opkruipen
werkwoordBetekenis
- omhoog kruipen
Vervoeging van opkruipen
opkruipenhele werkwoord — kroop opverleden tijd enkelvoud — kropen opverleden tijd meervoud — opgekropenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | kruip op | kroop op |
| jij | kruipt op | kroop op |
| hij, zij, het | kruipt op | kroop op |
| wij | kruipen op | kropen op |
| jullie | kruipen op | kropen op |
| zij | kruipen op | kropen op |
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben opgekropen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent opgekropen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| ev. | gebiedende wijs |
| is opgekropen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is opgekropen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| kroop op | verleden tijd |
| kruip op | gebiedende wijs |
| op te kruipen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| op te zullen kruipen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| op zal kruipen | bijzin, toekomende tijd |
| op zou kruipen | bijzin, voorwaardelijk |
| op zouden kruipen | bijzin, voorwaardelijk |
| op zoudt kruipen | bijzin, voorwaardelijk |
| op zullen kruipen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| op zullen kruipen | bijzin, toekomende tijd |
| op zult kruipen | bijzin, toekomende tijd |
| opgekropen | verleden tijd, deelwoord |
| opgekropen te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| opgekropen zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| opkroop | bijzin, verleden tijd |
| opkropen | bijzin, verleden tijd |
| opkruip | bijzin, tegenwoordige tijd |
| opkruipend | onvoltooid, deelwoord |
| opkruipt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| te zijn opgekropen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen opkruipen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart opgekropen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren opgekropen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren opgekropen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren opgekropen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was opgekropen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was opgekropen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was opgekropen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal opgekropen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal opgekropen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal opgekropen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal opkruipen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal opkruipen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal opkruipen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal opkruipen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn opgekropen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn opgekropen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn opgekropen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn opgekropen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt opgekropen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou opgekropen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou opgekropen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou opgekropen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou opkruipen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou opkruipen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou opkruipen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou opkruipen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) opkruipen op zou(dt) kruipen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden opgekropen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden opgekropen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden opgekropen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden opkruipen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden opkruipen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden opkruipen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden opkruipen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt opgekropen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt opkruipen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt opkruipen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen opgekropen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen opgekropen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen opgekropen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen opkruipen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen opkruipen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen opkruipen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen opkruipen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen opkruipen | bijzin, toekomende tijd |
| zult opgekropen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult opkruipen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult opkruipen | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal opkruipen op zult/zal kruipen | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van op en kruipen
Woordfamilie van opkruipen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kroop op | verleden tijd | opkruipen |
| kropen op | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | opkruipen |
| kruip op | gebiedende wijs | opkruipen |
| kruipe op | woordvorm | opkruipen |
| kruipen op | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | opkruipen |
| kruipt op | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | opkruipen |
| opgekropen | voltooid deelwoord | opkruipen |
| opkroop | subordinate-clause, verleden tijd | opkruipen |
| opkropen | subordinate-clause, verleden tijd | opkruipen |
| opkruip | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | opkruipen |
| opkruipe | with-subordinate-clause | opkruipen |
| opkruipend | onvoltooid deelwoord | opkruipen |
| opkruipende | woordvorm | opkruipen |
| opkruipt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | opkruipen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van opkruipen zijn vastgelegd.