Naar de inhoud

opeisen

eisen dat iets of iemand waarop men recht heeft, wordt overgegeven

opeisen

werkwoord /ˈɔpɛːsə(n)/

Betekenis

  1. eisen dat iets of iemand waarop men recht heeft, wordt overgegeven

Hoe spreek je opeisen uit?

/ˈɔpɛsən/

Opeisen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈɔpɛsən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɔ bot
p pak
ɛ bed
s sok
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van opeisen

opeisenhele werkwoord — eiste opverleden tijd enkelvoud — eisten opverleden tijd meervoud — opgeëistvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik eis op eiste op
jij eist op eiste op
hij, zij, het eist op eiste op
wij eisen op eisten op
jullie eisen op eisten op
zij eisen op eisten op
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben opgeëist voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent opgeëist voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
eis op gebiedende wijs
eiste op verleden tijd
er is opgeëist impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was opgeëist impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd opgeëist impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt opgeëist impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal opgeëist worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal opgeëist zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou opgeëist worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou opgeëist zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had opgeëist voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had opgeëist voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had opgeëist voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden opgeëist voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden opgeëist voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden opgeëist voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt opgeëist voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb opgeëist voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opgeëist actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben opgeëist voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opgeëist voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben opgeëist voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt opgeëist voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opgeëist voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opgeëist voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is opgeëist voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is opgeëist voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
op te eisen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
op te zullen eisen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
op zal eisen bijzin, toekomende tijd
op zou eisen bijzin, voorwaardelijk
op zouden eisen bijzin, voorwaardelijk
op zoudt eisen bijzin, voorwaardelijk
op zullen eisen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
op zullen eisen bijzin, toekomende tijd
op zult eisen bijzin, toekomende tijd
opeis bijzin, tegenwoordige tijd
opeisend onvoltooid, deelwoord
opeist bijzin, tegenwoordige tijd
opeiste bijzin, verleden tijd
opeisten bijzin, verleden tijd
opgeëist verleden tijd, deelwoord
opgeëist te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
opgeëist te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
opgeëist te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgeëist te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgeëist te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgeëist worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
opgeëist zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
opgeëist zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
opgeëist zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
opgeëist zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
te hebben opgeëist actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen opeisen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart opgeëist voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren opgeëist voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren opgeëist voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren opgeëist voltooid, verleden tijd, derde persoon
was opgeëist voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was opgeëist voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was opgeëist voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd opgeëist enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd opgeëist enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd opgeëist enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden opgeëist enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden opgeëist enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden opgeëist enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt opgeëist enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word opgeëist enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden opgeëist enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden opgeëist enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden opgeëist enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt opgeëist enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt opgeëist enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal opeisen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal opeisen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal opeisen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal opeisen bijzin, toekomende tijd
zal opgeëist hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgeëist hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal opgeëist hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal opgeëist worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgeëist worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal opgeëist zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgeëist zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn opgeëist voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn opgeëist voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn opgeëist voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt opgeëist voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou opeisen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou opeisen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou opeisen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou opeisen bijzin, voorwaardelijk
zou opgeëist hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgeëist hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgeëist hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou opgeëist worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgeëist worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou opgeëist worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgeëist zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgeëist zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgeëist zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) opeisen op zou(dt) eisen bijzin, voorwaardelijk
zouden opeisen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden opeisen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden opeisen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden opeisen bijzin, voorwaardelijk
zouden opgeëist hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden opgeëist hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden opgeëist hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opgeëist worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden opgeëist worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden opgeëist worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opgeëist zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden opgeëist zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden opgeëist zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt opeisen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt opeisen bijzin, voorwaardelijk
zoudt opgeëist hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opgeëist worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opgeëist zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen opeisen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen opeisen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen opeisen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen opeisen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen opeisen bijzin, toekomende tijd
zullen opgeëist hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen opgeëist hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen opgeëist hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opgeëist worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen opgeëist worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen opgeëist worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opgeëist zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen opgeëist zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen opgeëist zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult opeisen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van op bw en eisen ww

Woordfamilie van opeisen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
eis op gebiedende wijs opeisen
eise op woordvorm opeisen
eisen op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon opeisen
eist op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon opeisen
eiste op verleden tijd opeisen
eisten op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon opeisen
opeis subordinate-clause, tegenwoordige tijd opeisen
opeise with-subordinate-clause opeisen
opeisend onvoltooid deelwoord opeisen
opeisende woordvorm opeisen
opeist subordinate-clause, tegenwoordige tijd opeisen
opeiste subordinate-clause, verleden tijd opeisen
opeisten subordinate-clause, verleden tijd opeisen
opgeëist voltooid deelwoord opeisen
opgeëiste woordvorm opeisen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van opeisen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over opeisen

Hoe spreek ik opeisen uit?
Zo spreek je opeisen uit: /ˈɔpɛːsə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van opeisen?
Opeisen is een werkwoord. De betekenis is: eisen dat iets of iemand waarop men recht heeft, wordt overgegeven.
Hoe vervoeg ik opeisen?
Zo vervoeg je opeisen zo: het voltooid deelwoord is opgeëist. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord opeisen is 10 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. P 3
  3. E 1
  4. I 1
  5. S 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 10 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

opeisen levert met Wordfeud minimaal 12 en maximaal 100 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. P 4
  3. E 1
  4. I 2
  5. S 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 12 zonder bonus
  9. 100 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

opeisen telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

opeisen in het kort

opeisen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van opeisen staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort opeisen bij een woordfamilie van 15 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

opeisen: eisen dat iets of iemand waarop men recht heeft, wordt overgegeven
Deel opeisen — standaardnederlands.nl