Naar de inhoud

opdweilen

nattigheid met behulp van een dweil opnemen

opdweilen

werkwoord

Betekenis

  1. nattigheid met behulp van een dweil opnemen
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Vervoeging van opdweilen

opdweilenhele werkwoord — dweilde opverleden tijd enkelvoud — dweilden opverleden tijd meervoud — opgedweildvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik dweil op dweilde op
jij dweilt op dweilde op
hij, zij, het dweilt op dweilde op
wij dweilen op dweilden op
jullie dweilen op dweilden op
zij dweilen op dweilden op
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben opgedweild voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent opgedweild voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
dweil op gebiedende wijs
dweilde op verleden tijd
er is opgedweild impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was opgedweild impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd opgedweild impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt opgedweild impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal opgedweild worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal opgedweild zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou opgedweild worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou opgedweild zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had opgedweild voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had opgedweild voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had opgedweild voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden opgedweild voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden opgedweild voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden opgedweild voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt opgedweild voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb opgedweild voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opgedweild actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben opgedweild voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opgedweild voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben opgedweild voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt opgedweild voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opgedweild voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opgedweild voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is opgedweild voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is opgedweild voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
op te dweilen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
op te zullen dweilen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
op zal dweilen bijzin, toekomende tijd
op zou dweilen bijzin, voorwaardelijk
op zouden dweilen bijzin, voorwaardelijk
op zoudt dweilen bijzin, voorwaardelijk
op zullen dweilen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
op zullen dweilen bijzin, toekomende tijd
op zult dweilen bijzin, toekomende tijd
opdweil bijzin, tegenwoordige tijd
opdweilde bijzin, verleden tijd
opdweilden bijzin, verleden tijd
opdweilend onvoltooid, deelwoord
opdweilt bijzin, tegenwoordige tijd
opgedweild verleden tijd, deelwoord
opgedweild te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
opgedweild te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
opgedweild te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgedweild te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgedweild te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgedweild worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
opgedweild zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
opgedweild zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
opgedweild zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
opgedweild zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
te hebben opgedweild actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen opdweilen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart opgedweild voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren opgedweild voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren opgedweild voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren opgedweild voltooid, verleden tijd, derde persoon
was opgedweild voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was opgedweild voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was opgedweild voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd opgedweild enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd opgedweild enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd opgedweild enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden opgedweild enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden opgedweild enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden opgedweild enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt opgedweild enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word opgedweild enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden opgedweild enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden opgedweild enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden opgedweild enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt opgedweild enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt opgedweild enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal opdweilen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal opdweilen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal opdweilen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal opdweilen bijzin, toekomende tijd
zal opgedweild hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgedweild hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal opgedweild hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal opgedweild worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgedweild worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal opgedweild zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgedweild zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn opgedweild voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn opgedweild voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn opgedweild voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt opgedweild voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou opdweilen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou opdweilen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou opdweilen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou opdweilen bijzin, voorwaardelijk
zou opgedweild hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgedweild hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgedweild hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou opgedweild worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgedweild worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou opgedweild worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgedweild zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgedweild zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgedweild zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) opdweilen op zou(dt) dweilen bijzin, voorwaardelijk
zouden opdweilen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden opdweilen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden opdweilen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden opdweilen bijzin, voorwaardelijk
zouden opgedweild hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden opgedweild hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden opgedweild hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opgedweild worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden opgedweild worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden opgedweild worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opgedweild zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden opgedweild zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden opgedweild zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt opdweilen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt opdweilen bijzin, voorwaardelijk
zoudt opgedweild hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opgedweild worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opgedweild zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen opdweilen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen opdweilen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen opdweilen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen opdweilen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen opdweilen bijzin, toekomende tijd
zullen opgedweild hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen opgedweild hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen opgedweild hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opgedweild worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen opgedweild worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen opgedweild worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opgedweild zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen opgedweild zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen opgedweild zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult opdweilen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van op en dweilen

Woordfamilie van opdweilen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
dweil op gebiedende wijs opdweilen
dweilde op verleden tijd opdweilen
dweilden op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon opdweilen
dweile op woordvorm opdweilen
dweilen op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon opdweilen
dweilt op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon opdweilen
opdweil subordinate-clause, tegenwoordige tijd opdweilen
opdweilde subordinate-clause, verleden tijd opdweilen
opdweilden subordinate-clause, verleden tijd opdweilen
opdweile with-subordinate-clause opdweilen
opdweilend onvoltooid deelwoord opdweilen
opdweilende woordvorm opdweilen
opdweilt subordinate-clause, tegenwoordige tijd opdweilen
opgedweild voltooid deelwoord opdweilen
opgedweilde woordvorm opdweilen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van opdweilen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over opdweilen

Wat betekent opdweilen?
Opdweilen is een werkwoord. Het woord betekent: nattigheid met behulp van een dweil opnemen. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je opdweilen?
Je vervoegt opdweilen als volgt: het voltooid deelwoord is opgedweild. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord opdweilen is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. P 3
  3. D 2
  4. W 5
  5. E 1
  6. I 1
  7. L 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

opdweilen levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 90 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. P 4
  3. D 2
  4. W 5
  5. E 1
  6. I 2
  7. L 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 20 zonder bonus
  11. 90 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

opdweilen in het kort

opdweilen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van opdweilen zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort opdweilen bij een woordfamilie van 15 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

opdweilen: nattigheid met behulp van een dweil opnemen
Deel opdweilen — standaardnederlands.nl