Naar de inhoud

opofferen

iets bij noodzaak moeten gebruiken

opofferen

werkwoord ˈɔpɔfərə(n)

Betekenis

  1. iets bij noodzaak moeten gebruiken
  2. iemand laten doden in een gevecht
  3. iets wat je wilt opgeven
  4. heel veel moeite doen
  5. zich opofferen - zichzelf voorstellen om gedood of achtergelaten te worden uit noodzaak
  6. zich opofferen - zich wijden aan

Hoe spreek je opofferen uit?

/ˈɔpɔfərən/

Opofferen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈɔpɔfərən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɔ bot
p pak
f fiets
ə de
r rood
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. bij noodzaak moeten gebruiken transitive
  2. laten doden in een gevecht transitive
  3. bewust prijsgeven transitive
  4. wederkerend je eigen ondergang aanvaarden voor iets wat je belangrijk vindt
  5. je volledig voor iets inspannen figuratively, reflexive

Vervoeging van opofferen

opofferenhele werkwoord — offerde opverleden tijd enkelvoud — offerden opverleden tijd meervoud — opgeofferdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik offer op offerde op
jij offert op offerde op
hij, zij, het offert op offerde op
wij offeren op offerden op
jullie offeren op offerden op
zij offeren op offerden op
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben opgeofferd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent opgeofferd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is opgeofferd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was opgeofferd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd opgeofferd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt opgeofferd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal opgeofferd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal opgeofferd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou opgeofferd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou opgeofferd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had opgeofferd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had opgeofferd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had opgeofferd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden opgeofferd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden opgeofferd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden opgeofferd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt opgeofferd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb opgeofferd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opgeofferd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben opgeofferd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opgeofferd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben opgeofferd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt opgeofferd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opgeofferd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opgeofferd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is opgeofferd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is opgeofferd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
offer op gebiedende wijs
offerde op verleden tijd
op te offeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
op te zullen offeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
op zal offeren bijzin, toekomende tijd
op zou offeren bijzin, voorwaardelijk
op zouden offeren bijzin, voorwaardelijk
op zoudt offeren bijzin, voorwaardelijk
op zullen offeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
op zullen offeren bijzin, toekomende tijd
op zult offeren bijzin, toekomende tijd
opgeofferd verleden tijd, deelwoord
opgeofferd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
opgeofferd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
opgeofferd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgeofferd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgeofferd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgeofferd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
opgeofferd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
opgeofferd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
opgeofferd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
opgeofferd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
opoffer bijzin, tegenwoordige tijd
opofferde bijzin, verleden tijd
opofferden bijzin, verleden tijd
opofferend onvoltooid, deelwoord
opoffert bijzin, tegenwoordige tijd
te hebben opgeofferd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen opofferen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart opgeofferd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren opgeofferd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren opgeofferd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren opgeofferd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was opgeofferd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was opgeofferd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was opgeofferd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd opgeofferd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd opgeofferd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd opgeofferd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden opgeofferd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden opgeofferd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden opgeofferd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt opgeofferd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word opgeofferd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden opgeofferd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden opgeofferd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden opgeofferd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt opgeofferd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt opgeofferd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal opgeofferd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgeofferd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal opgeofferd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal opgeofferd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgeofferd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal opgeofferd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgeofferd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal opofferen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal opofferen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal opofferen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal opofferen bijzin, toekomende tijd
zijn opgeofferd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn opgeofferd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn opgeofferd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt opgeofferd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou opgeofferd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgeofferd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgeofferd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou opgeofferd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgeofferd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou opgeofferd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgeofferd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgeofferd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgeofferd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou opofferen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou opofferen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou opofferen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou opofferen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) opofferen op zou(dt) offeren bijzin, voorwaardelijk
zouden opgeofferd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden opgeofferd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden opgeofferd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opgeofferd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden opgeofferd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden opgeofferd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opgeofferd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden opgeofferd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden opgeofferd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opofferen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden opofferen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden opofferen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden opofferen bijzin, voorwaardelijk
zoudt opgeofferd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opgeofferd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opgeofferd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opofferen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt opofferen bijzin, voorwaardelijk
zullen opgeofferd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen opgeofferd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen opgeofferd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opgeofferd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen opgeofferd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen opgeofferd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opgeofferd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen opgeofferd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen opgeofferd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opofferen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen opofferen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen opofferen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen opofferen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen opofferen bijzin, toekomende tijd
zult opgeofferd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van op bw en offeren ww

Woordfamilie van opofferen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
offer op gebiedende wijs opofferen
offerde op verleden tijd opofferen
offerden op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon opofferen
offere op woordvorm opofferen
offeren op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon opofferen
offert op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon opofferen
opgeofferd voltooid deelwoord opofferen
opgeofferde woordvorm opofferen
opoffer subordinate-clause, tegenwoordige tijd opofferen
opofferde subordinate-clause, verleden tijd opofferen
opofferden subordinate-clause, verleden tijd opofferen
opoffere with-subordinate-clause opofferen
opofferend onvoltooid deelwoord opofferen
opofferende woordvorm opofferen
opoffert subordinate-clause, tegenwoordige tijd opofferen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van opofferen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over opofferen

Hoe spreek ik opofferen uit?
Zo spreek je opofferen uit: /ˈɔpɔfərə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van opofferen?
Opofferen is een werkwoord. De betekenis is: iets bij noodzaak moeten gebruiken. In totaal staan er 11 betekenissen.
Hoe vervoeg ik opofferen?
Zo vervoeg je opofferen zo: het voltooid deelwoord is opgeofferd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord opofferen is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. P 3
  3. O 1
  4. F 4
  5. F 4
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

opofferen levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. P 4
  3. O 1
  4. F 4
  5. F 4
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 19 zonder bonus
  11. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

opofferen in het kort

opofferen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 11 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van opofferen staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort opofferen bij een woordfamilie van 15 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

opofferen: iets bij noodzaak moeten gebruiken
Deel opofferen — standaardnederlands.nl