opduiken
werkwoord ˈɔbdœykə(n)Betekenis
- weer aan het oppervlak zichtbaar worden na ondergedoken geweest te zijn
- door duiken iets uit de diepte naar boven halen
- plotseling weer zichtbaar worden
Hoe spreek je opduiken uit?
/ˈɔbdœykən/
Opduiken bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɔ | bot |
| b | bak |
| d | dak |
| œy | huis |
| k | kat |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van opduiken
opduikenhele werkwoord — dook opverleden tijd enkelvoud — doken opverleden tijd meervoud — opgedokenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | duik op | dook op |
| jij | duikt op | dook op |
| hij, zij, het | duikt op | dook op |
| wij | duiken op | doken op |
| jullie | duiken op | doken op |
| zij | duiken op | doken op |
Alle 118 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben opgedoken | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent opgedoken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| dook op | verleden tijd |
| duik op | gebiedende wijs |
| er is opgedoken | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was opgedoken | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd opgedoken | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt opgedoken | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal opgedoken worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal opgedoken zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou opgedoken worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou opgedoken zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| is opgedoken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is opgedoken | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| op te duiken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| op te zullen duiken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| op zal duiken | bijzin, toekomende tijd |
| op zou duiken | bijzin, voorwaardelijk |
| op zouden duiken | bijzin, voorwaardelijk |
| op zoudt duiken | bijzin, voorwaardelijk |
| op zullen duiken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| op zullen duiken | bijzin, toekomende tijd |
| op zult duiken | bijzin, toekomende tijd |
| opdoken | bijzin, verleden tijd |
| opdook | bijzin, verleden tijd |
| opduik | bijzin, tegenwoordige tijd |
| opduikend | onvoltooid, deelwoord |
| opduikt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| opgedoken | verleden tijd, deelwoord |
| opgedoken te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| opgedoken te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| opgedoken te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| opgedoken te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| opgedoken te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| opgedoken worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| opgedoken zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| opgedoken zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| opgedoken zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| opgedoken zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| te zijn opgedoken | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen opduiken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart opgedoken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren opgedoken | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren opgedoken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren opgedoken | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was opgedoken | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was opgedoken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was opgedoken | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd opgedoken | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd opgedoken | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd opgedoken | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden opgedoken | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden opgedoken | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden opgedoken | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt opgedoken | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word opgedoken | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden opgedoken | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden opgedoken | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden opgedoken | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt opgedoken | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt opgedoken | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal opduiken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal opduiken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal opduiken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal opduiken | bijzin, toekomende tijd |
| zal opgedoken worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal opgedoken worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal opgedoken zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal opgedoken zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal opgedoken zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn opgedoken | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn opgedoken | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn opgedoken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn opgedoken | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt opgedoken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou opduiken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou opduiken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou opduiken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou opduiken | bijzin, voorwaardelijk |
| zou opgedoken worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou opgedoken worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou opgedoken worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou opgedoken zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou opgedoken zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou opgedoken zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou(dt) opduiken op zou(dt) duiken | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden opduiken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden opduiken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden opduiken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden opduiken | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden opgedoken worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden opgedoken worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden opgedoken worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden opgedoken zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden opgedoken zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden opgedoken zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt opduiken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt opduiken | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt opgedoken worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt opgedoken zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen opduiken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen opduiken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen opduiken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen opduiken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen opduiken | bijzin, toekomende tijd |
| zullen opgedoken worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen opgedoken worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen opgedoken worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen opgedoken zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen opgedoken zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen opgedoken zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult opduiken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult opduiken | bijzin, toekomende tijd |
| zult opgedoken worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult opgedoken zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult/zal opduiken op zult/zal duiken | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van op en duiken
Woordfamilie van opduiken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| doken op | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | opduiken |
| dook op | verleden tijd | opduiken |
| duik op | gebiedende wijs | opduiken |
| duike op | woordvorm | opduiken |
| duiken op | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | opduiken |
| duikt op | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | opduiken |
| opdoken | subordinate-clause, verleden tijd | opduiken |
| opdook | subordinate-clause, verleden tijd | opduiken |
| opduik | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | opduiken |
| opduike | with-subordinate-clause | opduiken |
| opduikend | onvoltooid deelwoord | opduiken |
| opduikende | woordvorm | opduiken |
| opduikt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | opduiken |
| opgedoken | voltooid deelwoord | opduiken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van opduiken zijn vastgelegd.