Naar de inhoud

opgraven

een voorwerp uit de bodem naar boven halen

opgraven

werkwoord ˈɔpxravə(n)

Betekenis

  1. een voorwerp uit de bodem naar boven halen
  2. een archeologisch onderzoek houden

Hoe spreek je opgraven uit?

/ˈɔpxravən/

Opgraven bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈɔpxravən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɔ bot
p pak
x acht
r rood
a maan
v vis
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van opgraven

opgravenhele werkwoord — groef opverleden tijd enkelvoud — groeven opverleden tijd meervoud — opgegravenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik graaf op groef op
jij graaft op groef op
hij, zij, het graaft op groef op
wij graven op groeven op
jullie graven op groeven op
zij graven op groeven op
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben opgegraven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent opgegraven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is opgegraven impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was opgegraven impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd opgegraven impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt opgegraven impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal opgegraven worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal opgegraven zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou opgegraven worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou opgegraven zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
graaf op gebiedende wijs
groef op verleden tijd
had opgegraven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had opgegraven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had opgegraven voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden opgegraven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden opgegraven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden opgegraven voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt opgegraven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb opgegraven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opgegraven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben opgegraven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opgegraven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben opgegraven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt opgegraven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opgegraven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opgegraven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is opgegraven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is opgegraven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
op te graven actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
op te zullen graven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
op zal graven bijzin, toekomende tijd
op zou graven bijzin, voorwaardelijk
op zouden graven bijzin, voorwaardelijk
op zoudt graven bijzin, voorwaardelijk
op zullen graven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
op zullen graven bijzin, toekomende tijd
op zult graven bijzin, toekomende tijd
opgegraven verleden tijd, deelwoord
opgegraven te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
opgegraven te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
opgegraven te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgegraven te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgegraven te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgegraven worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
opgegraven zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
opgegraven zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
opgegraven zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
opgegraven zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
opgraaf bijzin, tegenwoordige tijd
opgraaft bijzin, tegenwoordige tijd
opgravend onvoltooid, deelwoord
opgroef bijzin, verleden tijd
opgroeven bijzin, verleden tijd
te hebben opgegraven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen opgraven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart opgegraven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren opgegraven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren opgegraven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren opgegraven voltooid, verleden tijd, derde persoon
was opgegraven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was opgegraven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was opgegraven voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd opgegraven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd opgegraven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd opgegraven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden opgegraven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden opgegraven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden opgegraven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt opgegraven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word opgegraven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden opgegraven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden opgegraven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden opgegraven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt opgegraven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt opgegraven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal opgegraven hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgegraven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal opgegraven hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal opgegraven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgegraven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal opgegraven zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgegraven zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal opgraven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal opgraven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal opgraven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal opgraven bijzin, toekomende tijd
zijn opgegraven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn opgegraven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn opgegraven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt opgegraven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou opgegraven hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgegraven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgegraven hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou opgegraven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgegraven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou opgegraven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgegraven zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgegraven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgegraven zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou opgraven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou opgraven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou opgraven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou opgraven bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) opgraven op zou(dt) graven bijzin, voorwaardelijk
zouden opgegraven hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden opgegraven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden opgegraven hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opgegraven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden opgegraven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden opgegraven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opgegraven zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden opgegraven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden opgegraven zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opgraven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden opgraven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden opgraven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden opgraven bijzin, voorwaardelijk
zoudt opgegraven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opgegraven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opgegraven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opgraven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt opgraven bijzin, voorwaardelijk
zullen opgegraven hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen opgegraven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen opgegraven hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opgegraven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen opgegraven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen opgegraven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opgegraven zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen opgegraven zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen opgegraven zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opgraven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen opgraven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen opgraven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen opgraven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen opgraven bijzin, toekomende tijd
zult opgegraven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van op bw en graven ww

Woordfamilie van opgraven

Woordvorm Relatie Afgeleid van
graaf op gebiedende wijs opgraven
graaft op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon opgraven
grave op woordvorm opgraven
graven op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon opgraven
groef op verleden tijd opgraven
groeven op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon opgraven
opgegraven voltooid deelwoord opgraven
opgraaf subordinate-clause, tegenwoordige tijd opgraven
opgraaft subordinate-clause, tegenwoordige tijd opgraven
opgrave with-subordinate-clause opgraven
opgravend onvoltooid deelwoord opgraven
opgravende woordvorm opgraven
opgroef subordinate-clause, verleden tijd opgraven
opgroeven subordinate-clause, verleden tijd opgraven

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van opgraven zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over opgraven

Hoe spreek ik opgraven uit?
Zo spreek je opgraven uit: /ˈɔpxravə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van opgraven?
Opgraven is een werkwoord. De betekenis is: een voorwerp uit de bodem naar boven halen. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik opgraven?
Zo vervoeg je opgraven zo: het voltooid deelwoord is opgegraven. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord opgraven is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. P 3
  3. G 3
  4. R 2
  5. A 1
  6. V 4
  7. E 1
  8. N 1
  9. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

opgraven levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. P 4
  3. G 3
  4. R 2
  5. A 1
  6. V 4
  7. E 1
  8. N 1
  9. 17 zonder bonus
  10. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

opgraven in het kort

opgraven staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van opgraven staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort opgraven bij een woordfamilie van 14 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

opgraven: een voorwerp uit de bodem naar boven halen
Deel opgraven — standaardnederlands.nl