opeendringen
werkwoordBetekenis
- dicht op elkaar in gaan
Vervoeging van opeendringen
opeendringenhele werkwoord — drong opeenverleden tijd enkelvoud — drongen opeenverleden tijd meervoud — opeengedrongenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | dring opeen | drong opeen |
| jij | dringt opeen | drong opeen |
| hij, zij, het | dringt opeen | drong opeen |
| wij | dringen opeen | drongen opeen |
| jullie | dringen opeen | drongen opeen |
| zij | dringen opeen | drongen opeen |
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben opeengedrongen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent opeengedrongen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| dring opeen | gebiedende wijs |
| drong opeen | verleden tijd |
| ev. | gebiedende wijs |
| is opeengedrongen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is opeengedrongen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| opeen te dringen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| opeen te zullen dringen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| opeen zal dringen | bijzin, toekomende tijd |
| opeen zou dringen | bijzin, voorwaardelijk |
| opeen zouden dringen | bijzin, voorwaardelijk |
| opeen zoudt dringen | bijzin, voorwaardelijk |
| opeen zullen dringen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| opeen zullen dringen | bijzin, toekomende tijd |
| opeen zult dringen | bijzin, toekomende tijd |
| opeendring | bijzin, tegenwoordige tijd |
| opeendringend | onvoltooid, deelwoord |
| opeendringt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| opeendrong | bijzin, verleden tijd |
| opeendrongen | bijzin, verleden tijd |
| opeengedrongen | verleden tijd, deelwoord |
| opeengedrongen te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| opeengedrongen zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| te zijn opeengedrongen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen opeendringen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart opeengedrongen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren opeengedrongen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren opeengedrongen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren opeengedrongen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was opeengedrongen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was opeengedrongen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was opeengedrongen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal opeendringen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal opeendringen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal opeendringen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal opeendringen | bijzin, toekomende tijd |
| zal opeengedrongen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal opeengedrongen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal opeengedrongen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn opeengedrongen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn opeengedrongen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn opeengedrongen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn opeengedrongen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt opeengedrongen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou opeendringen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou opeendringen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou opeendringen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou opeendringen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou opeengedrongen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou opeengedrongen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou opeengedrongen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou(dt) opeendringen opeen zou(dt) dringen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden opeendringen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden opeendringen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden opeendringen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden opeendringen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden opeengedrongen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden opeengedrongen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden opeengedrongen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt opeendringen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt opeendringen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt opeengedrongen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen opeendringen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen opeendringen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen opeendringen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen opeendringen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen opeendringen | bijzin, toekomende tijd |
| zullen opeengedrongen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen opeengedrongen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen opeengedrongen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult opeendringen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult opeendringen | bijzin, toekomende tijd |
| zult opeengedrongen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult/zal opeendringen opeen zult/zal dringen | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van opeen en dringen
Woordfamilie van opeendringen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| dring opeen | gebiedende wijs | opeendringen |
| dringe opeen | woordvorm | opeendringen |
| dringen opeen | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | opeendringen |
| dringt opeen | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | opeendringen |
| drong opeen | verleden tijd | opeendringen |
| drongen opeen | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | opeendringen |
| opeendring | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | opeendringen |
| opeendringe | with-subordinate-clause | opeendringen |
| opeendringend | onvoltooid deelwoord | opeendringen |
| opeendringende | woordvorm | opeendringen |
| opeendringt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | opeendringen |
| opeendrong | subordinate-clause, verleden tijd | opeendringen |
| opeendrongen | subordinate-clause, verleden tijd | opeendringen |
| opeengedrongen | voltooid deelwoord | opeendringen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van opeendringen zijn vastgelegd.