Naar de inhoud

oppoetsen

iets door poetsen een betere aanblik geven

oppoetsen

werkwoord

Betekenis

  1. iets door poetsen een betere aanblik geven
  2. overdrachtelijk iets een opknapbeurt geven
  3. tweede betekenisomschrijving
  4. enz.

Vervoeging van oppoetsen

oppoetsenhele werkwoord — poetste opverleden tijd enkelvoud — poetsten opverleden tijd meervoud — opgepoetstvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik poets op poetste op
jij poetst op poetste op
hij, zij, het poetst op poetste op
wij poetsen op poetsten op
jullie poetsen op poetsten op
zij poetsen op poetsten op
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben opgepoetst voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent opgepoetst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is opgepoetst impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was opgepoetst impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd opgepoetst impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt opgepoetst impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal opgepoetst worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal opgepoetst zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou opgepoetst worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou opgepoetst zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had opgepoetst voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had opgepoetst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had opgepoetst voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden opgepoetst voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden opgepoetst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden opgepoetst voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt opgepoetst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb opgepoetst voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opgepoetst actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben opgepoetst voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opgepoetst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben opgepoetst voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt opgepoetst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opgepoetst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opgepoetst voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is opgepoetst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is opgepoetst voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
op te poetsen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
op te zullen poetsen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
op zal poetsen bijzin, toekomende tijd
op zou poetsen bijzin, voorwaardelijk
op zouden poetsen bijzin, voorwaardelijk
op zoudt poetsen bijzin, voorwaardelijk
op zullen poetsen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
op zullen poetsen bijzin, toekomende tijd
op zult poetsen bijzin, toekomende tijd
opgepoetst verleden tijd, deelwoord
opgepoetst te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
opgepoetst te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
opgepoetst te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgepoetst te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgepoetst te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgepoetst worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
opgepoetst zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
opgepoetst zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
opgepoetst zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
opgepoetst zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
oppoets bijzin, tegenwoordige tijd
oppoetsend onvoltooid, deelwoord
oppoetst bijzin, tegenwoordige tijd
oppoetste bijzin, verleden tijd
oppoetsten bijzin, verleden tijd
poets op gebiedende wijs
poetste op verleden tijd
te hebben opgepoetst actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen oppoetsen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart opgepoetst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren opgepoetst voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren opgepoetst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren opgepoetst voltooid, verleden tijd, derde persoon
was opgepoetst voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was opgepoetst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was opgepoetst voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd opgepoetst enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd opgepoetst enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd opgepoetst enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden opgepoetst enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden opgepoetst enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden opgepoetst enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt opgepoetst enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word opgepoetst enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden opgepoetst enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden opgepoetst enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden opgepoetst enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt opgepoetst enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt opgepoetst enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal opgepoetst hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgepoetst hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal opgepoetst hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal opgepoetst worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgepoetst worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal opgepoetst zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgepoetst zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal oppoetsen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal oppoetsen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal oppoetsen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal oppoetsen bijzin, toekomende tijd
zijn opgepoetst voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn opgepoetst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn opgepoetst voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt opgepoetst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou opgepoetst hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgepoetst hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgepoetst hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou opgepoetst worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgepoetst worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou opgepoetst worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgepoetst zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgepoetst zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgepoetst zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou oppoetsen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou oppoetsen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou oppoetsen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou oppoetsen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) oppoetsen op zou(dt) poetsen bijzin, voorwaardelijk
zouden opgepoetst hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden opgepoetst hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden opgepoetst hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opgepoetst worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden opgepoetst worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden opgepoetst worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opgepoetst zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden opgepoetst zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden opgepoetst zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden oppoetsen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden oppoetsen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden oppoetsen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden oppoetsen bijzin, voorwaardelijk
zoudt opgepoetst hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opgepoetst worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opgepoetst zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt oppoetsen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt oppoetsen bijzin, voorwaardelijk
zullen opgepoetst hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen opgepoetst hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen opgepoetst hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opgepoetst worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen opgepoetst worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen opgepoetst worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opgepoetst zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen opgepoetst zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen opgepoetst zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen oppoetsen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen oppoetsen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen oppoetsen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen oppoetsen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen oppoetsen bijzin, toekomende tijd
zult opgepoetst hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van op bw en poetsen ww

Woordfamilie van oppoetsen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
opgepoetst voltooid deelwoord oppoetsen
oppoets subordinate-clause, tegenwoordige tijd oppoetsen
oppoetse with-subordinate-clause oppoetsen
oppoetsend onvoltooid deelwoord oppoetsen
oppoetsende woordvorm oppoetsen
oppoetst subordinate-clause, tegenwoordige tijd oppoetsen
oppoetste subordinate-clause, verleden tijd oppoetsen
oppoetsten subordinate-clause, verleden tijd oppoetsen
poets op gebiedende wijs oppoetsen
poetse op woordvorm oppoetsen
poetsen op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon oppoetsen
poetst op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon oppoetsen
poetste op verleden tijd oppoetsen
poetsten op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon oppoetsen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van oppoetsen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over oppoetsen

Wat betekent oppoetsen?
Oppoetsen is een werkwoord. Het woord betekent: iets door poetsen een betere aanblik geven. Deze pagina beschrijft 4 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je oppoetsen?
Je vervoegt oppoetsen als volgt: het voltooid deelwoord is opgepoetst. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord oppoetsen is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. P 3
  3. P 3
  4. O 1
  5. E 1
  6. T 2
  7. S 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

oppoetsen levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. P 4
  3. P 4
  4. O 1
  5. E 1
  6. T 2
  7. S 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 zonder bonus
  11. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

oppoetsen in het kort

oppoetsen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 4 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van oppoetsen zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort oppoetsen bij een woordfamilie van 14 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

oppoetsen: iets door poetsen een betere aanblik geven
Deel oppoetsen — standaardnederlands.nl