opeten
werkwoord ˈɔpetə(n)Betekenis
- door eten opmaken
- helemaal opmaken
Hoe spreek je opeten uit?
/ˈɔpetən/
Opeten bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɔ | bot |
| p | pak |
| e | veel |
| t | tak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van opeten
opetenhele werkwoord — at opverleden tijd enkelvoud — aten opverleden tijd meervoud — opgegetenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | eet op | at op |
| jij | eet op | aat op |
| hij, zij, het | eet op | at op |
| wij | eten op | aten op |
| jullie | eten op | aten op |
| zij | eten op | aten op |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| at op | verleden tijd |
| ben opgegeten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent opgegeten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| eet op | gebiedende wijs |
| er is opgegeten | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was opgegeten | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd opgegeten | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt opgegeten | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal opgegeten worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal opgegeten zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou opgegeten worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou opgegeten zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had opgegeten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had opgegeten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had opgegeten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden opgegeten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden opgegeten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden opgegeten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt opgegeten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb opgegeten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben opgegeten | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben opgegeten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben opgegeten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben opgegeten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt opgegeten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft opgegeten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft opgegeten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is opgegeten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is opgegeten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| op te eten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| op te zullen eten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| op zal eten | bijzin, toekomende tijd |
| op zou eten | bijzin, voorwaardelijk |
| op zouden eten | bijzin, voorwaardelijk |
| op zoudt eten | bijzin, voorwaardelijk |
| op zullen eten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| op zullen eten | bijzin, toekomende tijd |
| op zult eten | bijzin, toekomende tijd |
| opaat | bijzin, verleden tijd |
| opat | bijzin, verleden tijd |
| opaten | bijzin, verleden tijd |
| opeet | bijzin, tegenwoordige tijd |
| opetend | onvoltooid, deelwoord |
| opgegeten | verleden tijd, deelwoord |
| opgegeten te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| opgegeten te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| opgegeten te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| opgegeten te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| opgegeten te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| opgegeten worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| opgegeten zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| opgegeten zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| opgegeten zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| opgegeten zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| te hebben opgegeten | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen opeten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart opgegeten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren opgegeten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren opgegeten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren opgegeten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was opgegeten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was opgegeten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was opgegeten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd opgegeten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd opgegeten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd opgegeten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden opgegeten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden opgegeten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden opgegeten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt opgegeten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word opgegeten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden opgegeten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden opgegeten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden opgegeten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt opgegeten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt opgegeten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal opeten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal opeten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal opeten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal opeten | bijzin, toekomende tijd |
| zal opgegeten hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal opgegeten hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal opgegeten hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal opgegeten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal opgegeten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal opgegeten zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal opgegeten zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn opgegeten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn opgegeten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn opgegeten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt opgegeten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou opeten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou opeten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou opeten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou opeten | bijzin, voorwaardelijk |
| zou opgegeten hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou opgegeten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou opgegeten hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou opgegeten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou opgegeten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou opgegeten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou opgegeten zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou opgegeten zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou opgegeten zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou(dt) opeten op zou(dt) eten | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden opeten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden opeten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden opeten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden opeten | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden opgegeten hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden opgegeten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden opgegeten hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden opgegeten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden opgegeten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden opgegeten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden opgegeten zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden opgegeten zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden opgegeten zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt opeten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt opeten | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt opgegeten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt opgegeten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt opgegeten zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen opeten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen opeten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen opeten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen opeten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen opeten | bijzin, toekomende tijd |
| zullen opgegeten hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen opgegeten hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen opgegeten hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen opgegeten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen opgegeten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen opgegeten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen opgegeten zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen opgegeten zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen opgegeten zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult opeten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van op bw en eten ww
Woordfamilie van opeten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| at op | verleden tijd | opeten |
| aten op | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | opeten |
| eet op | gebiedende wijs | opeten |
| ete op | woordvorm | opeten |
| eten op | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | opeten |
| opat | subordinate-clause, verleden tijd | opeten |
| opaten | subordinate-clause, verleden tijd | opeten |
| opeet | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | opeten |
| opete | with-subordinate-clause | opeten |
| opetend | onvoltooid deelwoord | opeten |
| opetende | woordvorm | opeten |
| opgegeten | voltooid deelwoord | opeten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van opeten zijn vastgelegd.