Naar de inhoud

opkloppen

door kloppen in volume doen toenemen

opkloppen

werkwoord

Betekenis

  1. door kloppen in volume doen toenemen
  2. belangrijker maken dan het misschien is

Vervoeging van opkloppen

opkloppenhele werkwoord — klopte opverleden tijd enkelvoud — klopten opverleden tijd meervoud — opgekloptvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik klop op klopte op
jij klopt op klopte op
hij, zij, het klopt op klopte op
wij kloppen op klopten op
jullie kloppen op klopten op
zij kloppen op klopten op
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben opgeklopt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent opgeklopt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is opgeklopt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was opgeklopt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd opgeklopt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt opgeklopt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal opgeklopt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal opgeklopt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou opgeklopt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou opgeklopt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had opgeklopt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had opgeklopt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had opgeklopt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden opgeklopt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden opgeklopt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden opgeklopt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt opgeklopt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb opgeklopt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opgeklopt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben opgeklopt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opgeklopt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben opgeklopt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt opgeklopt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opgeklopt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opgeklopt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is opgeklopt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is opgeklopt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
klop op gebiedende wijs
klopte op verleden tijd
op te kloppen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
op te zullen kloppen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
op zal kloppen bijzin, toekomende tijd
op zou kloppen bijzin, voorwaardelijk
op zouden kloppen bijzin, voorwaardelijk
op zoudt kloppen bijzin, voorwaardelijk
op zullen kloppen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
op zullen kloppen bijzin, toekomende tijd
op zult kloppen bijzin, toekomende tijd
opgeklopt verleden tijd, deelwoord
opgeklopt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
opgeklopt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
opgeklopt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgeklopt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgeklopt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgeklopt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
opgeklopt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
opgeklopt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
opgeklopt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
opgeklopt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
opklop bijzin, tegenwoordige tijd
opkloppend onvoltooid, deelwoord
opklopt bijzin, tegenwoordige tijd
opklopte bijzin, verleden tijd
opklopten bijzin, verleden tijd
te hebben opgeklopt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen opkloppen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart opgeklopt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren opgeklopt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren opgeklopt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren opgeklopt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was opgeklopt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was opgeklopt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was opgeklopt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd opgeklopt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd opgeklopt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd opgeklopt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden opgeklopt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden opgeklopt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden opgeklopt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt opgeklopt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word opgeklopt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden opgeklopt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden opgeklopt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden opgeklopt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt opgeklopt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt opgeklopt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal opgeklopt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgeklopt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal opgeklopt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal opgeklopt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgeklopt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal opgeklopt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgeklopt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal opkloppen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal opkloppen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal opkloppen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal opkloppen bijzin, toekomende tijd
zijn opgeklopt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn opgeklopt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn opgeklopt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt opgeklopt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou opgeklopt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgeklopt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgeklopt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou opgeklopt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgeklopt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou opgeklopt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgeklopt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgeklopt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgeklopt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou opkloppen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou opkloppen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou opkloppen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou opkloppen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) opkloppen op zou(dt) kloppen bijzin, voorwaardelijk
zouden opgeklopt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden opgeklopt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden opgeklopt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opgeklopt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden opgeklopt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden opgeklopt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opgeklopt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden opgeklopt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden opgeklopt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opkloppen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden opkloppen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden opkloppen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden opkloppen bijzin, voorwaardelijk
zoudt opgeklopt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opgeklopt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opgeklopt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opkloppen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt opkloppen bijzin, voorwaardelijk
zullen opgeklopt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen opgeklopt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen opgeklopt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opgeklopt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen opgeklopt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen opgeklopt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opgeklopt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen opgeklopt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen opgeklopt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opkloppen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen opkloppen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen opkloppen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen opkloppen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen opkloppen bijzin, toekomende tijd
zult opgeklopt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van op en kloppen

Woordfamilie van opkloppen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
klop op gebiedende wijs opkloppen
kloppe op woordvorm opkloppen
kloppen op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon opkloppen
klopt op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon opkloppen
klopte op verleden tijd opkloppen
klopten op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon opkloppen
opklop subordinate-clause, tegenwoordige tijd opkloppen
opkloppe with-subordinate-clause opkloppen
opkloppend onvoltooid deelwoord opkloppen
opkloppende woordvorm opkloppen
opklopt subordinate-clause, tegenwoordige tijd opkloppen
opklopte subordinate-clause, verleden tijd opkloppen
opklopten subordinate-clause, verleden tijd opkloppen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van opkloppen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over opkloppen

Wat is de betekenis van opkloppen?
Opkloppen is een werkwoord. De betekenis is: door kloppen in volume doen toenemen. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik opkloppen?
Zo vervoeg je opkloppen zo: het voltooid deelwoord is opgeklopt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord opkloppen is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. P 3
  3. K 3
  4. L 3
  5. O 1
  6. P 3
  7. P 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

opkloppen levert met Wordfeud minimaal 22 en maximaal 90 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. P 4
  3. K 3
  4. L 3
  5. O 1
  6. P 4
  7. P 4
  8. E 1
  9. N 1
  10. 22 zonder bonus
  11. 90 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

opkloppen in het kort

opkloppen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van opkloppen staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort opkloppen bij een woordfamilie van 13 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

opkloppen: door kloppen in volume doen toenemen
Deel opkloppen — standaardnederlands.nl