Naar de inhoud

opdrogen

drogen tot alle water verdwenen is

opdrogen

werkwoord

Betekenis

  1. drogen tot alle water verdwenen is
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Vervoeging van opdrogen

opdrogenhele werkwoord — droogde opverleden tijd enkelvoud — droogden opverleden tijd meervoud — opgedroogdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik droog op droogde op
jij droogt op droogde op
hij, zij, het droogt op droogde op
wij drogen op droogden op
jullie drogen op droogden op
zij drogen op droogden op
Alle 118 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben opgedroogd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent opgedroogd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
droog op gebiedende wijs
droogde op verleden tijd
er is opgedroogd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was opgedroogd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd opgedroogd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt opgedroogd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal opgedroogd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal opgedroogd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou opgedroogd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou opgedroogd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
is opgedroogd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is opgedroogd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
op te drogen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
op te zullen drogen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
op zal drogen bijzin, toekomende tijd
op zou drogen bijzin, voorwaardelijk
op zouden drogen bijzin, voorwaardelijk
op zoudt drogen bijzin, voorwaardelijk
op zullen drogen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
op zullen drogen bijzin, toekomende tijd
op zult drogen bijzin, toekomende tijd
opdrogend onvoltooid, deelwoord
opdroog bijzin, tegenwoordige tijd
opdroogde bijzin, verleden tijd
opdroogden bijzin, verleden tijd
opdroogt bijzin, tegenwoordige tijd
opgedroogd verleden tijd, deelwoord
opgedroogd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
opgedroogd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
opgedroogd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgedroogd te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgedroogd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgedroogd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
opgedroogd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
opgedroogd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
opgedroogd zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
opgedroogd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
te zijn opgedroogd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen opdrogen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart opgedroogd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren opgedroogd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren opgedroogd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren opgedroogd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was opgedroogd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was opgedroogd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was opgedroogd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd opgedroogd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd opgedroogd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd opgedroogd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden opgedroogd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden opgedroogd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden opgedroogd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt opgedroogd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word opgedroogd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden opgedroogd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden opgedroogd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden opgedroogd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt opgedroogd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt opgedroogd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal opdrogen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal opdrogen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal opdrogen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal opdrogen bijzin, toekomende tijd
zal opgedroogd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgedroogd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal opgedroogd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgedroogd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal opgedroogd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn opgedroogd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn opgedroogd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn opgedroogd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn opgedroogd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt opgedroogd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou opdrogen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou opdrogen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou opdrogen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou opdrogen bijzin, voorwaardelijk
zou opgedroogd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgedroogd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou opgedroogd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgedroogd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgedroogd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgedroogd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) opdrogen op zou(dt) drogen bijzin, voorwaardelijk
zouden opdrogen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden opdrogen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden opdrogen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden opdrogen bijzin, voorwaardelijk
zouden opgedroogd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden opgedroogd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden opgedroogd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opgedroogd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden opgedroogd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden opgedroogd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt opdrogen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt opdrogen bijzin, voorwaardelijk
zoudt opgedroogd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opgedroogd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen opdrogen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen opdrogen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen opdrogen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen opdrogen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen opdrogen bijzin, toekomende tijd
zullen opgedroogd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen opgedroogd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen opgedroogd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opgedroogd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen opgedroogd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen opgedroogd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult opdrogen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult opdrogen bijzin, toekomende tijd
zult opgedroogd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult opgedroogd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult/zal opdrogen op zult/zal drogen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van op en drogen

Woordfamilie van opdrogen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
droge op woordvorm opdrogen
drogen op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon opdrogen
droog op gebiedende wijs opdrogen
droogde op verleden tijd opdrogen
droogden op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon opdrogen
droogt op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon opdrogen
opdroge with-subordinate-clause opdrogen
opdrogend onvoltooid deelwoord opdrogen
opdrogende woordvorm opdrogen
opdroog subordinate-clause, tegenwoordige tijd opdrogen
opdroogde subordinate-clause, verleden tijd opdrogen
opdroogden subordinate-clause, verleden tijd opdrogen
opdroogt subordinate-clause, tegenwoordige tijd opdrogen
opgedroogd voltooid deelwoord opdrogen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van opdrogen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over opdrogen

Wat betekent opdrogen?
Opdrogen is een werkwoord. Het woord betekent: drogen tot alle water verdwenen is. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je opdrogen?
Je vervoegt opdrogen als volgt: het voltooid deelwoord is opgedroogd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord opdrogen is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. P 3
  3. D 2
  4. R 2
  5. O 1
  6. G 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

opdrogen levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. P 4
  3. D 2
  4. R 2
  5. O 1
  6. G 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 zonder bonus
  10. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

opdrogen in het kort

opdrogen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van opdrogen zijn 73 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort opdrogen bij een woordfamilie van 14 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

opdrogen: drogen tot alle water verdwenen is
Deel opdrogen — standaardnederlands.nl