opkopen
werkwoordBetekenis
- in zijn geheel kopen van een verzameling artikelen
- kopen, overnemen van een bedrijf
Vervoeging van opkopen
opkopenhele werkwoord — kocht opverleden tijd enkelvoud — kochten opverleden tijd meervoud — opgekochtvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | koop op | kocht op |
| jij | koopt op | kocht op |
| hij, zij, het | koopt op | kocht op |
| wij | kopen op | kochten op |
| jullie | kopen op | kochten op |
| zij | kopen op | kochten op |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben opgekocht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent opgekocht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is opgekocht | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was opgekocht | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd opgekocht | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt opgekocht | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal opgekocht worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal opgekocht zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou opgekocht worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou opgekocht zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had opgekocht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had opgekocht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had opgekocht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden opgekocht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden opgekocht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden opgekocht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt opgekocht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb opgekocht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben opgekocht | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben opgekocht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben opgekocht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben opgekocht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt opgekocht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft opgekocht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft opgekocht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is opgekocht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is opgekocht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| kocht op | verleden tijd |
| koop op | gebiedende wijs |
| op te kopen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| op te zullen kopen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| op zal kopen | bijzin, toekomende tijd |
| op zou kopen | bijzin, voorwaardelijk |
| op zouden kopen | bijzin, voorwaardelijk |
| op zoudt kopen | bijzin, voorwaardelijk |
| op zullen kopen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| op zullen kopen | bijzin, toekomende tijd |
| op zult kopen | bijzin, toekomende tijd |
| opgekocht | verleden tijd, deelwoord |
| opgekocht te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| opgekocht te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| opgekocht te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| opgekocht te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| opgekocht te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| opgekocht worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| opgekocht zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| opgekocht zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| opgekocht zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| opgekocht zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| opkocht | bijzin, verleden tijd |
| opkochten | bijzin, verleden tijd |
| opkoop | bijzin, tegenwoordige tijd |
| opkoopt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| opkopend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben opgekocht | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen opkopen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart opgekocht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren opgekocht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren opgekocht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren opgekocht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was opgekocht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was opgekocht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was opgekocht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd opgekocht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd opgekocht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd opgekocht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden opgekocht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden opgekocht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden opgekocht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt opgekocht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word opgekocht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden opgekocht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden opgekocht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden opgekocht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt opgekocht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt opgekocht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal opgekocht hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal opgekocht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal opgekocht hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal opgekocht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal opgekocht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal opgekocht zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal opgekocht zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal opkopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal opkopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal opkopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal opkopen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn opgekocht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn opgekocht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn opgekocht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt opgekocht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou opgekocht hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou opgekocht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou opgekocht hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou opgekocht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou opgekocht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou opgekocht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou opgekocht zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou opgekocht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou opgekocht zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou opkopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou opkopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou opkopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou opkopen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) opkopen op zou(dt) kopen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden opgekocht hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden opgekocht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden opgekocht hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden opgekocht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden opgekocht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden opgekocht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden opgekocht zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden opgekocht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden opgekocht zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden opkopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden opkopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden opkopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden opkopen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt opgekocht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt opgekocht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt opgekocht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt opkopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt opkopen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen opgekocht hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen opgekocht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen opgekocht hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen opgekocht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen opgekocht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen opgekocht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen opgekocht zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen opgekocht zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen opgekocht zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen opkopen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen opkopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen opkopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen opkopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen opkopen | bijzin, toekomende tijd |
| zult opgekocht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van op bw en kopen ww
Woordfamilie van opkopen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kocht op | verleden tijd | opkopen |
| kochten op | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | opkopen |
| koop op | gebiedende wijs | opkopen |
| koopt op | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | opkopen |
| kope op | woordvorm | opkopen |
| kopen op | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | opkopen |
| opgekocht | voltooid deelwoord | opkopen |
| opgekochte | woordvorm | opkopen |
| opkocht | subordinate-clause, verleden tijd | opkopen |
| opkochten | subordinate-clause, verleden tijd | opkopen |
| opkoop | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | opkopen |
| opkoopt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | opkopen |
| opkope | with-subordinate-clause | opkopen |
| opkopend | onvoltooid deelwoord | opkopen |
| opkopende | woordvorm | opkopen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van opkopen zijn vastgelegd.