opdagen
werkwoordBetekenis
- op de verwachte tijd en plaats verschijnen
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Vervoeging van opdagen
opdagenhele werkwoord — daagde opverleden tijd enkelvoud — daagden opverleden tijd meervoud — opgedaagdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | daag op | daagde op |
| jij | daagt op | daagde op |
| hij, zij, het | daagt op | daagde op |
| wij | dagen op | daagden op |
| jullie | dagen op | daagden op |
| zij | dagen op | daagden op |
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben opgedaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent opgedaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| daag op | gebiedende wijs |
| daagde op | verleden tijd |
| ev. | gebiedende wijs |
| is opgedaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is opgedaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| op te dagen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| op te zullen dagen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| op zal dagen | bijzin, toekomende tijd |
| op zou dagen | bijzin, voorwaardelijk |
| op zouden dagen | bijzin, voorwaardelijk |
| op zoudt dagen | bijzin, voorwaardelijk |
| op zullen dagen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| op zullen dagen | bijzin, toekomende tijd |
| op zult dagen | bijzin, toekomende tijd |
| opdaag | bijzin, tegenwoordige tijd |
| opdaagde | bijzin, verleden tijd |
| opdaagden | bijzin, verleden tijd |
| opdaagt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| opdagend | onvoltooid, deelwoord |
| opgedaagd | verleden tijd, deelwoord |
| opgedaagd te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| opgedaagd zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| te zijn opgedaagd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen opdagen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart opgedaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren opgedaagd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren opgedaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren opgedaagd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was opgedaagd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was opgedaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was opgedaagd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal opdagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal opdagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal opdagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal opdagen | bijzin, toekomende tijd |
| zal opgedaagd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal opgedaagd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal opgedaagd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn opgedaagd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn opgedaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn opgedaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn opgedaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt opgedaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou opdagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou opdagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou opdagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou opdagen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou opgedaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou opgedaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou opgedaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou(dt) opdagen op zou(dt) dagen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden opdagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden opdagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden opdagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden opdagen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden opgedaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden opgedaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden opgedaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt opdagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt opdagen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt opgedaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen opdagen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen opdagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen opdagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen opdagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen opdagen | bijzin, toekomende tijd |
| zullen opgedaagd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen opgedaagd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen opgedaagd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult opdagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult opdagen | bijzin, toekomende tijd |
| zult opgedaagd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult/zal opdagen op zult/zal dagen | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van op en dagen
Woordfamilie van opdagen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| daag op | gebiedende wijs | opdagen |
| daagde op | verleden tijd | opdagen |
| daagden op | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | opdagen |
| daagt op | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | opdagen |
| dage op | woordvorm | opdagen |
| dagen op | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | opdagen |
| opdaag | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | opdagen |
| opdaagde | subordinate-clause, verleden tijd | opdagen |
| opdaagden | subordinate-clause, verleden tijd | opdagen |
| opdaagt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | opdagen |
| opdage | with-subordinate-clause | opdagen |
| opdagend | onvoltooid deelwoord | opdagen |
| opdagende | woordvorm | opdagen |
| opgedaagd | voltooid deelwoord | opdagen |
| opgedaagde | woordvorm | opdagen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van opdagen zijn vastgelegd.