetsen | bijzin, voorwaardelijk |
| op zullen poetsen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| op zullen poetsen | bijzin, toekomende tijd |
| op zult poetsen | bijzin, toekomende tijd |
| opgepoetst | verleden tijd, deelwoord |
| opgepoetst te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| opgepoetst te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| opgepoetst te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| opgepoetst te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| opgepoetst te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| opgepoetst worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| opgepoetst zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| opgepoetst zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| opgepoetst zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| opgepoetst zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| oppoets | bijzin, tegenwoordige tijd |
| oppoetsend | onvoltooid, deelwoord |
| oppoetst | bijzin, tegenwoordige tijd |
| oppoetste | bijzin, verleden tijd |
| oppoetsten | bijzin, verleden tijd |
| poets op | gebiedende wijs |
| poetste op | verleden tijd |
| te hebben opgepoetst | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen oppoetsen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart opgepoetst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren opgepoetst | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren opgepoetst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren opgepoetst | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was opgepoetst | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was opgepoetst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was opgepoetst | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd opgepoetst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd opgepoetst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd opgepoetst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden opgepoetst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden opgepoetst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden opgepoetst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt opgepoetst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word opgepoetst | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden opgepoetst | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden opgepoetst | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden opgepoetst | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt opgepoetst | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt opgepoetst | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal opgepoetst hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal opgepoetst hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal opgepoetst hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal opgepoetst worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal opgepoetst worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal opgepoetst zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal opgepoetst zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal oppoetsen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal oppoetsen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal oppoetsen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal oppoetsen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn opgepoetst | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn opgepoetst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn opgepoetst | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt opgepoetst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou opgepoetst hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou opgepoetst hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou opgepoetst hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou opgepoetst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou opgepoetst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou opgepoetst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou opgepoetst zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou opgepoetst zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou opgepoetst zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou oppoetsen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou oppoetsen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou oppoetsen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou oppoetsen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) oppoetsen op zou(dt) poetsen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden opgepoetst hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden opgepoetst hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden opgepoetst hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden opgepoetst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden opgepoetst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden opgepoetst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden opgepoetst zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden opgepoetst zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden opgepoetst zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden oppoetsen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden oppoetsen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden oppoetsen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden oppoetsen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt opgepoetst hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt opgepoetst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt opgepoetst zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt oppoetsen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt oppoetsen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen opgepoetst hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen opgepoetst hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen opgepoetst hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen opgepoetst worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen opgepoetst worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen opgepoetst worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen opgepoetst zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen opgepoetst zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen opgepoetst zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen oppoetsen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen oppoetsen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen oppoetsen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen oppoetsen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen oppoetsen | bijzin, toekomende tijd |
| zult opgepoetst hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van op bw en poetsen ww
Woordfamilie van oppoetsen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| opgepoetst | voltooid deelwoord | oppoetsen |
| oppoets | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | oppoetsen |
| oppoetse | with-subordinate-clause | oppoetsen |
| oppoetsend | onvoltooid deelwoord | oppoetsen |
| oppoetsende | woordvorm | oppoetsen |
| oppoetst | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | oppoetsen |
| oppoetste | subordinate-clause, verleden tijd | oppoetsen |
| oppoetsten | subordinate-clause, verleden tijd | oppoetsen |
| poets op | gebiedende wijs | oppoetsen |
| poetse op | woordvorm | oppoetsen |
| poetsen op | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | oppoetsen |
| poetst op | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | oppoetsen |
| poetste op | verleden tijd | oppoetsen |
| poetsten op | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | oppoetsen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van oppoetsen zijn vastgelegd.