Naar de inhoud

opkijken

de blik omhoog richten

opkijken

werkwoord ˈɔpkɛikə(n)

Betekenis

  1. de blik omhoog richten
  2. (~ van) verrast worden
  3. (~ naar) bewonderen
  4. (~ tegen) niet willen dat iets gebeurt

Hoe spreek je opkijken uit?

/ˈɔpkɛikən/

Opkijken bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈɔpkɛikən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɔ bot
p pak
k kat
ɛi trein
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. verrast worden unergative
  2. bewonderen unergative
  3. niet willen dat iets gebeurt unergative

Vervoeging van opkijken

opkijkenhele werkwoord — keek opverleden tijd enkelvoud — keken opverleden tijd meervoud — opgekekenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik kijk op keek op
jij kijkt op keek op
hij, zij, het kijkt op keek op
wij kijken op keken op
jullie kijken op keken op
zij kijken op keken op
Alle 74 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
had opgekeken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had opgekeken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had opgekeken voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden opgekeken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden opgekeken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden opgekeken voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt opgekeken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb opgekeken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opgekeken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben opgekeken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opgekeken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben opgekeken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt opgekeken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opgekeken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opgekeken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
keek op verleden tijd
kijk op gebiedende wijs
op te kijken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
op te zullen kijken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
op zal kijken bijzin, toekomende tijd
op zou kijken bijzin, voorwaardelijk
op zouden kijken bijzin, voorwaardelijk
op zoudt kijken bijzin, voorwaardelijk
op zullen kijken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
op zullen kijken bijzin, toekomende tijd
op zult kijken bijzin, toekomende tijd
opgekeken verleden tijd, deelwoord
opgekeken te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgekeken zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
opkeek bijzin, verleden tijd
opkeken bijzin, verleden tijd
opkijk bijzin, tegenwoordige tijd
opkijkend onvoltooid, deelwoord
opkijkt bijzin, tegenwoordige tijd
te hebben opgekeken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen opkijken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal opgekeken hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgekeken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal opgekeken hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal opkijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal opkijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal opkijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal opkijken bijzin, toekomende tijd
zou opgekeken hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgekeken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgekeken hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou opkijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou opkijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou opkijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou opkijken bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) opkijken op zou(dt) kijken bijzin, voorwaardelijk
zouden opgekeken hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden opgekeken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden opgekeken hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opkijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden opkijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden opkijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden opkijken bijzin, voorwaardelijk
zoudt opgekeken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opkijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt opkijken bijzin, voorwaardelijk
zullen opgekeken hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen opgekeken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen opgekeken hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opkijken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen opkijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen opkijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen opkijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen opkijken bijzin, toekomende tijd
zult opgekeken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult opkijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult opkijken bijzin, toekomende tijd
zult/zal opkijken op zult/zal kijken bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van op bw en kijken ww

Woordfamilie van opkijken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
keek op verleden tijd opkijken
keken op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon opkijken
kijk op gebiedende wijs opkijken
kijke op woordvorm opkijken
kijken op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon opkijken
kijkt op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon opkijken
opgekeken voltooid deelwoord opkijken
opkeek subordinate-clause, verleden tijd opkijken
opkeken subordinate-clause, verleden tijd opkijken
opkijk subordinate-clause, tegenwoordige tijd opkijken
opkijke with-subordinate-clause opkijken
opkijkend onvoltooid deelwoord opkijken
opkijkende woordvorm opkijken
opkijkt subordinate-clause, tegenwoordige tijd opkijken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van opkijken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over opkijken

Hoe spreek ik opkijken uit?
Zo spreek je opkijken uit: /ˈɔpkɛikə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van opkijken?
Opkijken is een werkwoord. De betekenis is: de blik omhoog richten. In totaal staan er 7 betekenissen.
Hoe vervoeg ik opkijken?
Zo vervoeg je opkijken zo: het voltooid deelwoord is opgekeken. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord opkijken is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. P 3
  3. K 3
  4. I 1
  5. J 4
  6. K 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

opkijken levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. P 4
  3. K 3
  4. I 2
  5. J 4
  6. K 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 19 zonder bonus
  10. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

opkijken in het kort

opkijken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 7 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van opkijken staan er 45 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort opkijken bij een woordfamilie van 14 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

opkijken: de blik omhoog richten
Deel opkijken — standaardnederlands.nl