Naar de inhoud

opkrikken

met behulp van een krik van de grond opheffen

opkrikken

werkwoord

Betekenis

  1. met behulp van een krik van de grond opheffen
  2. overdrachtelijk: met een kunstgreep wat meer leven in iets brengen
  3. tweede betekenisomschrijving
  4. enz.

Vervoeging van opkrikken

opkrikkenhele werkwoord — krikte opverleden tijd enkelvoud — krikten opverleden tijd meervoud — opgekriktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik krik op krikte op
jij krikt op krikte op
hij, zij, het krikt op krikte op
wij krikken op krikten op
jullie krikken op krikten op
zij krikken op krikten op
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben opgekrikt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent opgekrikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is opgekrikt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was opgekrikt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd opgekrikt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt opgekrikt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal opgekrikt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal opgekrikt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou opgekrikt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou opgekrikt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had opgekrikt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had opgekrikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had opgekrikt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden opgekrikt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden opgekrikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden opgekrikt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt opgekrikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb opgekrikt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opgekrikt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben opgekrikt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opgekrikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben opgekrikt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt opgekrikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opgekrikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opgekrikt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is opgekrikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is opgekrikt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
krik op gebiedende wijs
krikte op verleden tijd
op te krikken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
op te zullen krikken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
op zal krikken bijzin, toekomende tijd
op zou krikken bijzin, voorwaardelijk
op zouden krikken bijzin, voorwaardelijk
op zoudt krikken bijzin, voorwaardelijk
op zullen krikken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
op zullen krikken bijzin, toekomende tijd
op zult krikken bijzin, toekomende tijd
opgekrikt verleden tijd, deelwoord
opgekrikt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
opgekrikt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
opgekrikt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgekrikt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgekrikt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgekrikt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
opgekrikt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
opgekrikt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
opgekrikt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
opgekrikt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
opkrik bijzin, tegenwoordige tijd
opkrikkend onvoltooid, deelwoord
opkrikt bijzin, tegenwoordige tijd
opkrikte bijzin, verleden tijd
opkrikten bijzin, verleden tijd
te hebben opgekrikt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen opkrikken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart opgekrikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren opgekrikt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren opgekrikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren opgekrikt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was opgekrikt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was opgekrikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was opgekrikt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd opgekrikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd opgekrikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd opgekrikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden opgekrikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden opgekrikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden opgekrikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt opgekrikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word opgekrikt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden opgekrikt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden opgekrikt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden opgekrikt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt opgekrikt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt opgekrikt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal opgekrikt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgekrikt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal opgekrikt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal opgekrikt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgekrikt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal opgekrikt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgekrikt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal opkrikken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal opkrikken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal opkrikken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal opkrikken bijzin, toekomende tijd
zijn opgekrikt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn opgekrikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn opgekrikt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt opgekrikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou opgekrikt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgekrikt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgekrikt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou opgekrikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgekrikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou opgekrikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgekrikt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgekrikt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgekrikt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou opkrikken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou opkrikken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou opkrikken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou opkrikken bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) opkrikken op zou(dt) krikken bijzin, voorwaardelijk
zouden opgekrikt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden opgekrikt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden opgekrikt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opgekrikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden opgekrikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden opgekrikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opgekrikt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden opgekrikt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden opgekrikt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opkrikken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden opkrikken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden opkrikken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden opkrikken bijzin, voorwaardelijk
zoudt opgekrikt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opgekrikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opgekrikt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opkrikken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt opkrikken bijzin, voorwaardelijk
zullen opgekrikt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen opgekrikt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen opgekrikt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opgekrikt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen opgekrikt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen opgekrikt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opgekrikt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen opgekrikt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen opgekrikt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opkrikken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen opkrikken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen opkrikken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen opkrikken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen opkrikken bijzin, toekomende tijd
zult opgekrikt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van op bw en krikken ww

Woordfamilie van opkrikken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
krik op gebiedende wijs opkrikken
krikke op woordvorm opkrikken
krikken op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon opkrikken
krikt op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon opkrikken
krikte op verleden tijd opkrikken
krikten op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon opkrikken
opgekrikt voltooid deelwoord opkrikken
opgekrikte woordvorm opkrikken
opkrik subordinate-clause, tegenwoordige tijd opkrikken
opkrikke with-subordinate-clause opkrikken
opkrikkend onvoltooid deelwoord opkrikken
opkrikkende woordvorm opkrikken
opkrikt subordinate-clause, tegenwoordige tijd opkrikken
opkrikte subordinate-clause, verleden tijd opkrikken
opkrikten subordinate-clause, verleden tijd opkrikken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van opkrikken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over opkrikken

Wat is de betekenis van opkrikken?
Opkrikken is een werkwoord. De betekenis is: met behulp van een krik van de grond opheffen. In totaal staan er 4 betekenissen.
Hoe vervoeg ik opkrikken?
Zo vervoeg je opkrikken zo: het voltooid deelwoord is opgekrikt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord opkrikken is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. P 3
  3. K 3
  4. R 2
  5. I 1
  6. K 3
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

opkrikken levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. P 4
  3. K 3
  4. R 2
  5. I 2
  6. K 3
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 20 zonder bonus
  11. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

opkrikken in het kort

opkrikken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 4 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van opkrikken staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort opkrikken bij een woordfamilie van 15 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

opkrikken: met behulp van een krik van de grond opheffen
Deel opkrikken — standaardnederlands.nl