oplage
zelfstandig naamwoord ˈɔplaɣəBetekenis
- (drukkunst) het aantal exemplaar|exemplaren van een drukwerk (bijv. boek, tijdschrift of krant e.d.) dat bij dezelfde publicatiegelegenheid gedrukt wordt
- (drukkunst) ongewijzigde herdruk
- het aantal geslagen munten
Hoe spreek je oplage uit?
/ˈɔplaxə/
Oplage bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɔ | bot |
| p | pak |
| l | land |
| a | maan |
| x | acht |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- het aantal exemplaren van een drukwerk (bijv. boek, tijdschrift of krant e.d.) dat bij dezelfde publicatiegelegenheid gedrukt wordt
- ongewijzigde herdruk
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| oplaag | |
| oplagen | meervoud |
| oplages | meervoud |
| oplagetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| oplagetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘totaal aantal afdrukken van een drukwerk’ voor het eerst aangetroffen in 1799.
Woordfamilie van oplage
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| oplages | meervoud | oplage |
| oplagetje | verkleinwoord | oplage |
| oplagetjes | verkleinwoord meervoud | oplage |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van oplage zijn vastgelegd.