Naar de inhoud

oppeuzelen

met genoegen opeten

oppeuzelen

werkwoord ˈɔpøzələ(n)

Betekenis

  1. met genoegen opeten

Hoe spreek je oppeuzelen uit?

/ˈɔpøzələn/

Oppeuzelen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈɔpøzələn/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɔ bot
p pak
ø deur
z zon
ə de
l land
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van oppeuzelen

oppeuzelenhele werkwoord — peuzelde opverleden tijd enkelvoud — peuzelden opverleden tijd meervoud — opgepeuzeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik peuzel op peuzelde op
jij peuzelt op peuzelde op
hij, zij, het peuzelt op peuzelde op
wij peuzelen op peuzelden op
jullie peuzelen op peuzelden op
zij peuzelen op peuzelden op
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben opgepeuzeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent opgepeuzeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is opgepeuzeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was opgepeuzeld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd opgepeuzeld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt opgepeuzeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal opgepeuzeld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal opgepeuzeld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou opgepeuzeld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou opgepeuzeld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had opgepeuzeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had opgepeuzeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had opgepeuzeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden opgepeuzeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden opgepeuzeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden opgepeuzeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt opgepeuzeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb opgepeuzeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opgepeuzeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben opgepeuzeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opgepeuzeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben opgepeuzeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt opgepeuzeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opgepeuzeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opgepeuzeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is opgepeuzeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is opgepeuzeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
op te peuzelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
op te zullen peuzelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
op zal peuzelen bijzin, toekomende tijd
op zou peuzelen bijzin, voorwaardelijk
op zouden peuzelen bijzin, voorwaardelijk
op zoudt peuzelen bijzin, voorwaardelijk
op zullen peuzelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
op zullen peuzelen bijzin, toekomende tijd
op zult peuzelen bijzin, toekomende tijd
opgepeuzeld verleden tijd, deelwoord
opgepeuzeld te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
opgepeuzeld te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
opgepeuzeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgepeuzeld te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgepeuzeld te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgepeuzeld worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
opgepeuzeld zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
opgepeuzeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
opgepeuzeld zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
opgepeuzeld zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
oppeuzel bijzin, tegenwoordige tijd
oppeuzelde bijzin, verleden tijd
oppeuzelden bijzin, verleden tijd
oppeuzelend onvoltooid, deelwoord
oppeuzelt bijzin, tegenwoordige tijd
peuzel op gebiedende wijs
peuzelde op verleden tijd
te hebben opgepeuzeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen oppeuzelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart opgepeuzeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren opgepeuzeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren opgepeuzeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren opgepeuzeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
was opgepeuzeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was opgepeuzeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was opgepeuzeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd opgepeuzeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd opgepeuzeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd opgepeuzeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden opgepeuzeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden opgepeuzeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden opgepeuzeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt opgepeuzeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word opgepeuzeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden opgepeuzeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden opgepeuzeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden opgepeuzeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt opgepeuzeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt opgepeuzeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal opgepeuzeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgepeuzeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal opgepeuzeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal opgepeuzeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgepeuzeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal opgepeuzeld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgepeuzeld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal oppeuzelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal oppeuzelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal oppeuzelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal oppeuzelen bijzin, toekomende tijd
zijn opgepeuzeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn opgepeuzeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn opgepeuzeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt opgepeuzeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou opgepeuzeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgepeuzeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgepeuzeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou opgepeuzeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgepeuzeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou opgepeuzeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgepeuzeld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgepeuzeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgepeuzeld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou oppeuzelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou oppeuzelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou oppeuzelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou oppeuzelen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) oppeuzelen op zou(dt) peuzelen bijzin, voorwaardelijk
zouden opgepeuzeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden opgepeuzeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden opgepeuzeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opgepeuzeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden opgepeuzeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden opgepeuzeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opgepeuzeld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden opgepeuzeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden opgepeuzeld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden oppeuzelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden oppeuzelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden oppeuzelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden oppeuzelen bijzin, voorwaardelijk
zoudt opgepeuzeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opgepeuzeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opgepeuzeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt oppeuzelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt oppeuzelen bijzin, voorwaardelijk
zullen opgepeuzeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen opgepeuzeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen opgepeuzeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opgepeuzeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen opgepeuzeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen opgepeuzeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opgepeuzeld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen opgepeuzeld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen opgepeuzeld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen oppeuzelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen oppeuzelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen oppeuzelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen oppeuzelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen oppeuzelen bijzin, toekomende tijd
zult opgepeuzeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van op bw en peuzelen ww

Woordfamilie van oppeuzelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
opgepeuzeld voltooid deelwoord oppeuzelen
opgepeuzelde woordvorm oppeuzelen
oppeuzel subordinate-clause, tegenwoordige tijd oppeuzelen
oppeuzelde subordinate-clause, verleden tijd oppeuzelen
oppeuzelden subordinate-clause, verleden tijd oppeuzelen
oppeuzele with-subordinate-clause oppeuzelen
oppeuzelend onvoltooid deelwoord oppeuzelen
oppeuzelende woordvorm oppeuzelen
oppeuzelt subordinate-clause, tegenwoordige tijd oppeuzelen
peuzel op gebiedende wijs oppeuzelen
peuzelde op verleden tijd oppeuzelen
peuzelden op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon oppeuzelen
peuzele op woordvorm oppeuzelen
peuzelen op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon oppeuzelen
peuzelt op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon oppeuzelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van oppeuzelen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over oppeuzelen

Hoe spreek ik oppeuzelen uit?
Zo spreek je oppeuzelen uit: /ˈɔpøzələ(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van oppeuzelen?
Oppeuzelen is een werkwoord. De betekenis is: met genoegen opeten.
Hoe vervoeg ik oppeuzelen?
Zo vervoeg je oppeuzelen zo: het voltooid deelwoord is opgepeuzeld. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord oppeuzelen is 22 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. P 3
  3. P 3
  4. E 1
  5. U 4
  6. Z 4
  7. E 1
  8. L 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 22 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

oppeuzelen levert met Wordfeud minimaal 23 en maximaal 99 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. P 4
  3. P 4
  4. E 1
  5. U 2
  6. Z 5
  7. E 1
  8. L 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 23 zonder bonus
  12. 99 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

oppeuzelen in het kort

oppeuzelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van oppeuzelen staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort oppeuzelen bij een woordfamilie van 15 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

oppeuzelen: met genoegen opeten
Deel oppeuzelen — standaardnederlands.nl